Opnieuw heeft José Eduardo Agualusa een invalshoek gevonden om over de roerige geschiedenis van Angola te schrijven. In Meester van de trommels richt hij zich op het Koninkrijk Bailundo, zijn geboortegrond, een koninkrijk met beperkte autonomie waar vervaarlijke trommels worden geroerd. En passant laat hij woorden herrijzen.
door Theo Hakkert
‘Bródio’, schrijft José Eduardo Agualusa in een intermezzo op bijna de helft van Meester van de trommels, ‘is een woord dat in onbruik is geraakt, of liever, een zachte dood is gestorven.’ Hij noemt de Italiaanse betekenis en die in Angola en schrijft dan:
Ik wek het tot leven in dit getuigenis, of deze roman, of hoe u het ook wil noemen, omdat ik graag de rol speel van woordendemiurg, en omdat ik geschiedenis heb gestudeerd en geloof dat je alleen door bepaalde woorden te laten herrijzen heel specifiek momenten uit het verleden kunt laten herleven.
Een belangrijk intermezzo. Er valt van alles over op te merken. Het laten herrijzen van woorden gebeurt in Meester van de trommels. Al in de openingszin. Daar vinden soldaten een dode andua. Het is het eerste van vijfentwintig woorden die vertaler Harrie Lemmens achterin het boek van een vertaling heeft voorzien of nader uitlegt. En dan zitten er ook nog hier en daar in de roman voetnoten in terwijl sommige woorden ter plekke worden vertaald, tussen haakjes. Een andua is overigens een roodkuiftoerako.
Hoe het lied van schijn en wezen dat de literatuur nu eenmaal is, klinkt, houdt José Eduardo Agualusa (*1960) bij elk boeke bezig. ‘Pure fictie’, noemde hij de roman Een algemene theorie van het vergeten, zijn meesterwerk (uit 2012).
Een roman over Ludovica Fernandes Mano – afgekort tot Ludo, een vrouw die 28 jaar in afzondering heeft geleefd in Luanda, Angola. Ze had zich ingemetseld, leefde van de duiven die ze ving en warmde zich aan de boeken die ze verbrandde. Op de wanden van haar kamer schreef ze haar verhaal. Buiten zag ze de wereld veranderen, via de radio hoorde ze dat. En duiven zijn ook postduiven. Ludo is een onvergetelijk personage, de beelden van de roman woekeren tot in lengte van jaren voort.
Agualusa kreeg de beschikking over haar dagboek en gedichten, en er waren foto’s van de teksten op de muren. Goud! ‘Desondanks is wat u zult leven fictie. Pure fictie’.
Tot zelfmoord drijvende ritmes
Bij De meester van de trommels is er weer de genrekeuze. Getuigenis, roman of hoe u het ook wilt noemen? Ik wil het een roman noemen, de uitgever ook. Dat Agualusa via zijn verteller de mogelijkheid van een getuigenis noemt, wil zeggen dat hij niet wenst uit te sluiten dat de vele onverklaarbare elementen in het boek op waarheid berusten. Bijvoorbeeld, om het belangrijkste element te noemen, dat soldaten uit wanhoop zelfmoord plegen, collectief maar ieder voor zich, als ze bepaalde ritmes op een trommel horen. Zwaarbewapende en getrainde soldaten slaan de hand aan zichzelf door gekmakende ritmes. Zou het? Magisch is ook het realisme van de vrouw die de geheimen van onzichtbaarheid kent. Wat Agualusa heel wijs doet, is dit soort verhalen zonder al te veel exuberante magie te schetsen. Hij wordt wel eens vergeleken met Gabriel Garcia Marquez maar hij blijft veel dichter bij de grond, wat de claim van ‘waarheid’ ten goede komt.
Tien intermezzo’s bouwt Agualusa in. Waarin de verteller achtergrond geeft, de lezer direct aanspreekt, reflecteert op het verhaal, zich een woordendemiurg noemt en, in de negende, bekend maakt dat ze een vrouw is. Haar naam: Leila Pinto. Wie door ‘getuigenis’ al dacht dat auteur en verteller samenvallen, niet dus. In het negende intermezzo schrijft ze dat ze zich niet in staat acht ‘de scènes van mannelijk geweld voor te stellen of ze te beschrijven, want dat vereist een verlaging van mijn intelligentie en mijn gezond verstand als vrouw – als vrouw van de eenentwintigste eeuw’.
Henjengo, hij die de trommels beheert
Geweld zit er veel in Meester van de trommels. En magie dus. De dodelijke magie van de trommels. Wie de trommels beheert, de henjengo, heeft de kracht de baas van het land te worden. Wanneer luitenant Jan Pinto – grootvader van Leila – vanuit Portugal naar Angola wordt gestuurd – de zaken moeten weer eens op orde worden gesteld – ziet hij een oude vriend terug: Kavita. Laat die nou net zijn uitgeroepen tot de henjengo.
Eerder dan over de gespannen geschiedenis van Angola en Portugal geeft de roman een beeld van het koninkrijk Bailundo, nog altijd onderdeel van Angola, maar met eigen koningen en met een beperkte mate van autonomie. Agualusa is geboren in Huambo, een stad in Bailundo. Agualusa speelt met de feiten. Hij doet in deze roman net of Bailundo niet is gevallen voordat Angola in de jaren zeventig onafhankelijk werd. ‘Deze roman is een vrije navertelling van enkele aspecten van de zo rijke geschiedenis en mythologie van het Ovimbundu-volk. Het Koninkrijk Bailundo is nog springlevend.’
De kracht van de gekmakende, tot collectieve zelfmoord roerende trommels wordt tegen het einde op verrassende wijze doorgetrokken tot de deejay-cultuur in het westen. Als soldaten er niet tegen kunnen, hoe zit het dan met de dansers en luisteraard in het algemeen? De dodelijke ritmes zijn op cassettebandjes opgenomen en wat als die bestanden worden losgelaten op de dansvloeren? Via streams tot in de woonkamers en koptelefoons. DJ Henjengo: ’Ik dacht: de rechtvaardigen zullen overleven. Het leven zal overwinnen.’ Daarom fluit toch in de laatste regels de andua weer.
José Eduardo Agualusa: Meester van de trommels.
228 p’s. Vertaling: Harrie Lemmens. Koppernik.
De schrijver is in het weekend van 22 tot en met 25 januari in Den Haag op het Writers Unlimited Festival.