Jonah Kagen is zo’n jonge singer-songwriter van: T-shirtje, flodderbroek en -baard en petje-achterstevoren. Maar zijn songs hebben kwaliteit. Voordat hij een volgende keer terugkomt met een band was hij maandag met slechts twee gitaren in Amsterdam.

Voor iemand in wiens liedjes het net iets te vaak over de dood gaat, heeft Jonah Kagen een opmerkelijk vrolijk gemoed. Het verhaal wil dat hij, met net een gebroken hart te veel, voor een leven on the road had gekozen – maar dan met een caravan of iets dergelijks. En dat hij toen amper buiten de bebouwde kom midscheeps werd geraakt door een auto, waardoor er naast zijn hart nog meer gebroken was.

Dan kun je inderdaad het gevoel krijgen dat je on borrowed time leeft, en dat kan verklaren waarom in veel van zijn teksten de dood voorbijkomt, waar hij voor weggehaald was, en ook dat hij goedlachs de wereld tegemoet treedt.

Een volle Tolhuistuin stond hem op te wachten. Zijn liedjes had hij vooruitgestuurd. Burn me schreef hij met Sam Barber, zo viel hij extra op. God needs the devil, zijn doorbraak. Daar eindigde hij mee. ‘Geen toegift, dan loop ik dom heen en weer.’ Prima.

Dat hij een volgende keer met een begeleidingsband komt, lijkt logisch, want na vaar verluidt stonden zo’n driehonderd welwillenden op de reservelijst. Het ticket dat over was, was in ieder geval binnen een minuut verkocht.

Dus ja, daar stond -ie. Met een akoestische gitaar en een elektrische, waar hij maar één liedje op speelde, en met een loop die hij met zijn voeten bediende. Wat niet altijd even soepel verliep. Waar hij dan meteen ook weer een verhaal bij had. Dat hij vroeger op blote voeten speelde, want die pedalen waren te smal om met de punt van een schoen te bedienen, maar toen gingen de bezoekers zijn blote voeten fotograferen. Enzovoort.

Hij had veel tekst tussendoor, het ging er allemaal gretig in. Dit is zo’n singer-songwriter wiens fans alles meeprevelen en tussendoor lachen om zijn grollen. Wat hij in Nederland mooi kwijt kan is dat hij als jongetje veel voetbalde en dat hij één favoriet filmpje op YouTube heeft: het fabuleuze doelpunt van Dennis Bergkamp tegen Argentinië, na de lange assist van Frank de Boer en dan Jack van Gelder die duizend keer Dennis Bergkamp! riep. Ook als een soort loop.

De ernst van zijn liedjes stak daar bij af, maar dat deerde niemand. Hoogtepunt, ook op zijn alleen online beluisterbare album Sunflowers And Leather, is ‘Krissy’, een lied over zijn moeder. Heel minimaal, in een laag tempo, schitterend, een doodstil publiek. De tekst is indrukwekkend.

‘This life is just a drunken dream
And liquor flows like kerosene
It lights you up and slowly burns you out.
Some people live for someone else
And don’t know how to cry for help
And they’re waking up all but broken down
But they would never say that shit out loud’

Over een highschoolliefde waar een kind uit voortvloeit, dat door de vader wordt meegenomen. Zo, boem, dat komt aan.
Het contrast tussen zijn positieve inslag en deze teksten is opmerkelijk, maar het werkt.