Als de grote wereldramp zich voltrekt, is een ondergrondse stad in een berg in Kazachstan dan de plek om te overleven en op een nieuwe wereld te wachten? Op een dieper niveau stelt Richard Osinga in zijn roman Bunker de vraag wat een leven eigenlijk voorstelt in tijden dat de overheid nog maar één instrument heeft: de vrijheid van het individu inperken.
door Theo Hakkert
Fragment
‘Hoewel het risico op een echte catastrofe niet kan worden uitgesloten, is de meest waarschijnlijke dreiging waarmee de mens wordt geconfronteerd de chronische disfunctie van het politieke en economische systeem.’
Van Mark Zuckerberg, hij van Facebook, wordt gezegd dat hij een ‘doomsday-bunker’ laat bouwen op Hawaii. Mocht de wereld vergaan, dan kan hij – met familie en een beperkt aantal vrienden, zo valt aan te nemen – daar overleven en mogelijk het begin van een nieuwe wereld meemaken. Als er al een nieuw begin komt.
Van andere superrijken wordt wel beweerd dat zij land hebben gekocht op Tasmanië, het grootste eiland ten zuiden van Australië, om daar de nieuwe tijd af te wachten. Wat daarvan waar is, en wat heb je aan miljarden als ze in het systeem zijn verdwenen en je ze sowieso niet meer uit kunt geven omdat er niemand meer is?
Hoe dan ook zijn eilanden blijkbaar in trek. Dat is niet zo in Bunker, de nieuwe roman van Richard Osinga (1971). De raadselachtige tech-miljonair Nadir ziet wel, net als collega Zuckerberg, mogelijkheden om te overleven in een bunker, maar die bouwt hij in een berg in Kazachstan. Bepaald geen eiland, maar wel ver, ver weg van de westerse wereld.
Geen theeplanten, een slecht voorteken
Bunker is een woord dat niet helemaal past op dit over-ambitieuze project. Hij bouwt er een ondergrondse stad die geheel zelfvoorzienend is en plaats biedt aan veertig personen. Voor dat zelfvoorzienende komt nogal wat kijken. Want als de wereldramp zich voltrekt, is de kans groot dat alle water vervuild raakt. Dus moet water zo worden gezuiverd dat het drinkbaar blijft cq wordt. En hoe regel je daglicht in een berg? Welke planten moeten er groeien om het voedsel op peil te houden. En hoewel Nadir overal aan lijkt te denken, vergeet hij bijvoorbeeld theeplanten. Terwijl zijn moeder juist graag thee wil blijven drinken. Een slecht voorteken.
Zijn moeder, ja, hij besluit haar een plek in de bunker te geven. Of hij daar spijt van krijgt, blijft als vraag lang boven de roman hangen. Wanneer zij medische hulp nodig heeft, blijkt er ook geen operatiekamer (en chirurg) aanwezig.
Zoals de lezer al snel leert, is het voor Nadir in de eerste plaats een experiment. Hij liegt de personen voor dat ze voor altijd, maar hoe dan ook tien jaar, in de bunker zullen blijven, maar zijn plan is om na een jaar een eind aan het experiment te maken – duizend maal excuus, sorry dat jullie proefkonijnen waren.
Dat voorliegen laat hij over aan Cindy, een jonge vrouw die hij weet te overtuigen van de waarde van het experiment. Zelf zit ze ook in de bunker, maar zij is de enige die weet dat het na een jaar stopt – ja, Big Brother is nooit ver weg. ‘Het voortbestaan van de mens als soort is in het geding,’ houdt ze zichzelf voor.
Fragment
‘De complexiteit van het bestaande politieke en economische systeem voegt voor de meeste burgers niet langer waarde toe. Zij voelen zich bekneld door regelgeving, maar het politieke systeem is niet in staat zich aan te passen. Elke nieuwe uitdaging leidt tot nieuwe wetten, een nieuw ministerie, een nieuw stelsel van subsidies en heffingen, want dat zijn de enige instrumenten die een overheid kent. Opwarming van de aarde, extreem weer, migratie, een nieuwe pandemie: het zijn reële problemen, maar de oplossingen nemen de burgers hun laatste stukje vrijheid af. Een overheid heeft maar één instrument en dat is het beperken van de vrijheid van het individu.’

Wat Osinga in zijn achtste boek mooi laat zien is hoe foutieve informatie mensen tot nadenken en handelen zet vooral uit vrees. Op allerlei manieren wordt de mensheid angst aangejaagd. Wat nog te geloven in deze tijden van eindeloze leugens, verdraaiingen, fake news en onbetrouwbare social media (nietwaar, Zuckerberg – goede naam trouwens voor een berg in Kazachstan, maar dit terzijde)?
‘Voor elke angst is er iets,’ schrijft hij.
Met de deur van de bunker gaat voor wie binnen zit meteen de wereld op slot. Communicatie met de buitenwereld is er niet meer. Gezegd wordt dat alles platligt. Geen elektriciteit, geen internet, niets. Nadir beweert dat hij met een helikopter is wezen kijken in steden in Kazachstan en Rusland. Uitgestorven. De ramp zou zich hebben voltrokken.
De sterkste passages volgen dan. Wanneer de bewoners zich langzaam realiseren wat zich buiten mogelijk heeft afgespeeld, gaan ze zich afvragen wat ze eigenlijk van het leven verlangen.
Fragment
‘De woorden van Cindy verlammen hen, een op hol geslagen fantasie belet de meesten te huilen. Ze hebben de angst voor de buitenwereld onderling aangewakkerd in hun boze gesprekken over het nieuws, misschien zijn ze naar dit moment gaan verlangen, zo woedend waren sommigen op de wereld, op het onvermogen van politie om boven zichzelf uit te stijgen, op de miljoenen die gewoon doorgingen met waar ze mee bezig waren zonder te begrijpen dat het menens was. Maar zelfs een zeker verlangen naar het einde van de wereld kan je niet voorbereiden op de mededeling dat je niet meer naar buiten kunt.’
Wat was en is dat leven van jou dan? Stelt het allemaal wel zo veel voor? Hoog tijd voor nieuwe introspectie.
Osinga vertelt het verhaal in korte hoofdstukken die als titels de namen dragen van de drie personages die er om en om in centraal staan. Inaya, de moeder van Nadir, Cindy en Jonas, de kompaan die het al snel niet langer vertrouwt, een Nederlander overigens.
Nadir krijgt geen hoofdstukken, hij is van horen zeggen, we zien hem alleen door de ogen van deze drie anderen. Het enigma blijft in stand.
Met tussendoor, met & als titel, korte stukken over de uitverkorenen – laten we zo noemen. Ieder met hun eigen persoonlijkheid, ervaringen, ideeën. Een daarvan verwijst naar Osinga’s roman uit 2019: Wie de rechtvaardigen zoekt.
Een tocht gemodelleerd naar Faulkner’s As I Lay Dying
Er zitten wel meer verwijzingen in. Een speelse naar de openingszin van Tolstoj’s Anna Karenina: ‘Op social media lijkt iedereen op dezelfde manier gelukkig, maar ze wil zien met wie Chaya gelukkig wil lijken.’ Chaya is de vriendin van Cindy, die ze met tegenzin buiten de bunker en de waarheid van het experiment heeft gehouden.
Veel belangrijker is de verwijzing naar William Faulkner’s As I Lay Dying. In die roman – qua stijl en vorm en inventiviteit een van de meest grensverleggende van de vorige eeuw – probeert de familie van Addie Bundren uitdrukking te geven aan haar laatste wens. Ze wil begraven worden in haar geliefde Jefferson en niet in de streek waar haar huwelijk haar naar toe heeft gebracht. Een reis die wordt verteld vanuit verschillende perspectieven en stemmen. Osinga varieert hierop, in zijn meest toegankelijke én actueel-geopolitieke roman tot nu toe, wanneer Cindy en Jonas op hun manier proberen het leven te redden van Inaya.
Richard Osinga: Bunker
Roman. 286 p’s, Wereldbibliotheek