over Los, de eerste roman van Merel Bem


door Kamiel Choi


De debuutroman Los van kunsthistorica en -journalist Merel Bem leest als de tv-serie van een populaire streamingdienst. Het verhaal gaat over een jonge vrouw, Anja, die na het verlies van haar moeder, haar man en zelfs haar kat besluit om zich in te schrijven voor een groepscursus wandelen aan de Bretonse kust.

Wat deze roman opmerkelijk maakt in het Nederlandse taalgebied, is dat hij een stuk luchtiger en geestiger is geschreven dan de meeste romans over rouwverwerking na het overlijden van een ouder (zoals Gezien de feiten van Griet op de Beeck). Het boek doet me denken aan hedendaagse angelsaksische literatuur (Eat, pray, love). Misschien is het omdat ik gewend ben aan die series, dat het mij makkelijk viel om de vele personages – er wordt namelijk een volledige wandelgroep opgevoerd – levendig voor de geest te halen.

‘Sla Anja maar even over’

De hoofdpersoon, Anja, worstelt met onzichtbaarheid. Ze heeft zichzelf en haar eigen wil altijd ondergeschikt  gemaakt aan anderen, en vooral aan haar moeder, die haar als motto meegaf –  een motto dat ook letterlijk voorin het boek staat – ‘niet miemelen’.

Het was haar moeder die, zo lezen we in goed gedoseerde flashbacks, Anja aanspoorde om toenadering te zoeken tot Jarno, de veel oudere man die haar vriend werd en haar in het begin van het boek verliet. Anja’s onzichtbaarheid wordt in het boek goed uitgewerkt (getoond, niet verteld) doordat Anja de overige deelnemers van de wandelcursus, een bonte stoet excentriekelingen inclusief wandelcoach Barend-Christiaan observeert. Zo is er een hilarische scène waarin Anja tijdens het einde van de voorstellingsronde wordt overgeslagen omdat daar geen tijd meer voor is – een directe parallel met wat haar in haar jeugd op school overkwam: “‘Sla Anja maar even over,’ zei de meester, en dat werd uiteindelijk de oplossing voor elk probleem. Bij het kiezen van de voetbalteams bij gymnastiek, bij het bepalen van de rollen voor de kerstmusical, bij de eindtoespraak van de meester op het met crêpepapieren bloemen versierde podium – sla Anja maar even over.

Die parallellen vond ik bij eerste lezing iets te geforceerd, maar dat die bijsmaak werd weggenomen door de prettige filmische schrijfstijl en de gevatte dialogen. Je ziet de personages lopen: de cynische vrouw Arwen, de excentrieke Wendela, Hendrickje, dochter Maan van de wandelcoach, die zich kapot schaamt voor haar vader, de hyperactieve Jeroen met tendinitis, die alles vanaf het begin voor de andere wandelaars wil regelen. En dan is er de jonge Syriër Hassan, die Anja wél ziet staan.

Het is alsof je naar een spannende tv-serie zit te kijken. Ieder hoofdstuk is een aflevering waarin de personages in die wandelgroep met elkaar worden geconfronteerd. Die interacties worden na een tijdje voorspelbaar en dat zorgt voor een beproefd komisch effect, zoals wanneer Hendrickje en Wendela in discussie gaan over het Nederlanderschap van Hassan (die een Syrische moeder heeft).

Focus ligt op interactie tussen de wandelaars

De roman neemt de zelfhulpindustrie op de hak, zonder te blijven steken bij een al te eenvoudige karikatuur of te vervallen tot platte satire. Anja krijgt haar eigen ‘BewustwordingsWoorden’ en ze doen de nodige meditatie-oefeningen, maar de focus ligt steeds bij de interactie tussen de wandelaars. Met situatiehumor presenteert Merel Bem en passant trefzeker observaties over jaloezie, racisme, seksisme en ander al te menselijk gedrag. Die humor wordt gedragen door het koele Bretonse landschap waarin wordt gewandeld en magisch realistische elementen zoals een “schilderachtig Magritte-huisje”.

Los is een page-turner die met het grootste gemak verfilmd kan worden. Op sommige momenten kwam mij het verhaal iets te glad voor, door simplistische historische parallellen en ietwat kitscherige symboliek, maar op zijn tijd is dat helemaal niet erg (en bovendien: het kan goed zijn dat me een bedoelde ironische boventoon is ontgaan). Veel belangrijker zijn het verteltempo en de ingehouden geestigheid, die de schrijfster een heel boek lang volhoudt. Ik vind het een welkom inzicht dat ik aan dit boek overhoud: we hoeven niet steeds te streven naar een groots en meeslepend leven om gezien te worden, maar kunnen dit bereiken door zelf heel aandachtig naar de mensen om ons heen te kijken.

Merel Bem: Los.
240 p’s. Hollands Diep

schilderij van de Bretonse kust: Gustave Cariot/Wikimedia Commons