door Theo Hakkert


Als de regel is dat een Italiaans palazzo aan de buitenkant wordt gekenmerkt door een fraaie façade, gaat die regel niet op voor Palazzo Colonna in Rome. Een doorgang – breed genoeg voor transportbusjes, dat wel – geeft toegang tot een ruime binnenplaats. De ingang? De vrouwelijke portier wijst: ginds, achter de slagboom naar links.

In de zeventiende eeuw gebouwd, in het jaar 1700 geïnaugureerd gaat achter de afwezige façade een palazzo schuil met tientallen kamers en zalen. Wat ontbrak was een tuin. Geen nood. Er werd aan de overkant een perceel gekocht voor een grote, gelaagde tuin met terrassen. Palazzo en tuin werden verbonden met vier bruggen over de straat ertussen. Geen centje pijn, want centen zat.

Binnen hangt overal kunst, alle wanden vol. Dit is een barok-palazzo als geen ander. De rijkdom van eeuwen druipt van de wanden en de plafonds. De vloeren glinsteren en weerkaatsen het licht dat van de spiegels spettert en neerdaalt. Grotere kroonluchters, ik ken ze niet. Kamer na zaal na hal, verdieping na verdieping. Omdat je het er aan de buitenkant niet aan af kunt zien, vraag je je af hoe het kan dat alles binnen de muren past.

(de tekst gaat door onder de foto)

Overal kunst, verzameld door kenners met diepe geldzakken, soms in opdracht vervaardigd. Met zowaar Nederlandse inbreng, waarom ook niet. Casper van Wittel (Amersfoort, 1653 – Rome, 1736) was in de familie vele, vele jaren de schilder aan huis. ‘Schilderend verslaggever’ is wellicht een betere term. Van Wittel ging met alle dienstreizen mee die een Colonna maakte. Nu zou een fotograaf meegaan of er zou genoegen worden genomen met foto’s met een smartphone en stond alles op Facebook of DayOne.
Om de bezoeken vast te leggen, schilderde Van Wittel de steden die werden bezocht. Vaak van afstand, met vooral veel aandacht voor de havens en pleinen met daarboven lichtblauwe luchten vol witte wolken. Zijn schilderijen hangen dan ook in de Blauwe kamer. Van Wittel geldt als een van uitvinders van de ‘veduti’, de grote stadsgezichten, waarvan Gezicht op Delft (uit 1660) van Vermeer natuurlijk een vroeg voorbeeld is.

(de tekst gaat door onder de foto)

Casper van Wittel: zicht op Napels. Wikimedia Commons

Van Wittel’s naam werd veritaliaanst tot Gaspare Vanvitelli. Hij was in Rome aangekomen als een van de Bentvueghels, het grote, vrijgevochten gezelschap aan Nederlandse kunstenaars die tussen 1620 en 1720 samenklitten in Rome, al was hij gezien zijn leeftijd wel een van de laatsten. Zijn ‘bentnaam’, want ze gaven elkaar bijnamen, was Pictoorts of De Toorts. De eerste naam geeft al enige indicatie van de vrije omgangsvormen onderling. Zo was je niet zo maar lid van het beruchte genootschap, er waren inwijdingsrituelen waarbij het er ruw aan toeging.
Eind 2022 was in het Centraal Museum van Utrecht een fraaie tentoonstelling te zien van werk van Bentvueghels van wie er veel uit Utrecht kwamen, en uit omgeving dus.*

(de tekst gaat door onder de foto)

De galerij in palazzo Colonna

Enfin, terug naar Palazzo Colonna. Een rondleiding met gids (op vrijdag verplicht) duurt ruim twee uur, zo groot is het palazzo, zo rijk de historie. Het is ondoenlijk die weer te geven, maar geen verhaal kan heen om de adembenemend grote galerij, naar schatting tachtig meter lang. Hier ontvingen de elkaar opvolgende Colonna’s – de familie leverde een paus (Martinus V, pontificaat 1471-1431), drieëntwintig kardinalen en vele hooggeplaatste militairen en stadsbestuurders – hun gasten. Om ze te vermaken, dat stond voorop, zo wordt gezegd, maar de aankleding met schilderijen en beelden, met de prachtige plafondschilderingen en het blinkende goud moet de bezoeker die dacht even voor een snel handeltje te komen nederig hebben gemaakt.
Ook kunstenaars bezochten het palazzo. Michelangelo was zo diepgaand bevriend met Vittoria Colonna dat hij gedichten voor haar schreef, wat later weer werd tegengesproken.

Ik wil me richten op de kunst die er te zien is, en dan nog maar een kleine selectie. Meteen in de eerste zaal valt onmiddellijk het oog op een schilderij met een afbeelding van Mozes. Sommige schilderijen hebben dat: ze trekken subiet de aandacht. Het is van Guercino (1591-1666), van wie vrij recent nog een ander Mozes-schilderij is opgedoken. Dit is een klassieke, in die zin dat Mozes een rode cape draagt en kalend is. Zijn hoofd is iets naar voren gebogen en daardoor zijn de kenmerkende hoorntjes op zijn hoofd te zien – wel goed kijken!

(de tekst gaat door onder de foto)

Guercino: Mozes met de hoorns.

Gezegd wordt dat de hoorntjes het gevolg zijn van een taalfout. Toen Mozes van de berg afdaalde straalde zijn gelaat in God’s licht, maar stralen werd foutief vertaald tot: gehoornd, waarna Mozes zelfs door Michelangelo met hoorns werd afgebeeld. Het ging andersom werken: hoorns, dan is het Mozes.

Aandacht trekt ook Sandro Botticelli’s Madonna con il Bambino. Hij heeft er meer geschilderd, deze is vrij sober. Bij andere is vaak een doorkijkje naar buiten te zien. Op deze niet.
Een portret van een doge – ze kijken altijd ernstiger dan anderen – doet het ook altijd goed. Andrea Gritti is hier geschilderd door Titiaan.

Het verhaal van Bronzino’s Venere, Cupido e un satiro (foto boven) is grappig en zegt veel over de veranderende zeden door de tijden heen. Venus ligt poedelnaakt languit, maar een familie met een paus en drieëntwintig kardinalen op het cv krijgt wel eens bezoek uit religieuze kringen en daaronder zijn er die zo’n nietsverhullende Venus wat al te vrijpostig vinden. Venus en de andere naakten kregen een blauw vlies over hun edele delen gedrapeerd, maar toen de tijden wat vrijer werden zijn die dundoeken weer van het schilderij verwijderd. Wie weet is de cultuur weer zover dat nieuwe generaties dit te frivool vinden. Ik hoop het niet.

(de tekst gaat door onder de foto)

Tegen het einde volgt een grote verrassing. Cristo al Limbo. Klein en zeer gedetailleerd gepriegel, angstaanjagend. Als dit geen Bosch is, dan een Brueghel. Klopt. Van Jan Brueghel (1568-1625). Het Mauritshuis heeft er ook een. Alleen is het even de vraag of ie in Rome wel van Jan is. Zijn naam staat op het bordje aan de wand, maar onderop de vergulde lijst staat: P. Brueghel. Hetzelfde geldt voor het schilderij ernaast: Aeneas en de Sibille in de onderwereld. Heeft Pieter Brueghel de Oude (ca. 1525 – 1569) de lijsten uitgeleend aan zijn zoon?

Daar komt bij dat deze Christus in het voorgeborchte veel gruwelijker is dan die in Den Haag. Onder figuren in het voorgeborchte op het kleine schilderij in Rome bevinden zich monsters die niets menselijks (meer) hebben, veel meer dan in het Mauritshuis. Menselijke figuren zijn naakt. Christus is nauwelijks te herkennen. Het deed me eerder aan Jheronimus Bosch denken dan een van de Brueghels. Jan had de bijnaam de Fluwelen Brueghel. Wellicht qua techniek, maar in zijn onderwereld is fluweel of welk ander zacht materiaal dan ook ver te zoeken.

(de tekst gaat door onder de foto)

Dit is nog maar een greep. Wie Palazzo Colonna wil bezoeken moet weten dat het alleen op vrijdag- en zaterdagochtend open is voor publiek. Vooraf boeken is aan te raden. Rondleidingen in het Italiaans, Engels en Frans.

www.galleriacolonna.it

Foto’s, tenzij anders aangegeven: VersTwee

*Liesbeth M. Helmus: De Bentvueghels.
Een berucht kunstgenootschap in Rome 1620-1720.
Spectrum, 2023

Dit is het tweede in een serie verhalen over kunst die te zien is in Italië