Alberto Giacometti is voornamelijk bekend geworden, en tot op de dag van vandaag bekend gebleven, door zijn superslanke ruwe hoge bronzen beelden van lopende mannen en stilstaande vrouwen. In Bremen op de tentoonstelling The Measure of the World blijkt dat zijn werk veelkantiger is. Het kwam voort uit zijn streven om wat hij zag, of meende te ervaren, om te zetten in een kunstwerk – en die opgave bleek onoplosbaar. De mens bleef in beweging, de kunstenaar ook.
door Theo Hakkert
In de eerste zaal van de Kunsthalle Bremen, meteen daar al, is zichtbaar met welk wereldbeeld Alberto Giacometti (1901-1966) is opgegroeid. Hij werd geboren in Borgonovo, in de Zwitserse alpen, kanton Graubünden. De foto toont hem, als volwassene met de handen in de zak, in die omgeving. Op een kleine alpenwei waar niets waterpas staat, op een schuurtje na. Zijn blik is omhoog gericht. Wellicht turend naar de toppen van de bergen die hem omringen en zijn wereld klein maken. Een hem bekende wereld, maar de blik omhoog verraadt hoe blijvend zijn fascinatie en verwondering voor de grootheid van het bergmassief was.
(onder de foto gaat de tekst door)

Opgegroeid is hij daarnaast in een kunstzinnige omgeving. Zijn vader was beeldend kunstenaar en schilder: Giovanni Giacometti (1868-1933). Een bekende post-impressionist. Daar hoefde de jonge Alberto niet tegen op te kijken, hooguit in bewondering; zijn vader inspireerde hem en zette hem aan ook de potloden en penselen op te pakken. En wat een talent liet hij zien. Een aantal jeugdwerken hangt hier. De aquarellen tonen een verbluffend raffinement, voor zowel compositie als kleurgebruik. Op school werd dat talent gezien en erkend. Hij kreeg de ruimte om zich in de kunsten te bekwamen. Hij kreeg een atelier ter beschikking.
En hij studeerde. Las de boeken die zijn vader hem voorlegde. Toonde interesse in Dürer en Van Eyck, maar hij keek ook verder dan het platte vlak en schreef zich na een kort verblijf op de academie in Genève in voor een beeldhouwklas elders. Daar werd de basis gelegd voor de sculpturen die hem wereldberoemd zouden maken.
Wat is de juiste maat en hoe nemen we de wereld waar?
In 1922 trok hij naar Parijs (waar zijn broer Diego lange tijd een atelier had), ging daar een kortstondige vrijage aan met het surrealisme, liet het werken naar model los om het later weer te omarmen. Dat laatste is tekenend voor zijn niet aflatende pogingen dát vorm te geven wat hij zag, maar ook weer niet. Moest het naar model zijn of moest het een stap verder, hoger, ernaast zijn? Het is uit deze niet-zekerheid – wat volgens mij iets anders is dan onzekerheid – dat hij bleef proberen die andere vormen te vinden.
De titel van de tentoonstelling geeft de vraag die Giacometti zich stelde goed aan. The Measure of the World. Wat is de schaal? Wat is de juiste maat?
En daar meteen achteraan de vraag: hoe nemen we de wereld waar? Zijn premisse was: lichamelijk en zinnelijk. Waar voor hem uit voortvloeide dat het ‘hoe’ belangrijk is, niet het ‘wat’. Maar het ‘wat’ is wel wat de beschouwer ziet. Giacometti stond, vond hij, voor de onoplosbare opgave dat wat hij zag in een kunstwerk om te zetten. ‘Een sculptuur is voor mij geen mooi object, maar een middel om uit te drukken wat ik in mijn hoofd heb.’
Suggesties van armen en ogen
Goed. Prima. Maar wat is het – gelukkig maar – ook mooi, heel mooi. En niet alleen de slanke hoge ranke figuren. Ook bijvoorbeeld de platte sculpturen die hij maakte rond 1929. Woman (Flat V) toont in brons een menselijk figuur, teruggebracht tot de essentie. Op het eerste gezicht is het hooguit een borstbeeld op voet, zonder armen, benen en hoofd. Bij nadere beschouwing zitten de suggesties van armen er wel degelijk. Over suggestie gesproken: het idee dat het een bovenlichaam is, komt door één zeer ondiepe verdieping in het midden ervan.

De witte pendant staat een vitrine verder, helaas niet strak naast elkaar, dat was mooier geweest – verder geen kritiek op de inrichting en de thematische aanpak.
Deze Gazing Head maakte hij eerder, vanaf 1928. Waar Woman (Flat V) een staande figuur is, is Gazing Head een liggende op een brede voet. Ook hier ondiepe verdiepingen, twee, wat langere ook. Het is genoeg om er een hoofd in te zien, een gezicht. Maar waarom eigenlijk? Lijkt een van de minieme deuken op een oog?
Een andere vraag is of dit nog een sculptuur is. Of een schilderij met relief. Giacometti balanceert hier op de grens tussen het twee- en driedimensionale. Hier heeft hij alles teruggeschroefd tot de kern, zoals zijn vriend Brancusi deed. Maar die maakte het gladder, gepolijster. Hoe vals-plat ook, door de ruwe materialen zit er bij Giacometti meer leven in, meer mens.
(de tekst gaat verder onder de foto)

Mannen die elkaar passeren op de vierkante meter
Twintig jaar later. Er zit een oorlog tussen, een oorlog die hij deels doorbracht in Genève. In 1948 maakte hij het verbijsterende beeld Three Walking Men (Small square). De oorlog heeft de nodige sporen nagelaten in Giacometti’s wereldbeeld. Hij is bij het existentialisme aangekomen en heeft gezien hoe eenzaam de mens in wezen is. Hoe de mensen met name in steden – hij was terug in Parijs – langs elkaar heen leefden. En langs elkaar heen liepen. Dat laatste heeft hij in dit stilmakende werk vastgelegd.
Drie lopende mannen op een vierkante voet in brons – zie illustratie hierboven. Ze zijn elkaar zo na, maar ze zien elkaar niet, merken elkaar niet op, er zijn zelfs geen aanwijzingen dat ze weten dat ze elkaar passeren en daarbij rekening houden met de passen van de anderen. Je zou willen dat het plateau draaide, en dus loop je er zelf maar omheen, en nog eens. Het is van alle kanten even fascinerend om te zien hoe de mannen, en daarmee ‘wij’, elkaar niet zien.
Overigens is Giacometti’s beroemdste ‘lopende’ werk, lange tijd ook het duurste ooit op veiling gebracht, The Walking Man (waar er vier van zijn, drie in brons) hier niet. Wel staat in de foyer een kopie als onderdeel van een ander kunstwerk.
Ook uit brons vervaardigd zijn de vrouwenfiguren van Four Figurines on a Stand (London Figurines) uit 1950. Een beeld dat hij had opgedaan in een beroemd bordeel. Hij zei er later over: ‘Ik zag verschillende naakte vrouwen bij de Sfinx terwijl ik achterin de zaal zat. De afstand die ons scheidde (de gepolijste vloer), die ondanks mijn verlangen eroverheen te gaan onoverbrugbaar leek, maakte net zoveel indruk op me als de vrouwen zelf.’
Die afstand heeft hij uitgedrukt in het merkwaardig hoge voetstuk waar de vrouwenfiguren op staan. Dat ‘merkwaardig hoge’ heeft dan weer alles te maken Giacometti’s basisvraag wat de schaal is, wat de juiste maat. En al werkend kwam hij dan hier op uit. De onbereikbaarheid van bordeelvrouwen uitgedrukt in een iel voetstuk.
Dimensies die het bevattingsvermogen te boven gaan
Een zaal eerder staat een aantal van die lange slanke figuren bij elkaar. Met daarbij de uitleg dat hij zijn inspiratie ook uit de bergen haalde, van de slanke dennen die zich op de hellingen staande weten te houden. Al is inspiratie bij Giacometti een ongrijpbaar fenomeen. Zo hechtte hij ook waarde aan de niet-verklaarbare, maar volgens hem wel te ervaren dimensie die het menselijk bevattingsvermogen te boven gaat en overal te vinden is. In bergen, maar ook in kleine gipssculpturen.
In deze zaal, de laatste, waar Four Figurines on a Stand (London Figurines) staat, staat ook wat waarschijnlijk het slankste hoge werk van Giacometti is: een menshoge ‘bezemsteel’ in zandkleur. Zo slank dat de armen van deze vrouwenfiguur zo ongeveer daar zitten waar zich normaal de benen bevinden.
En dan zijn er ook nog tekeningen met balpen, en bustes. Bustes van bijvoorbeeld zijn vriend Eli Lotar, wiens hoofd als het ware uit een bergtop naar voren steekt, en van zijn vrouw en muze Annette Arm. Niets is glad aan haar buste, alles is hoekig aan haar hoofd, schouders, haren, als was het amper bewerkt vuursteen. Dit ruwe, van de alpen geleend, is kenmerkend voor alle beelden hier. Voor wie die ruwheid wil voelen en vastpakken: in de zaal waar de bezoeker zelf aan de slag kan met tekenen, staan kopieën die aangeraakt mogen worden.
Alberto Giacometti: The Measure of the World.
Kunsthalle Bremen. Nog tot 15 februari.
(Het werk van Giacometti is niet vrij van copyright)