Deze week nog in Florence: Mark Rothko, inclusief de twee ‘Nederlandse’ colorfield paintings van hem. Tientallen van die grote doeken hangen er om in op te gaan, maar de echte verrassing is te vinden in museum San Marco, een oud klooster, waar vijf werken zijn geplaatst in cellen waar Fra Angelico in de vijftiende eeuw fresco’s heeft geschilderd. 


door Theo Hakkert


Nee. Niet doen. Niet meteen naar Palazzo Strozzi lopen, hoe groot in Florence de verleiding ook is. Daar hangen inderdaad de beroemde kleurvak-schilderijen van Mark Rothko (1903 – 1970), de allicht grootste van de Amerikaanse abstract-expressionisten. De colorfield paintings en een selectie uit zijn vroegere werk zijn voor straks. Eerst terug naar de vijftiende eeuw, maar toch in Rothko’s kielzog.

(tekst gaat door onder de foto)

Fra Angelico: Annunciatie. In museo San Marco.

In 1950, twintig jaar voor zijn overlijden, kon Mark Rothko het zich voor het eerst veroorloven naar Europa te reizen. Hij was toen 47. Best laat voor een kunstenaar om zo diep beïnvloed te worden door wat hij in Florence zag, maar hij was dan ook al in de twintig geweest toen hij begon. Hij bezocht het klooster San Marco waar door Fra Angelico in de vijftiende eeuw fresco’s waren geschilderd in de cellen waar de monniken overnachtten. Bij de eenvoudige monniken allemaal een kruisiging, bij de abt, prior en andere leidinggevenden een ander Bijbels tafereel. Het idee was dat de monniken deze fresco’s bij het ontwaken zagen en er inspiratie uit haalden voor de dag die voor hun lag. Jezus had zijn leven gegeven. Dus: niet miepen, aan de slag.
Rothko raakte gebiologeerd door de cellen, door de fresco’s, hij kwam de volgende dag zo weer. En zestien jaar later nog eens.

Schilderijen zonder titel, het zou maar afleiden

In 1950 was Mark Rothko nog niet zo lang, pas een jaar of drie, bezig met de schilderijen waar zijn faam op is gestoeld: colorfield paintings. Kleurvakken, zwevend over het doek. Bij hem gestapeld, dus niet naast maar boven en onder elkaar. Verschillende kleuren, een enkele keer ton sur ton, zoals op een van zijn bekendste werken: ‘Orange Red Yellow’ (uit 1961) – wat geen titel is die van de kunstenaar komt. Hij nummerde ze of zelfs dat niet. Er zijn nogal wat schilderijen ‘Untitled’. Het zou maar afleiden en sturing geven aan de toeschouwer; niets moest storen bij de beleving. Een beroemde uitspraak van hem is : ‘Silence is so accurate’.

Het is niet zonder betekenis dat hij rond 1947 met colorfield paintings begon en in 1950 geroerd, zo niet geobsedeerd raakte door de fresco’s van Fra Angelico in de San Marco. Zo monomaan als zijn abstracte werk werd – het werd steeds intensiever ook, streng in een bepaald opzicht; zich afgesloten voor andere kunstvormen had hij zich in 1950 bepaald niet. 

Het klooster met twee corridors en vierenveertig cellen is nu een museum en daar is bij een aantal van de Fra Angelico-fresco’s een schilderij van Rothko geplaatst die als het ware met die kruisigingen in gesprek gaan. Een zeer indrukwekkend deel van de tentoonstelling die elders in Florence, in Palazzo Strozzi de apotheose beleeft.

Wat Rothko zo aantrok aan de fresco’s is de spiritualiteit die eruit sprak. Zijn zoon Christopher: ‘Dit is wat hij wilde voor wie naar zijn schilderijen keek: dat ze zijn kunstwerken zouden zien als bronnen van inspiratie, spiritualiteit en contemplatie.’ Contemplatie die inherent is aan de stilte van de cellen, op zich al prikkelarme plekken. De situatie ter plekke: een mens alleen met een indringend devoot beeld en dan ook nog eens de kleuren.
De wanden zijn niet spierwit, ze hebben een zandkleur. Fra Angelico heeft de fresco’s, die ook zachte tinten hebben, lichte randen gegeven, wat benadrukt dat het kunstwerken zijn die – maar dit is een illusie – van de wand getild zouden kunnen worden. In vijf cellen zijn kleine werken van Rothko, uit verschillende perioden, bij de Fra Angelico’s geplaatst. Het effect is verbluffend. Stilmakend ook – en het is al zo stil in de cellen. ‘Silence is so accurate.’

(de tekst loopt door onder de foto)

Gekozen is voor werken waarin kleuren uit de fresco’s terugkeren in de bijgeplaatste Rothko’s of eigenlijk andersom. Zo hangt er een ‘Untitled’ uit 1958, een kleine, van olieverf op papier en dat weer op hardboard bij Fra Angelico’s ‘Noli mi tangere’. Christus maakt een gebaar naar de knielende Maria die zijn wonden wil verzorgen: raak me niet aan. In Rothko’s kleine colorfield painting zit een kleur verwant aan het zachte rood van Maria’s kledij.

Een zacht rood dat we ook zien in de kleding van de engel Gabriel die op de Annunciatie aan Maria de blijde boodschap komt verkondigen. De Annunciatie hangt bovenaan de trap naar de corridors en wedijvert, door de eenvoud en kleurstelling, qua schoonheid met de veel kleurrijkere versie van Leonardo da Vinci die in de Uffizi de show steelt.

Al net zo goed gevonden is de combinatie van een Rothko uit 1944, van voor zijn abstracte periode, met een fresco dat Christus toont aan de voet van de Olijfberg. De wijde armen zijn met enige goede wil terug te vinden in de vormen die te zien zijn op de Rothko.

(onder de foto gaat de tekst verder)

Daarna pas door naar Palazzo Strozzi. Voor de intrigerende grote doeken waar de beschouwer in verdwijnt, aangezogen door de grote kleurige vlakken die bij nadere beschouwing niet stilstaan, maar licht-vibrerend lijken te leven. Drie, soms twee vlakken van een andere kleur boven elkaar, omringd door een soort frame van dezelfde kleur. Sommigen zien het niet, ervaren niets; anderen worden opgetild en gaan in de doeken op. Dat is wat Rothko zocht, vandaar de formaten. De twee uit Nederlandse musea, uit Rotterdam en Amsterdam hangen er ook.

Maar ook hier gaat van alles aan vooraf. Werk uit de periode vóór 1947. Hij is vrij laat begonnen, aangestoken door een tekencursus nota bene. Dus stillevens, portretten, naakten naar model. Grote voorgangers als Matisse, Goya en Michelangelo lieten hun invloed gelden. Aan de wanden van Strozzi zien we de figuren verdwijnen om geheel op te lossen. De kleurvelden verschijnen, al vroeg culminerend in ‘No 3 / No 13’ uit 1949. Een fors zwart blok tussen twee gele strepen met daaronder groen op een oranje ondergrond.

(de tekst gaat door onder de foto)

Blik op een van de laatste zalen.

Door de jaren heen verdwenen de fellere kleuren rood, oranje en geel en traden groen en blauw naar de voorgrond. Toen zijn lichamelijke klachten door alcoholverslaving en roken hem het werk  – en het leven an sich – onmogelijk maakten, bleef Rothko werken. Aan het afnemende kleurgebruik is zijn lijdensweg af te lezen. Hij eindigde het nadat er alleen nog grijze en zwarte vlakken over waren gebleven.

Er is nog een derde plek van de tentoonstelling. In de vestibule van de Biblioteca Medicea Laurenziana, ontworpen door Michelangelo, hangen ook twee colorfield paintings.

Rothko a Firenze. Nog tot 23 augustus.

Dit is het eerste van een serie verhalen over kunst die te zien is in Italië deze zomer

Foto’s: VersTwee