Antwoordliteratuur: laat iemand het verhaal
van Eefje in Alles voor de reis van
Adriaan van Dis vanuit haar perspectief schrijven
Schrijvers kunnen meedogenloos zijn. Of het nou vrienden betreft, collega’s, familie, partners, liefdes voor lang of één middag, kinderen, buren – noem maar op. Alles schrijven ze op als het zo uitkomt. Onder het mom van ‘alles moet gezegd kunnen worden’ – en ze geven er een hoogsteigen draai aan, want ‘zo heb ik het beleefd’. Maar wat nu als die personen expliciet hebben aangegeven dat ze per se niet als personages in een roman willen fungeren?
door Theo Hakkert
Televisiemaker Ellen Jens (1940 – 2023) was getrouwd met programmamaker Wim T. Schippers (83) en had ook 38 jaar lang een relatie met televisiepresentator en schrijver Adriaan van Dis (79) van wiens populaire boekenprogramma ‘Hier is… Adriaan van Dis’ zij de regisseur en eindredacteur was. In de wereldjes van de letteren en de televisie was hun affaire geen geheim. Van Dis heeft nu, na Jens’ overlijden, een roman over hun liefde geschreven waarin zij Eefje heet en Schippers wordt aangeduid met ‘de Ander’: Alles voor de reis. Ondertitel: Een roman over liefde en leugens.
De vraag is of Ellen Eefje heeft willen zijn. In de roman is Eefje terminaal ziek. De verteller, in wie wij Adriaan van Dis mogen herkennen, zit naast haar bed in het hospice waar ze zal sterven en ze halen, zo lang zij daartoe in staat is, herinneringen op aan hun samenzijn. Vaak waren ze op reis, vaak om schrijvers te bezoeken die mogelijk in hun programma ‘Hier is… Adriaan van Dis’ te gast zouden kunnen zijn – en vaak saaie mannen bleken te zijn, niet voor televisie geschikt, maar dit terzijde – en de reis was gezellig. Ook zocht Eefje hem op in de tijd dat hij in Parijs woonde. Het is een prachtig verwoorde kroniek van een mooie liefde, vanuit zijn perspectief.
Misschien wordt dit gevangen in deze zin uit het Nawoord waarin hij stilstaat bij de vraag of het echt zo is gebeurd: ‘Om ruimte te geven aan de magie heb ik de werkelijkheid meer dan eens op reis gestuurd’. Het is Van Dis’ verhaal van hun verhaal.
Terug naar de vraag of Ellen Eefje heeft willen zijn. Op pagina 193 schrijft Van Dis:
‘Ben je nu boos? Verklap ik geheimen? Bij leven schrapte je tientallen zinnen uit mijn romans omdat je niet in mijn verhalen wilde figureren. Ik mocht met geen woord over onze liefde schrijven. ‘Kan dat weg?’ Het zou de Ander pijn doen.’

Foto: Rob Bogaerts/Anefo / Wikimedia Commons
Een blauw koffertje
Ze spraken in het openbaar ook nooit over hun liefde. Deze omerta hebben ze al die jaren volgehouden. Knap, want uit de roman valt op te maken dat Van Dis het vol euforie van de daken had willen schreeuwen. En dan toch, of juist hierom, deze roman.
Hij denkt dat Eefje hem kort voor haar overlijden indirect alsnog toestemming heeft gegeven, mogelijk vanuit het besef dat een schrijver zich nu eenmaal vrij voelt om genadeloos te zijn en altijd op zijn woord kan terugkomen. Die toestemming heeft de vorm van een blauw koffertje.
‘Waarom droeg je een week voor je dood een nichtje op om dat blauwe koffertje uit je werkkamer naar het hospice te brengen? Een hele vracht gevuld met al je agenda’s en dagboeken – vanaf 1987.’
En dan meteen daarna deze cruciale zin: ‘Je wilde dat ik over je schreef: een uitnodiging tot de reis.’
Nogmaals: het staat Van Dis vrij om alles te schrijven wat hij wil, maar wat staat hier, wat zit er achter deze zin? Heeft Eefje hem expliciet vertéld dat ze wilde dat hij over haar zou schrijven (nota bene: niet over ‘ons’) of legt hij het gebaar zo uit dat ze hem, zonder woorden, aangeeft dat hij hun omerta na haar overlijden mag beëindigen door over haar te schrijven?
Maar zich baseren op haar geschriften doet hij niet.
Het past allemaal wel binnen het oeuvre van Adriaan van Dis, dat nu eenmaal heel persoonlijk is en waar veel familieleden en nabije kennissen, binnen de magie waarmee hij de werkelijkheid op reis heeft gestuurd, in opduiken. Vader, moeder, gezin, dus waarom zijn grote liefde niet?
‘de Ander’ als contrast
Van Dis heeft gemeend het niet bij die grote liefde te moeten laten. Een aantal keren noemt hij expliciet ‘de Ander’, alsof hij de omvang van hun liefde wil benadrukken en wil aflezen (en aan de lezer wil tonen) in contrast met haar andere liefde, haar echtgenoot. Het effect is juist dat hij daarmee geen grootsheid laat zien bij zichzelf, maar zich eerder kleineert. Dat hij haar vier dagen per week bij zich had en dus ‘de Ander’ maar drie – sliep uit, sliep uit. En dat hij meer van haar as heeft dan ‘de Ander’. Om het met Herman Finkers te zeggen: dat heeft zo’n jongen toch niet nodig.
Of kon hij als schrijver niet zonder dit kleinzielige contrast omdat zijn liefdesroman dat nodig heeft? Als je niets anders weet om een Bouquet-reeks deel te voorkomen, ook al voer je een fijne pen? Dat literaire extra’s is er wel. In de vorm van Alles voor de reis – het in flashbacks terugkijken op hun 38 jaar samen tot de dood erop volgt – zit genoeg om het zonder ‘de Ander’ te kunnen. Het haalt de roman slechts omlaag.
Relatie voorbij het huwelijk
En dan nog iets, één. Hij zou Eefje altijd bij zich willen hebben, wat eigen is aan grote liefdes. Tegelijkertijd schrijft hij dat het huwelijk niets voor hem is. Waarom zou het huwelijk ook het hoogst haalbare zijn in een relatie? Het is vreemd dat het idee niet bij hem opkomt dat hij met Eefje een unieke band heeft, die qua ontspanning, intensiteit, diepgang van hun gevoelens en intimiteit veel verder gaat dan een huwelijk, een instituut waar toch ook de nodige negatieve connotaties aan hangen.
En dan nog iets, twee. Wat zou ik graag Eefje’s kant van het verhaal horen. Nog vrij recent schreef Anne Mieke Backer de roman Ik was dat meisje. Het ‘antwoord’ van het meisje in de roman Spel en tijdverdrijf van James Salter. Zij voelde zich gebruikt, voor de Amerikaan in de roman was zij een kortstondige Europese affaire, voor haar was hun liefdeszomer bepalend voor haar verdere leven.
Voor ‘antwoordliteratuur’ hoeft er geen sprake te zijn van dominantie van de een over de ander, dus zou er een zeer interessante roman te schrijven kunnen zijn over Eefje en haar minnaar, met haar blik op die periode. Bronnen genoeg. Van Dis schrijft dat ze dagboeken en agenda’s bewaarde in een blauw koffertje, maar wijdt daar verder niet over uit. Een roman vanuit haar perspectief met gefingeerde details uit de dagboeken en de agenda’s zou ik graag lezen. Het geeft Eefje bovendien de kans te vertellen hoe zij vindt dat ‘de Ander’ in het verhaal past en of hij die ‘kleine’ aanmerkingen verdiend heeft – of niet.

Foto: Wandering Trad / Wikimedia Commons
Een gat van veertig jaar
Ook Julian Barnes (80) heeft gemeend tegen de herhaalde uitdrukkelijke wens van zijn vrienden in hun verhaal in wat hij aankondigt als zijn laatste boek op te nemen. Aangenomen dat het niet allemaal fictie is, heeft Barnes deze personen twee keer aan elkaar gekoppeld, met een periode van veertig jaar ertussen. Vertrek(punt) is een boek rond ‘een gat’, want in die veertig jaar is hij Stephen en Jean niet meer tegenkomen, niet samen, maar ook niet een van de twee.
Hun verhaal, met alle koddige momenten van dien – ‘Jij, kutschrijver!’ roept Jean als ze de tweede koppelpoging ontdekt – is de roman-draad in Vertrek(punt). In de rest schrijft Barnes nog eens over de thema’s die hem zijn hele schrijversleven hebben geboeid: herinneringen en het geheugen – alleen een schrijver is onbetrouwbaarder -, Frankrijk inclusief de literatuur, de liefde. Daar is in latere jaren de dood bijgekomen. Zeker na het overlijden van zijn vrouw Pat, en nu hij tachtig is en meer en meer zijn sterfelijkheid voelt, al heeft hij niet meer last van nachtelijke paniekaanvallen, is dat een thema geworden. Mooi verwoord, om niet te zeggen schitterend, maar nieuw is het ook weer niet.
Mooi ook is hoe hij erin slaagt zijn vrij unieke aandoening – niet te genezen, maar hij zal er ook niet aan sterven, tenzij er een mutatie optreedt – vol humor te beschrijven. Hij heeft een indrukwekkende kennis opgedaan van medische termen en jongleert ermee zoals Barnes dat nu eenmaal kan. Altijd die lichte toets, niet vrij van klunzigheid.
Maar genadeloos is hij ook. Ontrouw. Stephen en Jean voorvoelen wel dat omgang met een schrijver ertoe kan leiden dat je van een persoon een personage wordt en ze zeggen hem herhaalde malen dat ze het absoluut niet willen. Barnes schrijft dat uitgebreid op. Om het dan glashard toch wel te doen.
‘En wat heb ik met Stephen en Jean gedaan? Nadat ze waren overleden, heb ik over ze geschreven; ik heb mijn belofte aan elk van beiden verbroken en geparasiteerd op hun leven. Wie van ons was het meest immoreel? De vraag stellen is hem beantwoorden, toch?’
Ja.
Adriaan van Dis: Alles voor de reis. Een roman over liefde en leugens.
204 p’s
Julian Barnes: Vertrek(punt). Vertaling: Jelle Noorman.
192 p’s.
Beide uitgaven: hardcover met omslag. Uitgeverij Atlas Contact