Over antwoordliteratuur: Ik was dat meisje van Anne Mieke Backer
versus Spel en tijdverdrijf van James Salter



Voor hem een avontuurtje, voor haar een serieuze levensles is de korte samenvatting van wat speelt tussen de romans Spel en tijdverdrijf van James Salter uit 1967 en Ik was dat meisje van Anne Mieke Backer uit 2025. ‘Engelen hadden haar begeerd.’


door Theo Hakkert


Antwoordliteratuur, zegt de een. Een ander zou het mogelijk Terugschrijven noemen. Het hangt er maar vanaf welke literaire denominatie je aanhangt.
Er zijn legio voorbeelden. Kort nadat Don Quichot was verschenen, kwamen al de eerste piratenedities met andere verhalen over de ridder van La Mancha en zijn gevolg.
Daniel Defoe’s Robinson Crusoe was het begin van een eigen genre in de antwoordliteratuur: de robinsonade. J.M. Coetzee heeft in 1986 daar Mr. Foe and mrs. Barton aan toegevoegd: een robinsonade vanuit de vrouw.
Met Moussa of de dood van een Arabier schreef Kamel Daoud een antwoord op Albert Camus’ De vreemdeling. De monoloog komt van de broer van de vermoorde Arabier in Camus’ beroemde roman.

Nu is er Ik was dat meisje van Anne Mieke Backer. In deze roman komt het meisje aan het woord met wie een mannelijk personage uit James Salter’s Spel en tijdverdrijf begin jaren zestig een zinderende affaire heeft (zoals hij het ervaart). Hij, Phillip Dean, een Amerikaan; zij Anne-Marie, een Française. Een student en een burgermeisje, zo staat het op de achterkant van Salter’s roman, in vertaling uitgegeven door Meulenhoff in 1997.

Zo eenvoudig ligt het niet. Salter heeft zijn op autobiografische gegevens gebaseerde roman geniepig – ingenieus kan ook – in elkaar gezet. Tussen de schrijver die hij was en de student in het boek, die hij ook was maar dan gefictionaliseerd, heeft hij een verteller geplaatst die zogenaamd het verhaal van de student heeft opgetekend. Altijd handig om iemand anders verwijten te kunnen maken en zelf schone handen te houden. Het is alsof Salter ergens heeft voorvoeld dat het verhaal van het ‘burgermeisje’ ooit op zou kunnen duiken.

En dat is nu gebeurd. Anne Mieke Backer heeft die handschoen opgepakt. Ook met de nodige handigheid. Het meisje in Ik was dat meisje heeft de huidige tijd mee. Post-#MeToo kijken we heel anders terug op de vrijgevochten jaren zestig waarin Salter’s roman is gesitueerd. Was dat allemaal wel fijn en okay met die flowers in your hair, wierook, vrije seks, peace! en gaan met die banaan?

Wat je Salter kunt verwijten is dat hij zijn verteller (die hij natuurlijk ook gewoon zelf is) alleen laat kijken naar de geneugten van de student en dat hij de gevoelens van het ‘burgermeisje’ vrijwel ongenoemd laat. Hoe zij hun affaire heeft beleefd lezen we nu pas, bij Anne Mieke Backer. Haar gevoelens en ideeën, maar ook het verraad van hem. Te laat heeft ze begrepen dat de student, die getrouwd was, hun relatie heeft gebruikt voor eigen bevrediging én als stof voor een roman.
‘Waarschijnlijk was zijn bezoek aan mijn ouderlijk huis in Saint-Léger bedoeld geweest om stof op te doen voor zijn roman.’

Een op een heeft hij het niet opgeschreven. Met bitter-nuchtere toon stelt ze vast:
‘Wel schijnt het dat hij de volgende dag nog eenmaal langs mijn kamer aan de Place du Carrouge is gereden. In het boek laat hij in elk geval de fotograaf constateren dat de luiken voor mijn mansarderaam dicht zijn. Maar mijn raam heeft helemaal geen luiken en de fotograaf bestond niet, zoals ook de student van vierentwintig niet bestond. Het was de schrijver zelf met wie ik een verhouding had, maar om de intimiteiten daarvan te kunnen beschrijven moest er een filter tussen, een verzonnen verteller.’

De erotiek in Salter’s roman is onverbloemd. Ze rijden rond in zijn bijzondere auto, een Delage. De zon schijnt, alles tintelt van levenslust. Op allerlei plekken hebben ze seks en vooral de scene waarin hij haar inwijdt in anale seks is beroemd geworden. Het laat zich raden hoe het meisje in Ik was dat meisje daarop terugkijkt. ‘Het kontneuken vond ik niet prettig’; in de alinea die hieraan vooraf gaat, vat ze wat haar is overkomen treffend samen:
‘Ons avontuur moet ooit gesmeed zijn op een plek waar ik nu niet meer bij kan. Het is mij overkomen en omdat hij er de reikwijdte van kende moest ik doen wat hij fijn vond, gehoorzaam zijn, zo meende ik dat toen te begrijpen’.

Haar verwijt dat hij, plat gezegd, alleen aan zijn gerief dacht en de ‘verzonnen verteller’ alleen dat benadrukt, gaat niet helemaal op. Een enkele schreef Salter, hij die al die mannen is, hoe ook zij een orgasme beleeft – ‘en hij dan ook zichzelf voelt klaarkomen’. Een enkel hoogtepunt kan het egoïsme van de andere momenten natuurlijk niet compenseren.

Ik was dat meisje is een roman die steeds beter wordt. In Salter’s roman is vanaf het begin veel aandacht voor de Franse omgeving en natuur, de rijkdom daarvan komt in Ik was dat meisje pas later.
Wat ergens wel past. Want hoe meer het meisje, terugkijkend en terugschrijvend, die hele affaire achter zich weet te laten, hoe losser en lichter haar leven wordt. Ze schudt het af en komt er zo veel beter uit. Nadat ze naar de VS is gereisd om hem op te zoeken, belandt ze in ongure contreien die nog weer een heel ander licht laten schijnen op erotiek en de wil en vrijheid van deze vrouw. Terug in Frankrijk heeft ze de levensles van de affaire zo verwerkt dat ze totaal haar eigen gang gaat, grenzen trekt en oversteekt.
‘Als ze zichzelf van een afstand bekeek constateerde ze dat ze functioneerde in de volwassen wereld, een gierzwaluw die op de grond was geraakt, maar op eigen kracht weer op de wieken was gekomen.’
Er is haast en passant sprake van een kind, mogelijk van een blonde huisschilder die soms langskomt. Haar leven is zoals zij het wil.

Anne Mieke Backer – niet te verwarren met Anne-Marie, maar mooi is het toeval wel – heeft ook nog eens het geluk gehad dat James Salter (1925-2015) uitgerekend aan het meisje uit Spel en tijdverdrijf een passage in zijn memoires heeft gewijd. Wat het rond maakt. Niet uitgesloten kan worden dat dit geluk Backer op het idee van haar roman heeft gebracht. Salter schuift in die memoires, getiteld Dwars door de dagen, zijn ‘verzonnen verteller’ opzij. Bijzonder dat het ‘burgermeisje’ hem van al zijn affaires zo is bijgebleven dat hij juist over haar schrijft, een lange passage bovendien.

‘Naar het meisje uit Spel en tijdverdrijf was ik altijd nieuwsgierig gebleven, ik wilde haar weer zien, weten wat er van haar was geworden, de details van haar leven, de kast waarin haar jurken hingen, de la met haar opgevouwen ondergoed, de flesjes parfum, de schoenen.’ (…)

‘Ik had haar op Kennedy ontmoet toen ze in Amerika aankwam. Ze kwam door de menigte aanlopen, onschuldig in haar schoonheid, vol blijdschap. Ze was achttien. Engelen hadden haar begeerd’.

Een passage die aangeeft dat de gevoelens van Phillip Dean toch dieper gingen dan de vluchtigheid van hun affaire in de roman doet vermoeden. Het is precies deze nuance die diepgang geeft aan Ik was dat meisje. Dat Salter haar niet is vergeten en dat het dus allemaal niet zo zwartwit is, is ideale stof voor een roman die langs lastige vragen en gevoelige antwoorden scheert.

Wat wel bevreemdt is dat nergens in de uitgave van Ik was dat meisje de roman van Salter wordt genoemd. Achterop staat deze hint: ‘…tussen de regels door wordt duidelijk wat de schrijver bedoelde als spel en tijdverdrijf, voor het meisje voelde als het begin van het echte leven’.
Prima, maar een verantwoording voor de cursief afgedrukte citaten uit Salter’s roman ontbreekt, evenals de naam van de vertaalster, Else Hoog. Ik was dat meisje is moeiteloos te lezen als zelfstandige roman. Te veel eer voor een boek uit andere tijden en met achterhaalde ideeën omtrent de omgang tussen de seksen? Welk oordeel je ook hangt aan Spel en tijdverdrijf, zonder Salter’s roman hadden we niet deze mooie, slimme van Anne Mieke Backer. Benoem dat gewoon en nodig zo de lezer uit terug te lezen.

Anne Mieke Backer: Ik was dat meisje.
245 p’s, Ambo|Anthos

James Salter: Spel en tijdverdrijf.
Vertaling Else Hoog. Meulenhoff, 1997.

James Salter: Dwars door de dagen.
Vertaling: Gerda Baardman. De Bezige Bij, 2015.

foto Delage: David Berry/Flickr