De tweeling Amandine en Ambrose zoekt, als Merlijn en Ganieda, in occulte seances de vrijheid die ze in het laat negentiende eeuwse België niet kunnen vinden. In De wonderen, zijn nieuwe grote roman, schetst Jeroen Olyslaegers de jaren van de Congolese rubber, de Wereldtentoonstelling in Antwerpen en het begin van de Eerste Wereldoorlog, maar vooral de machteloosheid van een onbegrepen vrouw.


door Theo Hakkert

‘Toen ik me nog jong en krachtig waande, heb ik wel eens nagedacht over de dingen die me op mijn sterfbed zouden komen plagen.’

Gelukkig ligt de Vlaamse meester Jeroen Olyslaegers daar niet. Geplaagd wordt hij wel. Door Amandine, de vrouw die hij in 2022 opvoerde in zijn novelle Willem en mijn wellust. Ze plaagt hem nog met regelmaat. Op onverwachte momenten, momenten die zij zelf kiest, duikt ze op in zijn brein, wandelt koket voor zijn geestesoog langs of duikt op zijn schrijftafel op net op het moment dat hij zijn vulpen vult met verse inkt voor een verhaal waarin zij niet zou voorkomen. Ho ho, dat gaat niet. Het kan niet niet over Amandine gaan, vindt ze.

Met haar heeft hij in die novelle, uit 2022, een vrouw geschapen van wie hij niet loskomt. Een fictieve uiteraard, zoals hij ook niet een op een samenvalt met Hippolyte Van Damme, de minnaar van Amandine in Willem en mijn wellust, maar dat spreekt voor zich.

Voor de liefhebbers: Amandine is terug. Ze heeft Olyslaegers (1967) verleid en gebruikt om opnieuw voor zichzelf een plek te creëren in de Nederlandstalige letteren. Een prominente plek. In een dikke roman, niet in zo’n boekje van nog geen honderd pagina’s, wat denkt die schrijver wel?

Niet langer liet ze het zich aanleunen de bijzit te zijn, zoals in de novelle, waar die ene Hippolyte als centrale figuur naar haar keek. Dit keer is het perspectief voor haar. Zij ambieerde en kreeg de centrale plek. In de novelle was ze al de sterke vrouw, maar in De wonderen, Olyslaegers’ nieuwe roman, is ze dat op eigen kracht. Weliswaar heeft ze de schrijver nog nodig, maar de ik in de grote roman is zij en niemand anders – capiche?

Ze heeft een tweelingbroer, Ambrose. Geboren, en meteen gescheiden na een lang verblijf in hun moeder, worden ze op 7 maart 1868. Subliem hoe Olyslaegers hun symbiose, uitdrijving en separatie beschrijft. Daarna zoeken ze elkaar, vinden elkaar, vallen weer uit elkaar. De band rekt en strekt, knapt soms, maar herstelt, want iets in het bloed laat zich niet scheiden. Weer samen zijn ze in de lente van 1915. ‘Er is een oorlog gaande.’

Dit is de tijdspanne van de roman waarin Olyslaegers de handeling laat plaatshebben. Antwerpen is, zoals usance is in zijn oeuvre, het decor. Brisante tijden zijn het, en wat er allemaal niet langskomt. De wereldtentoonstelling van 1894 bijvoorbeeld, waar zelfs een Congolees dorp was nagebouwd – en waarvoor Congolezen waren ‘aangevoerd’ – excusez le mot.

‘De Congo’ natuurlijk, dat speelde toen, die hele heel smerige affaire van de rubber. De gruwelen die de Congolezen overkomt bij de nietsontziende handel van de Belgen in de kolonie. Het is Amandine’s man Robert aan wie deze verhaallijn wordt opgehangen. Ja, ze krijgt een man. Het zijn geen tijden waarin een vrouw volledig onafhankelijk kan zijn: het grote thema van De wonderen.
Het keurslijf waar Amandine in wordt ingesnoerd heeft niet de souplesse van de Congolese rubber.



(tekst gaat onder de foto verder)

Jeroen Olyslaegers. Foto: Shogo dojo / Flickr

Amandine en Ambrose zijn telgen van een bankiersgezin. Wat keurslijven en sociale controles en conventies met zich meebrengt. Waar ze zich – soms samen, soms alleen – aan trachten te ontworstelen. Samen vinden ze de vrijheid die ze zoeken in occulte seances. In hun rollenspel lijken ze op de mythische Merlijn en Ganieda uit de Arthur-legende, een wonderlijke seance op zich.
‘Wat Merlijn en Ganieda beleefden ging over ons. Ganieda wilde haar broer niet kwijt. Hij mocht geen wildeman worden. Hij moest bij zijn zus blijven, ook al was ze met een koning getrouwd.’

In deze passage op pagina 48, die het waard zou zijn helemaal te citeren, beschouwt Olyslaegers de porte van het verhaal. Grote schrijvers kunnen dat. Hij doet het ook nog eens in vliedend barok proza, waar – en een schande is het niet, een pre juist – bij hem altijd een zweem van theatraliteit omheen hangt, ook al staat op de pagina er tegenover: ‘Maar het leven was geen koddig theaterstuk’. Wel.

(En natuurlijk hier dat centrale woord: wildeman. Een piketpaal die en passant wordt gepasseerd: wildeman. Gelieerd aan Wildevrouw, zijn roman uit 2020. ‘Wil’ is er vaker. WIL, de roman uit 2016, verfilmd inmiddels. ‘Wil’ zit ook in Willem en mijn wellust, de novelle die ontbreekt in de lijst met boeken voorin De wonderen – Olyslaegers’ eerste boektitel die niet met een W begint. Eerder kwamen WIJ en WINST, uit 2009 respectievelijk 2012. Hij schreef mee aan een boek over het klimaat. Titel: Wij zijn het klimaat. Enfin, de w.)

Amandine (A man dienen?) wordt door alles en iedereen tegengewerkt. Haar man heeft syfilis opgelopen in de bordelen die hij frequenteert, wat zo ongeveer alle mannen met geld doen, suggereert Olyslaegers hardop. De reden dat het bij één kind blijft ligt bij hem dus, al wordt lang gedaan, ook door de dokter in het complot, dat zij de schuldige is. Onvruchtbaar is ze niet, zo blijkt wanneer ze de baleinen opent, het keurslijf aflegt en een minnaar neemt. Verrek, daar is Hippolyte toch weer! Tsss. Wat doet die gemene Olyslaegers Amandine aan!

Het levert wel spectaculaire scenes op wanneer zij deze amant, die later natuurlijk net zo’n slappeling en verrader blijkt als alle mannen in deze roman, zover krijgt haar mee te nemen het nachtleven van Antwerpen in. Ook hier is het theatrale niet ver weg. De fraaie stijl en woordkeus van Olyslaegers houden de schijn van realiteit hoog, maar veel is suggestie, zodat zowel de lezer als Amandine veel ontgaat van wat werkelijk gebeurt.

Door de spotlight in deze vaudeville-opera in romanvorm op Amandine te zetten – wat zij dus afdwingt, zij is het die de hoofdrol opeist – blijft Ambrose net iets te veel buiten beeld. Wat ook weer goed is, want hij deelt in de morele malaise van de mannen in dit boek. Mannen weten veel meer vrijheid te vinden, maar ze weten er weinig anders mee te doen dan een liederlijk en daarmee leeg leven te leiden.

Nee, het is duidelijk dat de compassie van Olyslaegers Amandine betreft. Geef hem eens ongelijk, zou ik willen schrijven, maar zij is het die de schrijver leidt. Olyslaegers is als was in haar handen, al is ook zij uiteindelijk niet in staat een leven binnen de gemeenschap te vinden. Hoe sterk ze ook is, deze macht heeft zelfs zij niet. Over macht gesproken. Zou zij nog eens bij machte zijn Jeroen Olyslaegers te verleiden de rol van postillon d’amour aan te nemen voor een volgend boek? Blijf spoken, Amandine, blijf plagen!


Jeroen Olyslaegers: De wonderen.
406 p’s. De Bezige Bij.

Foto wereldtentoonstelling