Elizabeth Strout staat met haar dit voorjaar verschenen roman The Things We Never Say / Wat ongezegd blijft op de longlist van de Booker Prize. Een roman over wat niet wordt gezegd – mogelijk ook omdat de ander het toch niet interesseert.
door Theo Hakkert
Halverwege haar roman The Things We Never Say, vertaald als Wat ongezegd blijft, heeft Elizabeth Strout een hele pagina uitgetrokken voor deze twee zinnen. Ze staan midden op de pagina:
De dag van de verkiezingen kwam en ging. De ene helft van het land was verbijsterd, de andere helft door het dolle heen.
(The election came and went. Half of the country was stunned, the other half jubilant.)
De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024, gewonnen door Donald Trump. Het is niet netjes om te zeggen dat de opvattingen van de personages die van de auteur een op een weergeven, maar feit is wel dat de president vaker voor ‘an idiot’ wordt uitgemaakt dan dat iemand een lovende opmerking over hem maakt. Al is het ook weer niet zo dat de politieke voorkeur van iedereen duidelijk is. Vrienden van wie je het niet verwacht denken dat het wel mee zal vallen of zijn zelfs fervent voorstander van Trump. ‘Hij zal de boel eens opschudden’.
Dit is meteen al een van de vele voorbeelden van wat ongezegd blijft. Tegen het slot van de roman weet hoofdpersonage Artie Dam, docent Geschiedenis van Duitse komaf – toen is de tweede m van Damm weggepoetst – het antwoord op de vraag waarom mensen nooit iets substantieels zeggen:
Want als je iets echts zei, dan zei je iets wat niemand wilde weten. Of als ze het wilden weten, zouden ze er niet de juiste aandacht voor opbrengen. Of het zelfs maar begrijpen. Het was iets heel persoonlijks, een leven leiden. Dat zag hij nu in.
(Because to say anything real was to say things that nobody wanted to know. Or if they wanted to know they would not care in the right way. Or even understand.
It was a private thing, to be alive. He understood this now.)
Artie heeft niet altijd ‘alive’ willen zijn. Ogenschijnlijk redelijk gelukkig en als docent bij bijna alle studenten populair is hij een man met een geheim. Dat hij eigenlijk niet meer leven wil. Hij droomt dat hij verdrinkt – hij gaat graag met zijn boot het water op. De ommekeer komt wanneer die droom werkelijkheid lijkt te worden, alleen wordt hij op het laatste moment gered, en dan wil hij helemaal niet meer dood.
Hij raakt bevriend met zijn redder, vertelt de man een nog groter geheim dan zijn doodswens, om later te horen dat de man een Trump-aanhanger is. Wat ongezegd blijft.
De kleine waarheid
Dat grotere geheim is dat hij niet de biologische vader is van zijn zoon. Nota bene een onuitstaanbare kennis heeft Artie’s vrouw Evie op haar verzoek bezwangerd toen een ‘eigen’ zwangerschap uitbleef. De kleine waarheid; ze heeft het Artie nooit verteld.
Meesterlijk hoe Elizabeth Strout met dit gegeven omgaat. De onuitstaanbare kennis heeft kort voor zijn overlijden een brief aan de zoon gestuurd met het bewijs, tot DNA aan toe. De zoon laat Artie de brief lezen en die neemt zich herhaaldelijk voor Evie ermee te confronteren. Het gebeurt niet. Hij voelt meer macht over haar door het níet te vertellen. Wat ongezegd blijft.
Na Artie’s dood vindt Evie de brief. Strout wikkelt dat in een paar zinnen af.
Zo kernachtig zijn heel veel passages in deze roman. In amper tweehonderd pagina’s gebeurt heel veel. Vanaf de eerste pagina zit er veel spanning op het verhaal en in de zinnen. De sfeer is ontspannen, maar het is alsof elk moment iets radicaal kan veranderen. We treffen Artie aan met een vrouw, Flossie, de echtgenote van de man die naar later blijkt, Artie’s zoon heeft verwekt. Een affaire? Nee, maar Artie kan wel zichzelf zijn bij haar, waar Strout achteraan schrijft: he realised this only later.
Zo speelt ze een verrukkelijk spel met de tijd, zoals ook al bleek uit bovenstaande passage over de brief die Evie later vindt.
Vooruitwijzingen en korte scenes
Bijzonder is ook hoe de auteur een aantal malen een kort resumé geeft van wat andere personages denken en zeggen, met name leerlingen van Artie en zijn collega Anne. Ook daar zitten subtiele vooruitwijzingen in. Zo is de student Danny Moreno nog nauwelijks in beeld geweest als Strout schrijft: ‘Danny would think of Mr. Dam, and think – at least once a year he would think this: That man changed my life.
Strout schrijft het verhaal in veel vrij korte passages: veel witregels ook. In het begin beginnen die passages (of scenes) bijna allemaal met een beschrijving van de natuur, van de bewolking, van de toestand van het meer waar Artie graag op zeilt. Niet dat er een direct verband is. Geen ‘donkere wolken pakken zich samen’. Nadat Trump de verkiezingen heeft gewonnen, verdwijnen die natuurbeschrijvingen grotendeels. Het effect daarvan is dat de wereld rond Artie en de andere personages kleiner en kleiner wordt – en dat er ook steeds minder wordt gezegd.
‘Wij mensen zijn zo blind’
Hoe diep zit Elizabeth Strout zelf in dit boek? Natuurlijk komt de volgende alinea, die tussen twee witregels staat, officieel op het conto van de verteller, een verteller die dicht op de personages en hun verhaal zit, maar het is moeilijk hier niet de stem van Strout zelf in te horen. Ook al omdat een wij-passage als deze verder niet in de roman voorkomt. Rhonda is een zeer sensitieve leerling van Artie:
Wij mensen zijn zo blind – zo blind. Voor elkaar en voor onszelf; we gaan door het leven alsof het uit schaduwen bestaat, we steken een hand uit in het donker en denken dat we iemand hebben aangeraakt. En misschien is dat ook wel zo, zoals Artie die dag bij Rhonda Lazarre, maar meestal gaan we niets ziend door het leven en krijgen we alleen wat vage impressies van elkaars wezen, ook dat van onszelf. En al die tijd denken we dat we kunnen zien.
(So blind we humans are – so blind. To each other and to ourselves, moving through life als though through shadows, putting out a hand in the dark and thinking we have touched someone. And maybe we have, as Artie did with Rhonda Lazarre that day. But mostly we travel through life unsighted, grasping only the smallest details of one another’s selves, including our own. Thinking all the while that we can see.)
Het is dus niet alleen het zwijgen, het is ook het zien. Niet voor het eerst dat gebrek aan wezenlijk contact onderwerp is in de literatuur. Elizabeth Strout weet het schitterend te verwoorden en te laten zien. Door op papier niet te zwijgen.
Elizabeth Strout: Wat ongezegd blijft
Vertaling: Lucie van Rooijen
224 p’s. Atlas Contact
van:
The Things We Never Say
201 p’s. Penguin/Viking