Na Blue Ruin van Hari Kunzru is er weer een grootse roman over wat de kunst en het leven voor elkaar kunnen betekenen. Dave Eggers schreef met Contrapposto zijn allermooiste.


door Theo Hakkert


Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar in Contrapposto, de nieuwe roman van Dave Eggers (geb. 1970) vormen die ongelukjes een hele reeks. Het ene ongeluk heeft grotere gevolgen dan andere, dat wel, dat ook.
Jed, een goede vriend van beide hoofdpersonen Olympia en Cricket, lijkt de eerste Golfoorlog te overleven, maar na de verdrijving van Saddam Hoessein rijdt hij in een fatale greppel.

Cricket zelf slaat op latere leeftijd met zijn fiets over de kop en kan daarna zijn armen niet meer tot boven zijn schouders opheffen. Ergens is dat veelzeggend, want in de roman gaat het veel over model zitten voor tekenaars en de armen slecht kunnen bewegen is een enorme beperking.

En dan is er nog het opmerkelijke ongeval waar Cricket al vroeg in de roman getuige van is. Een vrouw op witte schoenen – hoe dit soort details blijft hangen? – wordt in de stad aangereden door een auto. Ze overleeft het, maar haar haren raken verstrikt in de grille – nog meer details. De chauffeur vlucht rennend weg. Cricket, die al jong over een groot tekentalent blijkt te beschikken en dus goed heeft leren observeren, slaat het signalement van de man goed op. Hij geeft zijn telefoonnummer door aan de politie en verwacht een telefoontje, want met zo’n goede omschrijving moet de vluchtende man te traceren zijn; hij heeft bovendien de auto achtergelaten. Dat telefoontje komt niet. Wat de verwachting wekt dat Cricket de man later in de roman, mogelijk zelfs jaren later, opeens zal herkennen. Ik laat open of dit gebeurt.


Voor iedere Olympia een naam

Ongelukken is een van de running gags in Contrapposto. Een andere is het spel met namen, met name die van Olympia. Ze is een veelkantig personage en dat wordt prachtig weerspiegeld met de verbastering van haar namen. Pia, Olly, Lym.

In een interview met Trouw noemt Eggers haar ‘een stuiterbal’ en dat klopt. Alles aan haar is dynamisch, wat steeds uiting vindt in een andere look. Cricket is met haar vergeleken eerder eendimensionaal en introvert. Hij is totaal verslingerd aan haar en hoopt iedere keer wanneer ze weer opduikt – want hoe ze ook door het leven vlindert, zij zoekt hem steeds weer op – dat ze bij elkaar zullen blijven. Ook dit laat ik open.

Waar ze elkaar vinden is in de kunst, al zijn hun visies op kunst al net zo niet-compatibel. Hij is al tevreden met een gelukte tekening en later schilderij. Het moment van creëren, wat een lang moment kan zijn, is voor hem het enige dat telt.
Zij weet hoe de kunstwereld werkt, waar het geld zit en hoe daar op in te spelen. Ze bezoeken een examenbespreking op een academie. Daar krijgt een jonge kunstenares die een realistisch kunstwerk heeft geschilderd de wind van voren. De kritiek komt in bakken, van docenten en mede-studenten. Tot Carpenter, een doorgewinterde docent, het voor haar opneemt en de anderen de les leert. Een ideale setting voor Eggers om de contrasterende opvattingen over kunst tegen elkaar op te laten botsen – in zekere zin ook een ongelukje.

Stuiterbal als kwade genius

Een van de studenten die fulmineert tegen de studente is Kyle. Cricket is hem al snel vergeten, maar Olympia niet. Jaren later heeft Kyle zich weten te ontwikkelen tot een Damien Hirst-achtige kunstenaar, met tientallen mensen in dienst die de kunst voor hem maken. Kyle levert alleen de ideeën, zelf maakt hij niets. Een inkijkje in de wereld van dat deel van de kunstwereld waar de exorbitante prijzen in omgaan. Niets voor Cricket, al leent hij zich wel voor hand- en spandiensten. Nodeloos te zeggen dat Olympia hier de kwade genius blijkt te zijn die voor het einde van deze episode verantwoordelijk is.

Contrapposto is bovenal een liefdesroman. Stuiterbal laat zich niet vangen, wat Cricket ook probeert wanneer ze weer eens opduikt. De vonken vliegen eraf, maar snel is ze alweer weg, en elke hoop wordt bij hem al snel de kop ingedrukt, want ze heeft altijd verhalen over steeds weer andere mannen. ‘Nooit eens vrouwen!’ Het leidt tot flitsende dialogen tussen de twee.
Wat ik het knapst vind aan de roman is hoe verfijnd Eggers van Cricket en Olympia schetst hoe ze ouder worden. Met elkaar, zonder elkaar en daar weer met elkaar. De laatste hoofdstukken, eerst in Phuket en later in Parijs, zijn wonderen van vertelkunst. Hoe de twee soms figuurlijk, soms letterlijk om elkaar heen draaien, vol levenswijsheid en tevredenheid, levert onvergetelijke scenes op. Gevoelige zielen wordt aangeraden tissues bij de hand te houden, al wordt het nergens larmoyant.

Door de roman heen strooit Eggers met namen van kunstenaars. Edgar Degas zou wat meer erkenning verdienen. In de hoofdstukken op de academies zit veel theorie, tot en met hoe kleuren dienen te worden gemengd. Eggers is zelf ook een meer dan verdienstelijk tekenaar. Een aantal van zijn tekeningen staat in het boek.

(lees verder onder het schilderij)

Edgar Degas: Le tub (in Musee d’Orsay)

Over schrijven gaat het zelden, maar de literatuurgek vraagt zich bij verschillende passages af of ze niet ook over schrijven gaan – al was het alleen maar omdat beide disciplines zich bedienen van de platte canvassen pagina en doek, en bij tekenen en schrijven allebei papier.

Deze passage bijvoorbeeld:

‘Als je iets goeds schept, is de wereld goed, dacht hij, Dan heb je vormeloze ideeën in kenbare vormen weten te vangen, je bent beter geworden – hebt zelfs verheffing gevonden – (…) je hebt iets gemaakt wat jezelf overstijgt. Als je het verkeerd doet, ben je niet meer dan een botte streber.’

Al begint het wel met Albert Camus. Hij is de eerste gedaante van Olympia: ze claimt dat ze zijn reïncarnatie is.

Contrapposto is in alles een klassieke roman. Zeven delen, zeven decennia, chronologisch verteld. Met mate in de tijd geplaatst. De Iraakse inval in Koeweit is een duidelijk herkenbaar ijkpunt. Het einde speelt in 1997, het jaar voordat het WK Voetbal in Frankrijk wordt gehouden, iets wat Eggers en passant laat vallen. Conclusie: dit is allemaal vorige eeuw. De roman voelt tijdloos aan. Door de ongelooflijk mooi beschreven knipperlichtrelatie van Olympia en Cricket, een nu al klassiek koppel in de literatuur.
Nooit meer zeuren over het einde van de roman zo lang romans van de allerhoogste orde verschijnen, zelfs binnen bekende vormen. Zoals deze van Dave Eggers, een grandioze verteller. Hij heeft vrij lang gedaan over Contrapposto. Op een gegeven moment zit Cricket voor een schilderij waar hij, na er eindeloos aan te hebben gewerkt, totaal tevreden over is. Zo kan Eggers naar deze roman kijken.

Dave Eggers: Contrapposto
Vertaling: Gerda Baardman, Betty Klaasse, Jan de Nijs, Bernard Wesseling 446 p’s. De Bezige Bij.

Foto Dave Eggers: Rhododendrites / Wikimedia Commons