Meer dan twintig jaar was filosoof en schrijver Alicja Gescinska ‘in gesprek’ met vrouwelijke denkers uit de twintigste eeuw. Tien van hen portretteerde ze in Vrouwen in duistere tijden, dat ook een persoonlijk boek is. Haar boek over paus Johannes Paulus II zullen we misschien nooit te lezen krijgen, wel komt er nog een keur aan romans, verhalen, gedichten en theater. ,,Mensen hebben constant andere gezichten nodig.”
door Theo Hakkert
Levenswerk,” zegt Alicja Gescinska, ,,is een beetje overdreven, maar dit grote werk is klaar. Ik wil het niet groter laten klinken. Het is geen afscheid of zo, van de filosofie. Er zit heel veel van mijn denken in, van de manier waarop ik graag filosofie doe en de manier waarop ik in de filosofische traditie sta. Als een dialoog, een constante dialoog tussen denkers.”
Haar boek Vrouwen in duistere tijden is het resultaat van zo’n twintig jaar ‘gesprekken’ met vrouwelijke filosofen uit de twintigste eeuw. Tien koos ze er uit, ‘tien denkers van blijvende betekenis’, zoals de ondertitel luidt. Natuurlijk Hannah Arendt, Simone Weil en Anna Achmatova, maar bijvoorbeeld ook Rosa Luxemburg.
,,Hoe ik aan filosofie heb gedaan de voorbije twintig jaar. Welke denkers op mijn pad zijn gekomen. En naar wie ik terug ben blijven gaan. Het is zaak uw denken altijd te laten voeden door denkers van verschillende pluimage. Om breed in dialoog te gaan. Met levenden, maar ook met dode denkers: de waaier aan verschillende denkers. Dus het voelt ook aan als een persoonlijk boek. Iemand die dit boek gelezen heeft zal niet alleen maar de tien vrouwen beter leren kennen. Maar krijgt ook een goed beeld van hoe ik denk. En hoe ik in het filosofische landschap sta. Ik geef tien portretten van andere vrouwen, maar omdat het zulke intieme gesprekspartners zijn, die ik zelf gekozen heb, leert de lezer ook mij kennen.”
Rosa Luxemburg, wel of geen marxist?
‘Gesprekspartners’ moet wel worden genuanceerd. ,,We hebben het wel over dialogen, maar op een of andere manier zijn ze toch één kant op, want zij luisteren niet naar jou. In de filosofie is dat vaak zo natuurljk. Als je Aristoteles, Schopenhauer, Kant bestudeert, dan krijg je geen weerwoord. En toch ben je in dialoog met hen en ook met andere onderzoekers. Want andere onderzoekers lezen ook die werken. En lees je die interpretatie, dan wordt Rosa Luxemburg bijvoorbeeld vaak gezien als een marxist. Hannah Arendt zegt dan weer dat Rosa geen marxist is.”
Uit ‘de waaier aan gesprekken’ die ze op deze manier met andere filosofen had, en nadat ze zich in het leven van Rosa Luxemburg (1879-1919) had verdiept, is ook Alicja Gescisnska’s oordeel dat Rode Rosa geen roerganger van het communisme was. ,,Ze wordt gekarakteriseerd en misschien wel gestereotypeerd als een marxistische denker. Dat is wat altijd gebeurt met denkers. Die worden vaak voor de kar gespannen van een ideologie. Maar interessant is om terug te gaan naar wat ze hebben gedacht, hoe ze in het leven hebben gestaan, wat waren de uitdagingen van hun tijd, waar stonden ze voor. En ja, eigenlijk was zij een grote criticus van de kant waar het communisme op ging. En dat mag ook niet onopgemerkt blijven.”
(tekst gaat onder de foto verder)
Vanuit Polen naar België gevlucht

Alicja Gescinska (Warschau, 1981) kwam op jeugdige leeftijd met haar ouders naar België. Vader wilde weg uit het communistische Polen en vluchtte met het gezin. Dat is dus gelukt. Het tekent tegelijk de gevoeligheid rond het al dan niet communistische gedachtegoed van Rose Luxemburg. ,,Zij is iemand waar ik heel lang met een boogje om ging. Ik was niet aangetrokken tot haar denken. Als je mijn leven kent, dan weet je dat communisme niet echt een ideologie is die mijn hart sneller doet slaan.”
Tegen haar studenten – ze doceerde een aantal jaren in Engeland – zei ze altijd wat ze nu weer zegt: ,,Lees breed, lees ook dingen waarvan je denkt dat je er niet mee akkoord zult zijn. Maar lees ze in plaats van ze direct opzij te schuiven.”
Zo las zij over Rosa Luxemburg. ,,En ik dacht: wat een moedige vrouw. In de eerste plaats haar moed, hoe ze in het leven stond.” Haar conclusie: ,,Ze is eigenlijk één grote herinnering aan het feit dat moedig denken vaak met een prijs komt.”
Het is inderdaad opvallend dat veel van de vrouwen over wie Alicja Gescinska heeft geschreven zijn gestraft voor hun denken. Barbara Skarga heeft in de goelag gezeten. Edith Stein (Joods, maar tot het katholicisme bekeerd) en Etty Hillesum zijn beide in Auschwitz vermoord. Weer anderen werden in hun carrières achtergesteld bij mannelijke collega’s.
(tekst gaat onder de foto verder)

Foto: Münchner Stadtmuseum, Sammlung Fotografie/ Wikimedia Commons
,,Bij Hannah Arendt had niet veel gescheeld of zij was ook in een kamp overleden. Ik denk dat al die vrouwen het besef hadden dat hoe je in het leven staat, hoe je denkt, hoe je schrijft, dat het gevolgen heeft. We voelen ons altijd als klein individu, machteloos. ‘Ik kan niks en doe er niet toe wat ik denk,’ hoor je vaak. Het doet er wel toe. Eén figuur in je omgeving kan een gigantische impact hebben. Je kan een golf van verandering met je meebrengen. Zelfs als het eindigt met de dood. Dit is geen oproep aan mijn medemens om te zeggen: ‘Wees moedig, denk, het kan wel eindigen met een kogel in je kop’, maar het besef is wel belangrijk.
‘Praten alsof wij de slachtoffers zijn’
,,Ik ben ervan overtuigd dat je voor je waarde, waardigheid en menselijkheid moet kiezen, ook al zou er een grote prijs aan hangen. Maar wat ik helaas rondom mij vaak zie, zijn mensen die in onze rustige, welvarende levens klagen. ‘Ik kan het nieuws niet meer zien, het is zo zwaar, het is zo zwaar wat ik allemaal te zien krijg. Je kan toch niet gans de wereld helpen.”
En dan denk ik: je draagt niet eens een deeltje van de wereld op je schouders, je zit in je fancy restaurant of café met je café latte, met oatmilk, en je bent aan het klagen dat je het niet meer aan kunt. Wij moeten zo weinig moed tonen en wij praten vaak over onszelf alsof wij de slachtoffers zijn. Terwijl we het nieuws op veilige afstand op onze telefoon te lezen krijgen.”
Bewuster leven, je denken niet uit handen geven
Oproep is het woord niet, zegt ze. ,,Maar een confrontatie misschien? Dat de lezer die het boek gelezen heeft bij zichzelf ergens te rade gaat en zich afvraagt: hoe sta ik in het leven? Of: kan ik niet iets bijdragen? En daarin vind ik deze tien vrouwen wel voorbeeldfiguren. Vrouwen tegen wie je opkijkt. Waardoor je kunt beseffen dat je meer kunt bijdragen tot de maatschappij. Bewuster leven, je denken niet uit handen geven. Voor jezelf denken. Er zijn verschillende motivaties en redenen waarom het boek er is, maar het is ook in de hoop dat mensen – dit gaat weer zo zwaar klinken – ergens groeien als mens, door het lezen van zo’n boek.
,,Omdat ik dat zelf zo ervaar. Ik vind dat een mens nooit af is. Ik ben niet klaar. Ik denk dat een mens altijd als mens en in zijn menselijkheid kan groeien en de wereld en de medemens beter kan begrijpen.”
‘De mens is zijn menselijkheid aan zijn medemens verschuldigd’; een uitspraak die tweeledig is: wij danken onze eigen menselijkheid aan anderen en wij zijn het aan anderen verschuldigd om hun menselijk te behandelen‘
Essentieel in het denken van Alicja Gescinska is deze notie: ,,Je kunt alleen maar mens zijn als je een ander ziet en ook mens maakt. Je hebt elkaar nodig om mens te zijn. Om mens te worden, want je kunt het niet zijn. Je wórdt het alleen. Door een ander. En een ander wordt het door jou. Dat is waar ik van doordrongen ben. Doordrongen van het besef dat wij onszelf niet hebben gemaakt tot de mensen die we zijn. ‘De mens is zijn menselijkheid aan zijn medemens verschuldigd’; een uitspraak die tweeledig is: wij danken onze eigen menselijkheid aan anderen en wij zijn het aan anderen verschuldigd om hun menselijk te behandelen. We zijn constant schatplichtig aan de mensheid. Dat klinkt zeer zwaar, maar het is eigenlijk, als je er bij stil staat, zeer begrijpelijk.”
Ze schrijft over Wanda Poltawska, een vrouw die in Ravensbruck heeft gezeten en wanneer ze naar haar naam werd gevraagd, antwoordde door het getal te noemen dat in haar arm was getatoeëerd.
En over een jongen die zijn hele jonge leven in een volstrekt isolement werd gehouden door zijn ouders. ,,Mensen hebben constant andere gezichten nodig, andere stemmen nodig, om gezichten te kunnen lezen, om te weten waar ik thuis behoor en hoe ik voor een ander zorg. Wij kopiëren heel veel gedrag. Dit is het beroemde nature-nurture. Maar nurture, waar het nu eigenlijk over gaat, is veel breder en veel dieper en intenser en gevarieerder en diverser dan wij nu even in dat ene woordje proberen te stellen. De menselijkheid in ons is genurtured.”

Foto: Eustachy Kossakowski, Public domain, via Wikimedia Commons
Wat het is om mens te zijn, stond centraal in mijn doctoraat
Tien vrouwen, ‘tien denkers van blijvende betekenis’. Evenwel komt na de tien portretten een stuk over Max Scheler (1874-1928). Ze lacht.
,,Ik heb over hem mijn doctoraat geschreven. Over Max Scheler en Karol Wojtyla. Ik zou het nu niet meer doen, maar heb er niet zozeer spijt van.”
De woordenstroom stokt even, ze denkt na, zegt dat ze het wil uitleggen. ,,Alles is begonnen bij mij met de fenomenologie en continentale filosofie. En daar waren zij de perfecte figuren voor om het denken, dat mij toen ontzettend interesseerde, verder uit te spitten. En ook toen al was het thema vrijheid en menselijkheid. Wat het is om mens te zijn, stond centraal in mijn doctoraat. Dus de thema’s waren er en ik heb ze opgehangen aan die figuren.
,,Mijn denken is daarna zo stilaan doorgegroeid naar meer politieke filosofie, politiek denken. Ik kon gemakkelijk een job kon krijgen aan bepaalde kleine of grotere katholieke instellingen, maar dat is niet wat ik wou. Want ik heb hem niet bestudeerd om godsdienst te propageren. Het ging mij gewoon om het denken.”
Zo gemakkelijk ging en gaat het niet. Karol Wojtyla was eens filosoof, maar op zijn 58e werd hij paus Johannes Paulus II. ,,Paus, katholiek, van de oude stempel, conservatief. En ik ben een jonge vrouw. Dat botste wel. Soms werd ik dan zelf bijna als een spreekbuis van hem gezien. Ik kon heel weinig over hem praten als een historisch figuur. Want mensen werden emotioneel tegen of voor hem. Door paus te worden, is hij zijn status als filosoof, als denker kwijtgeraakt. Ik mag die bijna niet aanraken. Of daarbij moet je hem adoreren, of daarbij moet je hem volledig neerhalen.”
‘Lady Gaga is hem wellicht voorbij, maar in zijn tijd
werd niemand meer gezien dan Johannes Paulus II’
Met al haar kennis over haar illustere oud-landgenoot kan ze niks.. Ik zou hem karakteriseren als een goede filosoof. Niet een briljante filosoof. Geen Immanuel Kant of zo. Hij is geen reus in de filosofie. Wel is hij zeker en vast de filosoof geweest die het grootste publiek heeft bereikt. Hij is tot op vandaag de filosoof die de meeste mensen hebben gezien. Lady Gaga is hem wellicht voorbij, maar in zijn tijd werd niemand meer gezien dan hij.”
Biografieën, smaalt ze, gaan over bij wie hij op de koffie is geweest, welke handen hij heeft geschud, zijn werken voor de kerk, de encyclieken, de brieven. ,,In 1978 op dat balkon in Rome was hij een man van in de vijftig met een voldragen filosofie. Daar mag het niet over gaan.”
Over andere historische figuren – ze noemt Margaret Thatcher, Desmond Tutu – verschijnen boeken over hun manieren van denken. ,,Figuren die een enorme impact hebben gehad op gans de wereld. Hoe dachten die? Van waar komt dat denken? Hoe is dat denken ontstaan? Ik vind dat persoonlijk zeer fascinerend.”
Alicja Gescinska heeft een boek geschreven over Karol Wojtyla: De filosoof die paus werd. We zullen het misschien nimmer te lezen krijgen. ,,Ik laat het voorlopig onafgewerkt liggen. Omdat ik ergens ook bang ben voor dat boek. Omdat ik weet gewoon dat dit boek een stempel gaat zijn. En ik ga er niet vanaf geraken. Ik, een vrouw van Poolse komaf die een Poolse paus bespreektt.” Ze schudt haar hoofd. ,,Wij zijn helemaal niet openminded als samenleving. Ik heb een paar keer gedacht: met al die boeken van mij, nu zullen de mensen wel doorhebben waar ik voor sta. En dat ik geïnteresseerd ben in de geschiedenis van het denken.” Nee.
(tekst gaat onder de foto verder)

Ze publiceerde een roman (Een soort van liefde), essays, poëzie, een theaterstuk, de novelle De gezichtslozen (die ze instuurde naar de jury voor het Boekenweekgeschenk en toen ze niet werd uitverkoren nog snel uitgaf vóór de Boekenweek). Recent hield ze de 11-novemberlezing in Ieper. En nu is er dit grote boek: Vrouwen in duistere tijden. Hoe ziet ze zichzelf dan?
,,Ik wil gewoon schrijven. En met elk boek kom ik dichter bij, of word ik meer wie ik altijd heb willen zijn. Ik denk dat als mijn volgende roman er zal zijn, dan is het naast Een soort van liefde en De gezichtslozen hopelijk een goede, dikke roman. Dan ga ik echt het gevoel hebben van: nu ben je wéér meer wie je had moeten zijn. Of wie je altijd bent geweest.”
Nu ze niet meer doceert, tuurt ze regelmatig in haar laptop naar wat er allemaal al is. ,,Al reizend, het Kanaal over, en terug, heb ik steeds geschreven. Nu ik niet meer met academia verbonden ben en naar mijn Documenten kijk, denk ik: oké, ga ik nog genoeg leven hebben om dat allemaal uit te werken?” Alicja Gescinska is 44.

Alicja Gescinska:
– Vrouwen in duistere tijden. Tien denkers van blijvende betekenis. 368 p’s.
– De gezichtslozen. Novelle. 110 p’s.
uitgaven van De Bezige Bij.