Nog een laatste keer dan over
de inzending voor het Boekenweekgeschenk
Was het een novelle en is het nu een roman? Het is een klein extra raadsel bovenop de mind games die Bertram Koeleman speelt in Een luisterend oog.
door Theo Hakkert
Het blijft een prikkelend idee dat voor het Boekenweekgeschenk van 2025 149 novellen werden ingestuurd. Achteraf bleek het nogal een omvangrijke klus te zijn geweest voor de jury en de organiserende CPNB. Dan was iemand aanwijzen of vragen een eenvoudiger procedé geweest. Het had frustratie voorkomen bij de schrijvers die, hoe klein de kans ook was dat ze gingen winnen (0,67%), teleurgesteld waren dat hun inzendingen, in hun ogen, niet op waarde waren geschat.
Een aantal mededingers uitte die teleurstelling; anderen zwegen of hadden het ingecalculeerd. Mathijs Deen bijvoorbeeld deed er luchtig over. ‘De kans was ontzettend klein, dat wist je toch?’
Inmiddels zijn de namen van zo’n vijftien schrijvers bekend die hebben ingezonden. Trouw had er al snel een verhaal over. Met daarin reacties van de schrijvers die op de shortlist hadden gestaan, want kennelijk was er een shortlist.
En zo zitten we nu op: Mira Feticu, Wim Bax, Gaea Schoeters, Ellen de Bruin, Herman Brusselmans, Marion Pauw, Ingrid de Vries, Mathijs Deen, Iris Boter, Richard Osinga, Mark Groenen, Lucy Neetens en Lonneke Kossen-Groot.
Alicja Gescinska had De gezichtslozen in gestuurd. Op de dag van de bekendmaking was ze op de uitgeverij, De Bezige Bij, in gespannen afwachting. Toen was ter plekke al besloten dat als haar inzending niet was uitverkoren de novelle meteen zou worden gedrukt en uitgegeven. Zo lag De gezichtslozen nog voor het Boekenweekgeschenk in de winkels.
Toch zijn er dus nog minstens 130 novellen zoek. We zijn inmiddels een half jaar verder, het onderwerp leeft niet meer. Waarom zou je als auteur, teleurgesteld of nuchter-realistisch, nu nog vertellen dat jouw nieuwe boek niet goed genoeg was om als Boekenweekgeschenk te worden uitgegeven?
Zou Bertram Koeleman een poging hebben gedaan? Mogelijk zien we niet alle 130 overgebleven novellen, maar als er een boek verschijnt van ongeveer de omvang van het Boekenweekgeschenk (96 pagina’s, vaak kleine letter) dan ga je toch denken of je er weer een te pakken hebt. Een luisterend oog van Bertram Koeleman is 111 pagina’s, maar is vrij groot gezet en er zitten behoorlijk veel lege pagina’s tussen de hoofdstukken.
‘Roman’ staat er, ja, oké. Valt te billijken, want dat verkoopt beter en ook kan het boek meedingen naar literaire prijzen voor romans, zoals de Libris. Mathijs Deen’s Gras is nu ook een roman, mede omdat hij er nog aan heeft zitten schrijven toen het langer dan 96 pagina’s kon zijn.
Waarom ik dit allemaal interessant vind, is B. dat in de letteren met de novelle een veronachtzaamd genre wordt beproefd, een genre met zijn specifieke regels, en een verleden.
En A. omdat ik zo maar vermoed dat de auteurs anders rekening hebben gehouden met hun lezerspubliek dan normaal. Hoeft niet, ieder zijn stiel en stijl, maar een Boekenweekgeschenk is voor een brede lezersgroep, breder dan het strikt in literatuur geïnteresseerde publiek. Sowieso is het een vaag idee wie de schrijver voor ogen heeft als hij en zij en hen aan ‘de lezer’ denkt. Of ‘de lezer’ in beeld is. Het zal per auteur verschillen.
Maar uitgesloten is niet dat bij het schrijven van een potentieel Boekenweekgeschenk de auteur er rekening mee houdt dat het voor meer ogen is bedoeld dan hun ‘reguliere’ werk. Gerwin van der Werf’s De krater werd gedrukt in een oplage van een half miljoen.
Ik heb lezers horen zeggen dat ze het young-adult vonden. Wat een indicatie is dat Van der Werf heel slim ook de jongere lezer voor ogen heeft gehad.
Over ogen gesproken, de nieuwe roman van Bertram Koeleman draagt als titel Een luisterend oog. Geen idee of het voor de Boekenweek is ingezonden, alleen de omvang zou een aanwijzing kunnen zijn.
De roman speelt in de kunstwereld en begint in de je-vorm. De ‘je’ die zo direct wordt aangesproken is Victor, de vader van Boris Nēmec, een nieuwe grootheid in de internationale kunstwereld. Hij stelt even grote als raadselachtige foto’s tentoon. Zijn foto’s zijn allesbehalve vaag, zeker niet. Ze tonen weinig bijzonders. Zo staat op de foto die met de titel ‘Can You See Me?’ in een galerie op de Zuidas hangt een interieur, maar geen mens. Nēmec claimt dat er wel iemand op staat, het is een kwestie van goed kijken.
Het oudere echtpaar Iris en Maarten raakt geïntrigeerd. Iris twijfelt, Maarten niet. Hij schaft het aan en hangt het in zijn werkkamer, waar hij in de dagen die volgen volledig in de ban raakt van de foto. De galeriehouder had hem al gewaarschuwd dat Boris Nēmec mind games speelt. Maar hoe ver de fotograaf daarin gaat, blijkt pas nadat Thomas, de autistische en wereldvreemde zoon van Iris en Maarten in één oogopslag ziet wat zijn vader aan de wand heeft hangen. Niet meer verraden dan: een scherm dat kan terugkijken. Zien en gezien worden. En niet gezien worden. De mind games en de moeite die de fotograaf doet, doen denken aan het verhaal van de verdwenen kunstenaar Bas Jan Ader.
Bertram Koeleman (1979) heeft een heel mooi opgeschreven. Het bizarre dat zijn werk kenmerkt is hier licht van toon. Of het zo kan worden geformuleerd – als Koeleman zich buiten de werkelijkheid begeeft, is dat met één voet, een blote voet waarmee hij voorzichtig de temperatuur van een bergmeer polst met de mogelijkheid onmiddellijk terug te trekken – weet ik niet, maar ik waag het erop.
Er staan ook heel mooie, verfijnde zinnen in. Iris voelt – voor haar onverklaarbaar, want zo goed is het allemaal niet meer – nog wel eens vlinders op momenten dat ze Maarten ziet. Die kleine, fladderende bewegingen zijn er meer. Als Iris, omgeven door vier lavendelkaarsen, in bad gaat zitten, schrijft Koeleman: ‘De vlammen bogen in een luchtstroom die alleen zij voelden’.
En dan nog dit. Wat zegt het dat na het Dankwoord het verhaal een vervolg krijgt? In deze Post-credit sequence heeft Iris van Maarten een nieuwe kaptafel gekregen. Maar hoe kon ze vermoeden dat de spiegel niet zo maar een spiegel is? Zien en gezien worden.
Mooie novelle, eh, roman. Had zo het Boekenweekgeschenk van 2026 kunnen zijn.
Bertram Koeleman: Een luisterend oog.
111 p’s. Atlas Contact.