blog naar aanleiding van de rondvraag van de Volkskrant
naar de stand van de Nederlandse literatuur
door Theo Hakkert
Het was Oscar van Gelderen die mij ooit een ‘dark horse’ noemde. Hij was toen nog uitgever bij Vassallucci. In de Volkskrant prees hij mij, die man uit het oosten van het land die altijd zo goed beslagen ten ijs kwam. Met wie de schrijvers die hij van verre naar Nederland haalde het prima konden vinden. Matthew McIntosh moet gezegd hebben: ‘I wanted to tell him my whole life.’. Zei Oscar.
Vond ik een mooie positie. Niet hoog te paard, dat niet, maar op afstand. Distantie helpt tegen de waan van de dag.
En nu ben ik een kopstuk.
Geen idee hoe groot die groep werkelijk is, maar 27 ervan, kopstukken dus, kwamen aan het woord in de Volkskrant over de stand van de literatuur en het boekenvak nu het Boekenweek is. Mooie erkenning voor een dark horse op leeftijd. Ik geloof dat potjandorie alleen Mai Spijkers onder alle kopstukken ouder is.
Hendrik-Jan de tuinman
Een diversiteit aan vragen kwam binnen. Wel over het Boekenweekgeschenk, omdat daar al veel kritiek op was; niets over het het thema Generaties, al heeft de CPNB slim de oude Hendrik Groen – de neef van Hendrik-Jan de tuinman – gekoppeld aan de jonge Doortje Smithuizen. Volgend jaar een ander duo en dezelfde discussie. Wie is de lezer eigenlijk, ik las dat het geschenk in het Fries in no time was uitverkocht? Misschien kochten ze, om het geschenk geschonken te krijgen, wel Eindeloos vertier van David Foster Wallace.
De rondvraag gaf goed aan hoe veelkantig zo’n discussie is. De een heeft genoeg aan een bekende auteursnaam, een ander wil Literatuur, weer een ander een geschenk voor iedereen et cetera, een vierde sowieso een vrouw.
Niet alle antwoorden haalden de krant en/of de site. Nu ga ik dus mezelf citeren aan de hand van de aantekeningen van een Volkskrant-journalist.
Een grote stadsroman
Bijvoorbeeld deze vraag:
Ooit was de Tweede Wereldoorlog het grote overkoepelende thema van deNederlandse literatuur. Is er nu zo’n thema aan te wijzen?
‘De Nederlandse literatuur kijkt erg naar binnen. Een cliché misschien, maar wel waar. Kijk naar de longlist van de Libris Literatuur Prijs, dat bevestigt wel het beeld dat de Nederlandse literatuur heel vaak gaat over een specifiek particulier probleem. Er wordt wel geprobeerd om daar een universele betekenis aan te geven, maar vaak denk ik: daar gaan we weer. Het is nu weleens klaar.
‘Ik zou graag eens een grote Nederlandse stadsroman willen lezen. Iedereen zegt wel wat veel literatuur zich afspeelt in de Amsterdamse grachtengordel, maar wanneer heb jij voor het laatste een dikke roman van meer dan vijfhonderd pagina’s gelezen waarin Amsterdam in zijn totaliteit, met al zijn rumoer en verscheidenheid, centraal staat? Ik kan het mij niet hherinneren.’
Van der Heijden, zei ik nog. Pfeijffer woont daarvoor te ver weg, dacht ik erachter aan. Wieringa is niet in steden geïnteresseerd, alleen zijn Boekenweekgeschenk speelt daar.
Latijns-Amerikaanse durf
En dit antwoord haalde het ook niet.
Wie is de meest innovatieve uitgever?
‘Koppernik. Die geven boeken uit met zoveel liefde, van zowel nationale als internationale bodem. Zij geloven nog ouderwets in kwalitatieve literatuur, waar het ook vandaan komt, met werk van auteurs als David Foster Wallace.’
Ik weet ook wel dat Koppernik zo klassiek is als maar even kan. Kwaliteitsliteratuur uitgeven zonder hip gedoe is mij innovatief genoeg.
‘Ja, je kunt zeggen dat er te veel wordt uitgegeven in Nederland, maar tegelijkertijd verschijnt er ook heel veel kwalitatief goed werk juist niet. Bijvoorbeeld het werk van de Duitser Michael Lentz, een groot schrijver van experimentele teksten. Of Zuid-Amerika, daar wordt nog altijd heel veel uitdagende literatuur geschreven, maar daar hebben we helaas nauwelijks zicht op omdat uitgevers zich er niet meer aan durven te wagen, het is financieel risicovol.’
Wat ik niet vertelde is dat ik jarenlang, tot het door Brexit dubbel te duur werd, een ‘abonnement’ had op wat een Schotse (!) uitgeverij uitgaf aan in het Engels vertaalde, vaak jonge schrijvers – post-Bolaño – uit Latijns-Amerika die hier op een enkeling na – Adriana Harwicz – niet worden vertaald. Daar leeft de durf nog.
Testcase Tandenjager
Of een oudere witte man nog de Libris Literatuur Prijs kon winnen? Ik zei: ‘Natuurlijk kan een oudere witte man nog altijd de Libris Literatuur Prijs winnen. En de testcase is dit jaar. Deze editie van de prijs moet wat mij betreft toegekend worden aan Auke Hulst voor zijn roman Tandenjager. Het is gewoon het beste boek dat op de longlist staat.’
De rondvraag ging rond voordat de shortlist bekend werd gemaakt. En daar staat Tandenjager niet op. Ik vermoed dat Auke Hulst graag ‘oud’ genoemd had willen worden, als zijn roman die erkenning wel had gekregen.