Topsporters gaan over grenzen om hun prestaties te overtreffen en hun tegenstanders te verslaan. De mentale druk is gigantisch en wordt door iedereen anders beleefd, door amateurs overigens al net zo. Naast twee non-fictie boeken over deze druk is er ook een roman. In Pro schrijft Barry Smit over een amateur mma-vechter die nog één keer moet en zal winnen. Maar ten koste van wat? Pro is ook een sociale geschiedenis van het milieu waar deze vechter uit komt – en krijgt met Tata bovendien een actueel tintje.


door Theo Hakkert



Voor zijn boek Druk. In het hoofd van kampioenen interviewde Erik Dijkstra drieëntwintig topsporters en sportcoaches. Ze zijn openhartig over de mentale druk die ze ervaren om tot die ene prestatie te komen, bij de jacht naar de duizendste seconde die het verschil maakt tussen euforische glorie en een donkere nederlaag, naar dat ene doelpunt, die limiet, dat wereldrecord, naar goud en niet naar zilver.

Het zelfgevecht in het hoofd is lang taboe geweest. Over ‘demonen’ werd niet gesproken, maar Dijkstra kreeg drieëntwintig atleten en coaches (als Jacco Verhaeren, Guus Hiddink, Cor van der Geest) die hij bewonderde aan het praten. Voor een podcast, maar de aangevulde teksten kwamen in het boek terecht.

Een van hen is oud-wielrenster Annemiek van Vleuten. Over haar verscheen een boek met de ondertitel: Vallen, opstaan en de drive om beter te worden.

Tijdens een interview bij de vestiging van boekhandel Broekhuis in Deventer vertelde ze over haar drang het beste uit zichzelf te halen en de druk die ze zich daarbij noodzakelijkerwijs oplegde. Trainden andere renners vijf uur, zij maakte er zeven uur van. Hoogtestages op eigen kosten in verre buitenlanden. De wil tot winnen. Nog net op de meet die concurrente voorbij. De wil moet uit jezelf komen, benadrukte ze. Dat kan een trainer of coach er niet in brengen, erin rammen helpt al helemaal niet.

Het boek, geschreven door Dennis Boxhoorn, op basis van haar dag- en logboeken, vertelt haar levensverhaal. Op een aantal plaatsen staan vetgedrukte passages van haarzelf. Ze schrijft onder andere over ‘negatieve gedachten’. Daar heeft Van Vleuten een levenshouding uit gehaald. Een die simpel klinkt, maar veel geestkracht vraagt.

Lachen om negatieve gedachten

‘Ik heb in de loop der jaren met wat begeleiding een techniek ontwikkeld waardoor ik mijn negatieve gedachten kon omarmen.’ Ze schreef ze op, en kwamen ze dan toch weer in haar hoofd op in een koers, dan herkende ze ze meteen en verrasten haar dus niet. ‘Ik moest vanbinnen een beetje om ze lachen’.

‘In het begin voelt het raar, maar ik denk dat ik soms wedstrijden heb gewonnen omdat anderen last hadden van hun negatieve gedachten. (…). Lang dacht ik dat kampioenen geen negatieve gedachten hebben, maar ik weet nu dat bijna iedereen ze heeft. De winst is hoe je met ze omgaat.’

Erik Dijkstra citeert in het hoofdstuk over Van Vleuten oud-profwielrenner Marijn de Vries: ‘Annemiek is meester geworden in loslaten waar je geen invloed of hebt.’

Grappig was dat iemand in het publiek vroeg of het niet interessant zou zijn een amateur te vragen hoe die met mentale druk omgaat. Dat kan. Als je bereid bent daarbij fictie als bron te aanvaarden kun je terecht bij Pro, de nieuwe roman van Barry Smit. Jarenlang heeft Smit zich begeven in de vechtsportwereld en als het ware van binnenuit beschrijft hij die wereld nu aan de hand van Lau ‘Plato’ Pronk, een amateur-vechter mixed martial arts. Op zijn 43ste is hij aan het einde van zijn weg door de kooi en zo nu en dan de ring. Hij heeft uitgedeeld, maar vooral geïncasseerd. Bont en blauw is een understatement in deze wereld, groggy zo herkenbaar als de negatieve gedachte van Van Vleuten.

Vier keer de neus gebroken, de ribben talloze malen

Pronk heeft een doel gesteld: afscheid nemen met meer overwinningen dan verliespartijen. Aan het begin van de roman staat hij op 31 gewonnen, 32 verloren. Dus moet hij er nog twee winnen, maar verliest hij, dan moet hij nog een keer extra winnen. Maar dat krakkemikkige lijf van hem – neus vier keer gebroken, de ribben talloze malen.

Verliezen en je weer oprichten. Weer trainen, tegen heug en meug. ‘De sport was veeleisend, je kon niet maar wat aanklooien want iemand anders had dezelfde dag in zijn agenda aangekruist en dacht maar aan één  ding: jou afmaken. Elk moment dat Lau overwoog even een training over te slaan of gas terug te nemen, bedacht hij dat z’n tegenstander misschien wel extra aanzetten en gas ga, dus ging hij toch maar door.

Wekenlang was hij geobsedeerd. Hij liet zich regeren door een schema en een dieet. Hij bracht het ene na het andere offer, want hij wilde winnen omdat hij dan weer even op wolken liep en alles goed was.’ (…). Er waren ook momenten geweest dat hij door een verliespartij echt in een neerwaartse spiraal terecht was gekomen. Dat hij bij de strot gegrepen werd door het gevoel dat hij had gefaald. Niet alleen als sporter, maar als mens.’

De bijnaam Plato kreeg en behield hij toen een boek van de filosoof uit zijn tas rolde, zijn naam werd omgeroepen als Lau ‘Platoooo’ Pronk en hij die partij won. Smit boetseert een mooi beeld van de man. Hoe Pronk inderdaad in boeken zocht naar een levenshouding, ook bij oude filosofen en natuurlijk bij vechters uit het Verre Oosten met hun ideeën. ‘Hij zag het als een denksport.’ Het stoïcijnse credo ‘Leef alsof je dood bent’, heeft hij daaraan overgehouden.

‘Het postuur van een koel-vriescombinatie’

Pro is wat de stijl betreft een herkenbare Barry Smit-roman. Rechttoe rechtaan. Al op de eerste pagina treft Pronk ‘een man met het postuur van een koel-vriescombinatie’. Zinnen met maximaal twee bijzinnen, liever en meestal minder. Even had ik de stille hoop dat hij een gevecht van Pronk, en hij schrijft er vele, zou beschrijven in één lange zin van een drie, vier pagina’s, met komma’s desnoods, omdat de grepen, trappen en klappen elkaar in hoog tempo opvolgen. Maar zo zit een gevecht helemaal niet in elkaar. Het is aftasten, een poging doen, de tegenstander raken of zelf geraakt worden en dan weer uit elkaar gaan voor een nieuwe kans, een volgend aanvalsidee. Wat dus precies bij Smit’s stijl past. Strakke korte zinnen.

Verjaardagsvisite bij Lau’s moeder

Het wellicht mooiste hoofdstuk – maar zeker niet om bovenstaande reden – is niet de beschrijving van zo’n gevecht, maar dat over een verjaarsvisite bij Lau’s moeder. Een hoofdstuk sociale geschiedenis over het arbeidersmilieu waar hij vandaan komt.

Het decor: Noord-Holland, waar veel van Smits boeken spelen, onder de vieze rook van Tata – de roman is ook nog eens heel actueel. De familieleden met hun simpele werk. Lau’s moeder die een schoonmaakploeg leidt, maar strenger moet zijn dan ze eigenlijk wil. Het dreigende gebrek aan banen mocht moeten Tata sluiten, mocht Schiphol moeten krimpen. En dat dan afgezet tegen Lau’s gevechten. ‘Het was zo’n wezenlijk deel van z’n identiteit geworden, dat stoppen eigenlijk als een gedeeltelijke zelfdoding voelde.’ En dan wil en hoop je dat het goed met Lau afloopt.

Barry Smit: Pro
143 p’s. Thomas Rap

Dennis Boxhoorn: Annemiek van Vleuten
Vallen, opstaan en de drive om beter te worden
304 p’s. Nieuw Amsterdam

Erik Dijkstra: Druk. In het hoofd van kampioenen
400 p’s. Meulenhoff

Foto Aleks Fight