In het Picasso Museum in Münster is een tentoonstelling te zien over werk en leven van Barbara Hepworth, algemeen erkend als een van de belangrijkste beeldhouwers van de vorige eeuw. Open en gesloten vormen, in duo’s, kenmerken haar werk.
door Theo Hakkert
De vermoedelijk meest recente keer dat de naam van beeldend kunstenaar Barbara Hepworth (1903- 1975) opdook in een Nederlands boek was toen eerder dit jaar Florette Dijkstra De sprong in het licht publiceerde, een als speurtocht vermomde biografie van Marlow Moss (1899-1958), een tijdgenoot en collega van Hepworth.
Of wellicht is het hippe ‘con-collega’ beter op z’n plaats. Hepworth komt er bepaald niet best af in Dijkstra’s boek. Marlow Moss en Barbara Hepworth leefden een tijd, rond WOII, allebei in het Engelse Cornwall, meer precies in St Ives, een ware kunstenaarskolonie, en wat zou het mooi zijn geweest om hun beelden samen te exposeren, niet zozeer als dubbeltentoonstelling, maar bijvoorbeeld in een groepstentoonstelling van kunstenaars uit de regio had gekund. In het Tate St Ives.
Alleen, dat gebeurde niet. Dijkstra schrijft: ‘Marlow was in alles de eenzame tegenhanger van de kunstenaars in St Ives. Een baken waartoe zij zich moesten verhouden, als ze haar werk tenminste hadden gekend. Maar de paar mensen in St. Ives díé het kenden hadden het bewust buiten het zicht van de anderen gehouden. Vanuit geografisch perspectief had Marlow voor de verkeerde kust gekozen.’
Marlow Moss – Dijkstra gaat snel over op Moss, ook al gezien het fluïde gender van de kunstenaar en het gegeven dat ze zelf vaak aan haar naam sleutelde – was in 1940 in St. Ives gaan wonen, maar ze bleef een buitenstaander. Had Barbara Hepworth hier een rol in? Dat is niet met zekerheid vast te stellen. Van heel bewust tegenwerken lijkt geen sprake. Allerlei factoren speelden een rol. Dat Moss lesbisch was, waar ze openlijk voor uitkwam – in die tijd een zeldzaamheid – maakte dat niet iedereen haar wilde kennen.
Ook kenden ze allebei Piet Mondriaan. Wat Hepworth en haar toenmalige man Ben Nicholson, die dachten het exclusieve recht te hebben, niet goed uitkwam. Dijkstra: ‘Omdat dat afbreuk deed aan hun eigen contacten met ‘de Meester’.’
Al heeft Nicholson, zo staat te lezen, wel contact met Moss gezocht en haar had gevraagd deel te nemen aan een tentoonstelling in St. Ives en dat ze daar niet op was ingegaan.
Wat ook al niet hielp, was dat Alan Bowness, een voormalige directeur van Tate in Londen, ‘een hekel’ had aan het werk van Moss. Dit hoorde Dijkstra dan weer van een onderzoeksmedewerker van het Tate. ‘Waarom dat zo was, wist hij niet; Bowness was wel de schoonzoon van Barbara Hepworth’.

Foto: Michael Jones / Flickr
Florette Dijkstra heeft voor haar boek alle plekken bezocht waar Moss heeft gewoond, ook St Ives. Daar bezoekt ze het Barbara Hepworth Museum. Het is gevestigd in haar woonhuis en atelier, het atelier waar zij in 1975 tragisch om het leven kwam bij een brand.
Dijkstra – en let op de vileine slotzin van dit citaat: ’Een deel van het atelier was nog precies ingericht zoals het was aangetroffen na de brand die Hepworth’s gruwelijke dood veroorzaakte. Op tafels en in kasten stonden kleine objecten. Soms waren het modellen voor wat later beelden zouden worden, soms gewoon dingen die zichzelf bleven. De witte vormen waren van gips gemaakt, hun hoeken afgevijld. In de tuin bij het atelier stonden enkele grote sculpturen van steen en brons. In de meeste ervan waren openingen uitgespaard (…). Sommige beelden deden me denken aan objecten van Moss, maar die van Hepworth waren veel organischer van vorm en altijd gerelateerd aan de natuur. Misschien had ik ze mooi gevonden als ik Moss’ werk niet had gekend.’
Wat is groot? Zo groot als Single Form, de enorme sculptuur die Barbara Hepworth tussen 1961 en 1964 mocht maken voor het gebouw van de Verenigde Naties in New York, zo groot zijn de sculpturen, beelden en schilderijen die nu te zien zijn in het Picasso Museum in Münster niet. Maar een witte vorm van gips, afgevijld in de hoeken, ja. Sculpturen van steen en brons, ja. (En hout). In de meeste zijn openingen uitgespaard, ja.
De tentoonstelling is ruim, anderhalve etage met een overzicht van Hepworth’s werk en leven. Ze geldt dan ook als een van de belangrijkste beeldhouwers van de 20ste eeuw. Katy Hassel noemt haar in haar inmiddels tot standaardwerk uitgegroeide The Story Of Art Without Men ‘the giant of twentieth-century sculpture, and arguably the most influential artist ever to have resided in St Ives.’
Over het werk schrijft Hassel: ‘Materials and techniques were fundamental to her artistic interplay between surface, space and form. Her sculptures fluctuate between hard and soft, light and dark, round and straight, solid and hollow, and are sometimes embedded with strings and suffused with colour’. Abstract en figuratief kan eraan toegevoegd worden. In Münster zijn alle voorbeelden te vinden.

Foto: Michael Jones / Flickr
Gedurende haar werkzame leven heeft Hepworth veel gezegd en geschreven over hoe ze tegen kunst aankijkt. Deze quote komt uit haar boek A Pictorial Autobiography (1971) is kenmerkend voor haar visie en staat op een wand in het museum:
‘The forms which have had special meaning for me since childhood have been the standing form which is the translation of my feeling towards the human being standing in landscape; the two forms, which is the tender relationship of one living thing beside another; and the closed form, such as the oval, spherical or pierced form, sometimes incorporating colour, which translates for me the association and meaning of gesture in landscape.’
In haar eerste periode tekende ze portretten. Langzaam ging haar werk richting abstract, en helemaal toen ze sculpturen ging maken. Abstractie bracht ook eenvoud. Ze ging niet zo ver als Brancusi, die (zoals te zien is in H’Art) mensen terugbracht naar wat hij als de kern zag, wat een haarlok kon zijn. Maar de door Hassel aangeduide duo’s als licht en donker, rond en recht, en de door Hepworth zelf genoemde two forms, zien we wel terug.
Hier is bijvoorbeeld Mother And Child te zien (uit 1934). Moeder en kind als twee-eenheid, glad, zonder gelaat, een pure dubbelvorm uit een stuk.
De kleur en de draden waar Hassel het over had, komen hier samen in Sculpture with Colour (Deep Blue and Red) (uit 1940). Van gips en draad is het haast een schelp, een associatie die wordt versterkt omdat de bezoeker er van boven in moet kijken. Draden vinden we terug in de theaterdecors die ze in 1955 maakte voor de voorstelling The Midsummer Marriage in The Royal Opera House.

Barbara Hepworth: Curved Forms (1956)
Foto: Vers Twee.
Vanaf dat moment ging ze terug naar het brons. Werken met metaal (duo: Metal and Movement) gaf haar de kans in het proces het werk te veranderen en bij te schaven, iets wat bij direct snijden in steen en hout minder goed kon. Door deze dynamiek werd ze nog bekender, wat dus begin jaren zestig uitmondde in de uitnodiging Simple Form te maken voor de VN.
Hepworth schilderde ook. Met lichte toets en zachte kleuren, soms schatplichtig aan Mondriaan. Zijn invloed is mooi te zien op Sea Forms (uit 1969). De zee in zestien horizontale en verticale rechte strepen. De zee recht? Okay, voor deze keer.
Wel weer twee vormen, twee bollen: de aarde en de zon. Of de zon en de maan, kan ook. Met beide had ze iets. Met de maan vooral in de tijd van de eerste maanwandeling. Techniek fascineerde haar, techniek veranderde de blik, het perspectief, en ook het landschap. Van de eerste reguliere vliegtuigen tot de ruimtevluchten, ze vond er poëzie in terug, schreef ze.
Barbara Hepworth had een bijzonder leven en verkeerde in de grote kunstenaarskringen. Privé kreeg ze met haar tweede man een drieling. Op de audioguide is te horen hoe ze haar tijd zo wist in te delen dat ze kon werken en voor de kinderen zorgen – toen kennelijk nog een exclusieve taak voor moeders. Een half uur de kinderen, veertig minuten koken, een half uur de kinderen. Strak, zoals veel van haar werk.
Barbara Hepworth Art & Life.
Picasso Museum, Münster. Tot 8 maart 2026.
Florette Dijkstra: De sprong in het licht. Querido
Katy Hessel: The Story Of Art Without Men. Hutchinson Heinemann