Ik houd niet van politieke romans en niet van romans over generaties. Toch heb ik een roman geschreven die in beide categorieën zou kunnen vallen

Alejandro Zambra


De drie korte romans waarmee de Chileen Alejandro Zambra zijn entree maakte in de Latijns-Amerikaanse literatuur zijn nu in één band samengebracht. In deze trilogie die officieel geen trilogie is, schrijft Zambra over de jonge generaties Chilenen die dachten dat zij secundaire burgers waren. VersTwee herdrukt een interview met Zambra uit 2012 toen Manieren om naar huis terug te keren, de derde roman was verschenen.


door Theo Hakkert

Alejandro Zambra is de nieuwe stem van de literatuur uit Chili. Niet eerder schreef hij zo openlijk over de dictatuur als in zijn nieuwe roman. ‘Ik veroordeel niets, ik stel slechts vast.’ 

Op internet deed een lezer zijn beklag. Zojuist had hij Het verborgen leven van bomen gelezen, de tweede roman  van Alejandro Zambra (uit 2007). “Hij vond het een geweldig goed boek,” zegt Zambra (1975), die we te spreken krijgen op  de Documenta in Kassel. “Toch wilde hij zijn geld terug. Een prachtige roman, maar het was geen Zuid Amerikaanse literatuur. Het was niet wat ze hem hadden beloofd. De man had waarschijnlijk iets magisch-realistisch verwacht à la García Márquez. Erg grappig.”  

“De lezer die van mijn boek had genoten en toch zijn geld terug wilde, zoekt naar een schrijver die hem uit de  wereld wegvoert. Dat is óók Latijns-Amerika. Die boeken zijn er ook. Ik vind het altijd weer vermakelijk hoe de  Latijns-Amerikaanse literatuur op één hoop wordt gegooid.”  

Zoals er ook niet zoiets als een Europese literatuur bestaat. “Precies. En het gaat nog verder. Het hele continent wordt soms als een dorp beschouwd. Ik kom uit Chili. Iemand vroeg mij laatst of ik, op weg naar huis, iets voor hem wilde afgeven bij een vriend in Colombia. Omdat ik er toch langs kwam. Laat ik het zo zeggen: Colombia ligt niet  bepaald om de hoek.”  

‘Je kunt niet alleen over privézaken schrijven
als je in een dictatuur hebt geleefd’

Alejandro Zambra is de auteur van een klein maar piekfijn oeuvre van boeken die klein van omvang zijn, maar groot  van impact en schoonheid. Meteen met zijn eerste korte roman, Bonsai, maakte hij (in 2006) diepe indruk. Een, zoals de  titel aangeeft, geheel tot zijn essentie teruggesnoeid verhaal – over geliefden die elkaar in hun studietijd ontmoeten  en daarna weer kwijtraken. Bonsai gaat óók over schrijven, in Bonsai wordt aan een boek geschreven dat Bonsai  heet, zoals Zambra altijd op schrijven reflecteert.  

In zijn nieuwe roman, zijn derde: Manieren om naar huis terug te keren, speelt hij opnieuw een dubbelspel, nu door  verschillende vertellers op te voeren. Hij plaatst, veel prominenter dan voorheen, de recente geschiedenis van Chili  op de voorgrond. Een jongen van negen vertelt over de periode, vanaf 1973, dat Chili zuchtte onder de dictatuur van Augusto Pinochet. Een andere stem is van een jonge schrijver die op die periode terugkijkt. Twee verhalen,  twee versies. Want een geschiedenis blijft maar zelden zo eenduidig als we hem denken te hebben beleefd.  

Zambra draait er niet omheen dat hij zijn eigen leven als uitgangspunt heeft genomen. “De roman gaat over de  geschiedenis, dat moet ook wel als het over mijn jeugd gaat. Je kunt niet alleen over privézaken schrijven als je in een dictatuur hebt geleefd. Dan is er geen privé. Een dictatuur grijpt heel diep in levens in. De roman gaat niet over  dictatuur, maar tegelijkertijd ook weer wel. Mijn hele leven zat vol met dictatuur. Het was ermee doordrenkt.”  

‘Literatuur staat je toe, geeft je de kans de  complexiteit van het leven te laten zien’

Hij geeft stem aan een generatie die zich op afstand getuige waande. De jeugd voelde zich secundair in het Chili  van de dictatuur. Alleen houdt Alejandro Zambra niet van de uitdrukking ‘stem geven aan’. “Dat heeft direct te  maken met mijn idee van literatuur. Ik houd niet van politieke romans en niet van romans over generaties. Als een boek meer over politiek dan over literatuur gaat, vind ik dat maar niks. Toch heb ik een roman geschreven die in  beide categorieën zou kunnen vallen.”  

Hij heeft deze dubbele positie opgevangen in de vorm van zijn roman. “Daarom zit het proces van het schrijven er  nadrukkelijk bij in. Twee stemmen in dialogen. Twee personages met elkaar in gesprek. Ik wil ook niet de claim  leggen dat dit persoonlijke verhaal universeel is.”  

Is dat niet wat al te bescheiden? “Het is geen bescheidenheid, maar ik ben eerlijk. Ik ben niet in de positie iets te  representeren. Ik laat graag discussie zien. Dat kan juist in romans. Literatuur staat je toe, geeft je de kans de  complexiteit van het leven te laten zien. Om over veel zaken tegelijk te praten. Dit is niet een roman die het kwaad  probeert te begrijpen. Dit is een roman over hoe je over pijn kunt spreken, over de pijn van een land. Je hebt overleefd, je hebt een leven. En toch.”  

In Manieren om naar huis terug te keren schrijft hij: ‘Terwijl de volwassenen elkaar vermoordden of dood waren,  zaten wij in een hoekje tekeningen te maken. Terwijl het land ten onder ging, leerden wij praten, lopen, servetten tot  een bootje of een vliegtuigje vouwen. Terwijl de roman plaatsvond, speelden wij verstoppertje, leerden wij hoe we  konden verdwijnen.’  

De kinderen groeien op in ‘de roman van de ouders’. Niet een verhaal van heldendom, geen verhaal van  bannelingen, maar van gewone lieden die in Chili bleven en probeerden iets van hun leven te maken. “Was ik een  zoon van een militair, een balling, een slachtoffer, dan was het duidelijk. Toch kan ik het niet hebben over mijn jeugd zonder de directe band met de dictatuur. Het zat overal, bij iedereen. Alleen waren de posities anders. Mijn vader was geen crimineel. Hij was een man die niets deed. Daar kun je hem over bekritiseren. Maar hij heeft niemand gedood.”  

‘Zit melancholie eigenlijk niet in alle literatuur?
Niet vooraan, maar altijd op de achtergrond’

Manieren om naar huis terug te keren is daarmee ook een vader-zoonroman. “Herhaaldelijk verbaasde ik mezelf  over mijn gedachten. Wat zou ik hebben gedaan als ik dertig jaar ouder was geweest? Wie zou mij zijn geweest?  Wat als ik mijn vader was geweest? Een antwoord op deze vragen is dat deze werelden elkaar overlappen. Zijn  wereld was zo anders. En toch zijn er ook weer veel overeenkomsten. En verschillen. Zo meende mijn vaders  generatie dat het niet nodig was om zich af te vragen wie zij waren in de wereld. Of ze wel of niet kinderen zouden  willen. Toen mijn vader 25 was, had hij twee zonen. Ze leefden hun leven. Onbewuster dan wij, zo lijkt het nu. Wij reflecteren meer. Ik veroordeel niets, ik stel slechts vast.”  

De held in het boek bereikt het punt dat hij zijn ouders niet meer wenst te beoordelen en spijt krijgt van eerdere kritiek. “Hij voelt zich belachelijk, schaamt zich dat hij dat altijd heeft gedaan. Het is gemakkelijk je ouders te  beoordelen en te veroordelen. Je vader doden is een geïnstitutionaliseerde sport. Dat moet. Om op te groeien moet  je nu eenmaal je vader doden.”  

‘Ik dacht altijd dat ik geen echte jeugdherinneringen had’, luidt een zin in het boek. “Wel dus, maar dat had hij later  pas door. Het geeft het boek een melancholieke laag, ja. Maar zit melancholie eigenlijk niet in alle literatuur? Niet vooraan, maar altijd op de achtergrond. Ik houd van de toon van melancholie en ook de humor die daarin te vinden  is. Humor maakt dat sommige situaties te overleven zijn.”  

Drie korte romans. Met parallellen. Hoe ziet Zambra dat zelf? “Het staat of valt allemaal met de stem, met de  verteller. In Bonsai blijft de verteller op afstand. Dat geeft hem de kans te kijken naar de karakters, om hen te  lachen, van ze te houden. In Het verborgen leven van bomen houdt hij zich enerzijds erg bezig met de personages,  maar praat hij tegelijkertijd over zichzelf in de derde persoon. Nu twee stemmen. Het vinden van de stemmen is het  belangrijkste. Daar begint het mee.”

Alejandro Zambra: Bonsai – Het verborgen leven van bomen – Manieren om naar huis terug te keren.
Vertaald door Luc de Rooy.
Nawoord bij Bonsai: Maartje Wortel. Nawoord bij Het verborgen leven van bomen: Luc de Rooy.
304 p’s. Meridiaan Uitgevers.

Foto