In De Lakenhal in Leiden moet een mysterie worden opgelost. Met enige overdrijving kan worden gesteld dat het hier gaat om een cold case uit de kunstgeschiedenis, ook nog eens om die van de zeventiende eeuw, voor de schilderkunst een glorietijd, toch?

Meester I.S. – tronies of
portretten (van patiënten?)

De vraag in Leiden is: wie is de maker van deze schilderijen? Ze zijn, lang niet allemaal overigens, gesigneerd met een monogram of met initialen, maar de volledige naam is onbekend. Vooralsnog is het gebleven bij Meester I.S..

Hier is een fijnschilder aan het werk geweest. De tronies aan de wanden zijn tot in de finesses geschilderd. Door een tijdgenoot van Lievens, Rembrandt en Dou. De schilderijen van Meester I.S., van wie bekend is dat hij of zij actief was van 1632 tot 1658, gaan in de schitterend uitgelichte museumhal het gesprek aan met die tijdgenoten en ze zijn van dezelfde hoogwaardige kwaliteit.

Gelijkenis met fijnschilders Lievens en Dou

Veel meer is niet bekend, zelfs niet of er echt wel een band is met Leiden, waar het lijkt of een verloren stadgenoot thuis is gekomen. De werken komen van ver. Uit Montreal, Stockholm, Innsbruck. De band met Leiden is vooral gebaseerd op de gelijkenis met de schilderijen en dus de stijl van Lievens, Rembrandt en Dou, vooral Lievens, wat al bij het inleidende filmpje mooi in beeld is gebracht. De fijnschilderij is in die tijd in Leiden ontstaan en het is of Meester I.S. en Lievens een atelier deelden.

Maar een band met Leiden is allerminst zeker. Sterker nog: details op de schilderijen wijzen eerder op een kunstenaar uit Scandinavië, Polen of de Baltische staten. De kleding van de geportretteerden wijst in die richting. Ze dragen hoofddeksels uit die contreien. Hun bontmantels zijn bestemd voor koude streken.

Want onverlet laat dat hij of zij best in die jaren in Leiden of omgeving kan hebben gewerkt. De stad trok veel mensen aan uit verre streken. Onder meer door de universiteit en de handel. De Lakenhal heet niet voor niets zo.




De fraaie inrichting van de zaal met werk van Meester I.S. en tijdgenoten.
Prettig ook de stem van Anna Drijver in de audiotour. Foto: Vers Twee.

Blind oog, een wratje, een gezwel

Tronies zijn portretten van personen die niet op echte personen zijn gebaseerd. Hooguit heeft iemand model gestaan, maar op de meeste schilderijen van Meester I.S. gaat het niet om portretten van gegoede burgers die zich lieten vastleggen voor een mooie plek in de kamer of het trappenhuis.

Bij één categorie in het verfijnde oeuvre van Meester I.S. is het sterk de vraag of het toch niet om portretten gaat, maar dan van verder onbekend gebleven tijdgenoten van de schilder. Het betreft geportretteerden met een fysieke afwijking aan het hoofd. Een man met wat lijkt op een blind linkeroog. Een vrouw met een wratje aan een ooglid. Een man met een vergroeiing aan zijn neus, alsof het een hangende penis is. Ik moest even aan Arcimboldo’s schilderij ‘De jurist’ denken, dat een eeuw ouder is.

Met waardigheid en empathie

Geen vrolijke aanblik, maar stuk voor stuk zijn deze personen waardig afgebeeld. Met empathie, zoals het tegenwoordig zo vaak wordt genoemd.

Wie laat zich zo afbeelden? Opdrachten zijn het zeer waarschijnlijk niet. Of zijn het toch fantasiestukken? Dat laatste lijkt door de empathie niet het geval. De nadruk ligt ook niet zozeer op de afwijking. Als Meester I.S. een arts was die zijn patiënten schilderde, had hij dan niet het blinde oog of de vervormde neus veel meer in close-up geschilderd?

De arts-patiënt relatie kan bijzonder zijn. Een paar jaar geleden heb ik voor Mezza, de bijlage van het AD, een huisarts geïnterviewd die als bijzonderheid had dat hij mannelijke patiënten vroeg om voor hem te poseren. Voor foto’s, met ontbloot bovenlijf. Dat deden ze bijna allemaal. Bij zijn afscheid hoorde een boek met een selectie uit die foto’s. Zoiets, het kan maar zo.

Meester I.S. Man met een gezwel op zijn neus, 1645
Nationalmuseum, Stockholm


Het idee dat Meester I.S. een arts was, is niet uit de lucht gegrepen. In de tentoonstelling wordt gesteld dat de kleine omvang van zijn oeuvre erop wijst dat hij er waarschijnlijk een beroep bij had. Bij het monogram I.S. kronkelt de S om de I. De initialen kunnen dus net zo goed S.I. zijn, maar belangrijker is dat het monogram ook op een esculaap lijkt, wat een indicatie kan zijn dat de schilder een arts was of een student Geneeskunde.

Bezoekers wordt gevraagd mee te denken. Is er iemand met de gouden tip die leidt tot de oplossing van deze cold case? Leuk, maar er hebben al zo veel kunstkenners naar gekeken, elke millimeter van deze schilderijen is gedetermineerd. We mogen veronderstellen dat in archieven als de burgerlijke stand en de lijsten met studenten en medewerkers van de Leidse universiteit is gezocht op initialen I.S. en S.I. tussen 1632 en 1658.

Empathie, ernst, melancholie

De oplossing ligt niet bij de bezoekers. Die kunnen zich beter helemaal niet laten afleiden door het mysterie rond de identiteit van de maker en gewoon goed kijken naar dit mooie werk. Een oeuvre dat nergens vrolijk wordt. De empathie is groot, evenals de ernst en de melancholie. Het gaat op gelijke voet. Was de zeventiende eeuw in Holland een rijke periode, dan is die rijkdom aan de modellen van Meester I.S. voorbijgegaan. Het leed en de pijn mogen zijn verstild, gezien de berusting op de gezichten, maar die ernst komt daar wel vandaan.

Meesterlijk Mysterie – Over Rembrandts raadselachtige tijdgenoot. De Lakenhal, Leiden. Nog tot 8 maart 2026.


Links werk van Jan Lievens, rechts van Meester I.S.
Still uit de inleidende film. Foto: Vers Twee.