door Theo Hakkert


De tijden zijn ernaar en de politici vragen erom. Terwijl de nasmeulende restanten van het dubbeldemissionaire kabinet tegen werkelijk alle adviezen in het demonstratierecht wil inperken, moeten de kunsten wel reageren. Zijn ze nou helemaal gek geworden? En dan gaat dit voorbeeld alleen maar over Nederland, voor de Verenigde Staten geldt dat the lunatics het asylum hebben overgenomen.

Dan móet daar een troubadour opstaan. Gevoels- en geschiedenismatig is dat een wet waar de Supreme Court geen vat op heeft. Een troubadour, zo een met een grote sticker This machine kills fascists, zoals eertijds Woody Guthrie op zijn instrument had geplakt.

Daar hoort een beeld bij. Een jongeman met een lange wilde haardos, liefst een spijkerjasje, maar een geblokt overhemd mag ook, en vergroeid met zijn akoestische gitaar. Een busker die op straathoeken en in metrogangen zijn liedjes speelt, ‘hoping to catch a coin’, zoals Steve Forbert, in het spijkerjasje van 1978, zong. Als deze mannen hun linkerhanden sluiten is dat altijd om de hals van hun akoestische gitaar.

Natuurlijk is dit een cliché en Jesse Welles (net 33) voldoet niet aan alle criteria, maar uiterlijk wel. Hij heeft het in zich de boze bard te zijn waar de tijden om vragen. Niet dat hij zijn protestsongs op verzoek schrijft, hij bedenkt en zingt ze werkelijk zelf en vanuit zichzelf, maar feit is dat hij aanvoelt dat de VS dit tegengeluid nodig heeft.

Toen recent een grote demonstratiedag tegen Trump werd gehouden, kwam hij precies op tijd met het krachtige lied dat gescandeerd kon worden: No kings.
No hatred, no violence
No starvation and no greed
And no kings, no kings
No kings

Het is een groot raadsel waarom hij dit strijdlied niet speelt tijdens zijn Europese tournee, die hem donderdag naar de Melkweg bracht. Te specifiek voor de VS bedoeld? Helemaal onbegrijpelijk werd het toen om middernacht, als een soort toegift op de toegift, No kings in een nieuwe versie op de streamingsdiensten verscheen, nota bene als duet met Joan Baez (84). De protesttraditie leeft voort. Samen slaan ze een brug tussen nu en de protestliederen rond de Vietnamoorlog. Maar nee, no No kings in Amsterdam.

Terwijl hij wel de toegift afsloot met het lied waar hij bekend mee is geworden: War Isn’t Murder. Hij was op Instagram te zien terwijl hij als een busker in een smalle gang van een metro dit anti-oorlogslied zong. Reizigers konden niet ongemerkt langs de zanger en zijn boodschap komen.

War isn’t murder, good men don’t die
Children don’t starve and all the women survive
War isn’t murder,’ that’s what they say
When you’re fighting the devil, murder’s okay
War isn’t murder, they’re called casualties
There ain’t a veteran with a good night’s sleep

Recent heeft hij daar Join Ice aan toegevoegd.
Well, I failed the academy, the cops weren’t havin’ me
The army didn’t sound that fun
So I found me a paramilitary operation
That was keen to hand me a gun
Join ICE, boy, ain’t it nice?
Join ICE, take my advice
If you’re lackin’ control and authority
Come with me and hunt down minorities
Join ICE

Tegelijkertijd is Jesse Welles niet alleen een protestzanger, laat dat duidelijk zijn. Dat waren Bob Dylan, Donovan, Boudewijn de Groot, Armand en al die anderen ook niet. Dylan schreef dan Masters Of War toen hij nog maar begin twintig was, maar op dat moment was zijn repertoire al breder dan alleen de protestsong. Bij Boudewijn de Groot zullen sommigen die later aansloten zich zelfs afvragen of hij überhaupt binnen de categorie valt – zeker wel. Al wilde hij het later over Welterusten, meneer de president niet meer hebben.

Dus: Jesse Welles niet tekortdoen. Hij zingt net zo lief liedjes over insecten en schildpadden. ‘Insecten niet doodslaan, ze leven, net als ik’. En de zaal zoemde mee. Laten we het groen engagement noemen.
Toch nog twee voorbeelden: The Poor is een cynisch lied waarin de armen ervan worden beschuldigd dat ze arm zijn omdat ze niet lang genoeg werken. En United Health over de armoedige zorgverzekeringen in de VS. Tot zover Welles als protestzanger.

Hij kan ook niet eens alleen een protestzanger zijn, gezien zijn enorme output. Alleen al in 2025 heeft hij vijf albums uitgebracht. Met verrassende liedjes, vaak begeleid door een band, zoals ook in de Melkweg. De set was prima opgebouwd. Eerst hij solo, dan met band, dan weer solo, dan weer met band en de toegift twee liedjes solo.

Vaak zijn zijn liedjes voor een busker vrij snel, met een lekker huppelend ritme, maar hij heeft ook het schitterende Gilgamesh, een ballad waarbij de hele Melkweg de adem inhield. Om op een eerder moment mee te fluiten met Whistle Boeing, terwijl hij juist in de tekst vraagt: don’t whistle. Meezingen is één, maar een vrolijk fluitende zaal is een ander level.

Hij heeft zo veel goede songs dat er geen minder moment was, en dan schroomt hij ook nog eens niet om een flink aantal covers te spelen. Have You Ever Seen The Rain van Creedence Clearwater Revival, dat hij al eens opnam, samen met Mt. Joy, Supersonic van Oasis, Creep van Radiohead en Knockin’ On Heavens Door van Dylan.
Zijn schatplichtigheid aan Dylan had hij in het nummer Horses, op de elpee Middle, al eens getoond door voor het liedje de vioolpartij uit Dylan’s Hurricane te ‘lenen’. In Amsterdam had hij geen violist(e) bij de hand, maar die werd niet gemist. Na 34 liedjes was het klaar. Op de rug van zijn protestsongs zal zijn faam groeien, maar wie verder luistert zal merken dat hij oneindig meer in zijn mars heeft en zal groeien en groeien.