VersTwee herkent zich in wat Raymond van het Groenewoud zong: ‘Ik hou van veel muziekjes’. Muziek van de laatste uren, dagen, weken of soms jaren. Liedjes, albums, van alles – en een playlist.
ROLLING STONES – FOREIGN TONGUES
(album) – Van oude bomen die hun einde voelen naderen wordt wel gezegd dat ze nog één keer in massa’s hun vruchten laten vallen. Oud zaad moet je dik zaaien. Als de Rolling Stones leven naar deze biologische wet moet Foreign Tongues hun laatste album zijn, zo goed is de plaat. Om bij bomen te blijven: nergens opschot.
Alleen, de Stones leven alleen naar hun eigen wetten. Neil Young mag zingen ‘It’s better to burn out than to fade away’; de Stones doen beide niet. Ze gaan tekeer als in hun jongste dagen. En wel meteen. De eerste tonen van het eerste intro, dat van de bluesy stamper ‘Rough And Twisted’, zijn nog aarzelend. In de studio zit en staat iedereen afwachtend bijeen. Het is aan Keith Richards om te beginnen. Een signaal voor de anderen om in te zetten en vanaf dat moment tot ruim een uur verder is het jolijt met inzet van allerlei genres die ze beheersen. Rock, soul, country, blues. Alsof ze als beginnend bandje een staalkaart willen afleveren. Dit kunnen we allemaal, zit er iets tussen?
Verder is er niets beginnend aan. Doorwrochte songs van doorgewinterde rockers die alles al hebben (mee)gemaakt en er nog heel veel lol aan hebben. Richards vond nog een stel nieuwe licks, messcherp zijn ze. Een aantal malen klinken ze vertrouwd, die licks, maar dat is goed, want we willen wel de Stones herkennen in elke molecuul. Een nummer als ‘Divine Intervention’ lijkt op minstens drie oudere van het huismerk.
Andrew Watt produceerde de plaat, die veel beter klinkt – meer naar de diepere Stones – dan voorganger Hackney Diamonds. Don Was assisteerde daar soms bij.
Bij de gasten onder anderen Paul McCartney (bas), Naarai Jacobs (zang), Steve Winwood (bijna alle toetsen), Bruno Mars (koebel) en Benmont Tench (orgel), Robert Smith (Cure).
‘Hit Me In The Head’ is in verschillende opzichten een bijzonder nummer. Wijlen Charlie Watts is te horen op drums. Watt deed de bas en percussie. Jagger zingt, speelt gitaar en mondharmonica, Richards naast gitaar ook piano.
En dan die tekst.
I don’t care if I live or die
I don’t care if I laugh or cry
Give me a song that I can’t sing
Covers doen ze ook. Een fijne uitvoering van Amy Winehouse ‘You Know I’m No Good’ en om af te sluiten, alleen Jagger en Richards in Chuck Berry’s ‘Beautiful Delilah’.
Richards zingt in een nummer lead; Ron Wood doet een heerlijke gitaarsolo in ‘Back In Your Life’ – ‘Come on, Ronnie!’
Van autocraten moeten de Stones niets hebben. ‘Mad mogul’ Elon Musk krijgt er flink van langs. En zo hebben alle songs op dit album wel iets. Foreign Tongues sprankelt. Toen Oasismania door Londen raasde klonken uit elke luidspreker hun albums. Waarom zou dat met dit heerlijke Stones-album deze zomer niet ook gebeuren? Een plaat die bij dit seizoen past. Nu ook oude bomen in volle bloei staan.
TH, 10 juli
MICK FLANNERY – THE HOUSE MUST WIN
(album) – De Ierse singer-songwriter Mick Flannery heeft voor The House Must Win teruggegrepen op zijn debuutlp uit 2005: Evening Train. Hij gaf ze een ander arrangement, want The House Must Win is ook een theaterstuk geworden waar hij ook zijn oudere songs in heeft verwerkt in een andere aanpak. De helft is nieuw.
De soundtrack, want dat is het dan dus, opent met een ouverture, waarna als eerste een vrouwenstem klinkt. Je maakt een dubbelalbum en de eerste stem is die van een vrouw. Jenny Grant. En ze is enige niet. Daarna zijn er duetten met Anaïs Mitchell, Yvonne Daly (2x), Tabytha Smith, Susan O’Neill en Lisa Hannigan. De samenzang met Hannigan, ooit compagnon van Damien Race, in ‘Grace’s Waltz’ is ontroerend. De gekwelde zang voert naar een zwierend einde rond een viool en piano.
Wat zich ontvouwt is een breed spectrum aan stijlen, maar die variatie staat de eenheid van het album niet in de weg. Integendeel, de opbouw tot album is geweldig mooi gedaan.
Van simpele folksongs naar zware gitaren naar een pingelende piano en verstrooide violen. Soms klinkt Flannery (42) als Tom Waits, en als hij praat als John Trudell (voor wie die nog kent) en Joe Henry, deze laatste ook in de manier van arrangeren. Wat wel aangeeft dat het niet alleen de traditionele Ierse variant van folk is die we te horen krijgen. Heel mooi, ook in dit verband, is zijn duet met Jeffrey Martin. De plaat is donker, maar licht soms op. Het schuurt, het glimt lieflijk.
Een vroeg hoogtepunt is ‘Take It On The Chin’, dat hij zingt (en spreekt) samen met zijn broers David, Brian en Eamonn. Het maakt nieuwsgierig naar de musical, maar de dubbelelpee heeft dat beeld helemaal niet nodig. Een album waar je voor moet gaan zitten en steeds in z’n geheel dient te beluisteren.
TH, 21 juni
PAUL MCCARTNEY – THE BOYS OF DUNGEON LANE
(album) – The Beatles hadden natuurlijk altijd al iets met de plekken van hun jeugd. Paul McCartney – 18 juni wordt hij 83 – heeft de leeftijd van de melancholie en nostalgie bereikt en op zijn nieuwe album blikt hij nog eens terug. Hij wandelde rond Dungeon Lane. Al dan niet samen met de boys met wie hij muziek ging maken en op de plaat aanwezig zijn.
Ringo zingt mee op een nummer, John krijgt een referentie en het lekkerste nummer van de plaat is er een over een bustocht met George, op weg naar school: Down South. Met deze mooie regel: “It was a good way to get to know you / Before we learned to twist and shout.”.
Ook sterk, al net zo basaal qua instrumentatie als Down South, is We Two, een liedje dat hij schreef samen met producer Andre Watt (die ook de Stones onder zijn hoede heeft en aan de nieuwe van Brandi Carlile meewerkt). Ze namen het op in de beroemde thuisstudio van McCartney in Sussex op een vier-sporen recorder. Ook hier drongen de herinneringen zich op. Aan de tijd dat The Beatles met tape begonnen te experimenteren. Dus loopt aan het eind van We Two de tape terug.
De single die aan het album vooraf was gelukkig niet de maatstaf. Op Days We Left Behind klonk en klinkt hij heel breekbaar, maar nu het liedje meelift tussen de andere valt vooral op hoe knap de songs achter elkaar zijn gezet. Het is een album. Ballads en meer up tempo vullen elkaar mooi aan. Het zijn stuk voor stuk uitstekende songs. Achteloze klasse, zo lijkt het. Zo goed dat ze soms ontroeren. Het is warempel een van zijn beste platen.
TH, 3 juni
RAYE – THIS MUSIC MAY CONTAIN HOPE.
(album) – ‘Funny some people say I remind them of Amy,’ zingt Raye al in I Will Overcome. het eerste gezongen nummer op haar tweede studio-album – de plaat opent met gesproken woord. Met name bij muziek ligt voor de hand om te veronderstellen dat zodra iemand in de eerste persoon zingt – ik en I en Ich – dat het om de zanger of zangeres zelf gaat. Wat helemaal niet een op een het geval is. Neem John Prine: ‘I am an old woman’, uit Angel of Montgomery. Raye is inderdaad al vaak vergeleken met haar overleden collega.
I Will Overcome. – die punt staat achter elke titel – is veel theatraler dan Amy Winehouse, maar dat Raye (28) door haar snelle opkomst, stem en uitstraling met Winehouse vergeleken wordt, is niet zo gek. De swing en warmte van hun stemmen.
Je kunt de Britse ook met Rosalía vergelijken, want net als de Spaanse ster kiest ze herhaaldelijk de hoogte in passages in liedjes die dan meteen als een klassiek stuk of een musical klinken – pfff.
Raye heeft die vergelijkingen niet nodig. Bovendien kunnen we dan wel bezig blijven, want het album schiet en vliegt alleen kanten op. Van arrenbie tot vaudeville, van party dance via doowop tot funky pop, van minieme liedjes tot groots georkestreerde soul. Voor Click Clack Symphony werkte ze samen met Hans Zimmer, de Duitse componist van Hollywoodblockbustersoundtracks.
Een andere gastrol is voor Al Green in het prachtige Goodbye Henry; hoe soepel Raye hier haar stem rond de melodie laat slingeren – heel mooi.
Veel nummers kondigt ze aan, wat bijvoorbeeld in I Hate The Way I Look Today. de indruk moet geven dat ze het lied, een springerig jazz-nummer, live in de studio wordt gespeeld.
Is het slim om de tweede elpee te gebruiken als staalkaart? Ik vind de afwisseling wel werken, ook al omdat ze laat horen, op het hautaine af, hoe goed ze kan zingen. Vanaf nu kan ze alle kanten op, alle kanten die Raye hier al laat horen. De volgende keer alle focus op één van deze stijlen en die uitdiepen graag.
TH, 29 maart
Twee typisch Amerikaanse platen
TEDESCHI TRUCKS BAND – FUTURE SOUL
JOHN HOLLIER & THE RÊVERIE – RAINMAKER
(albums) – Dames eerst. Bij Tedeschi Trucks geldt dat niet alleen in de bandnaam, maar ook voor de meeste songs. Susan Tedeschi krijgt als zangeres eerst alle ruimte en vervolgens echtgenoot Derek Trucks, en dat laatste om flink uit te halen met lyrische gitaarsolo’s.
Op de plaat stoppen die op een gegeven moment, maar je voelt op je klompen aan dat die solo’s live tot ver na sluitingstijd door zouden kunnen gaan. En als die solo’s je bekend in de oren klinken: Trucks is ook gitarist bij The Allman Brothers Band. Wat niet wil zeggen dat hij de baas is thuis. Susan Tedeschi had al een lange carrière – en speelt al net zo lekker gitaar – voordat ze met Trucks trouwde en zij hun gezamenlijke band oprichtten. TTB is herhaaldelijk onderscheiden in de blues-sector, maar op Future Soul is het repertoire zeer gevarieerd. Stuwende Amerikaanse rock derhalve, met ontegenzeggelijk southern-invloeden. Wel veel strafpunten voor de afschuwelijk AI-hoes
Bij deze plaat zou je verder willen uitroepen: ‘It’s alright to feel good!’
Maar dat is een uitroep van John Hollier op zijn tweede album. Hij komt uit Louisiana, maar bivakkeert nu in Nashville. Verwacht echter geen country, zelfs niet altijd countryrock. Wel energieke rock met roots, die in sommige songs fel eindigt na een bedrieglijk rustig intro. Alsof hij zich eerst in wil houden, maar het niet kan laten.
Ballads zijn er ook. Rival is sterk. De melodieën zijn sowieso goed, wat altijd een vereiste is. Never See Me Again komt uit de stijlgroep Zach Bryan, van begin (rustig, fijne melodie die je bekend voorkomt) tot eind. Waar Bryan vaak het lied beëindigt na het laatste woord, doet Hollier dat ook. Een prettig album dat zeker een tijd aandacht blijft vragen.
TH, 26 maart
GUIDED BY VOICES – WE OUTLAST THEM ALL
(single) – Op een gegeven moment bracht Guided By Voices zo veel albums zo snel achter elkaar uit dat de band uit Dayton, Ohio wel een maandblad leek. Altijd spannend, zelden ontzettend goed. Ik vond het idee waarmee ze de songs aanpakten wel prima: idee op, liedje stop. Soms was dat na anderhalve minuut, soms iets langer, maar korter ook.
Geen idee hoeveel albums precies, dik veertig, maar naast Guided By Voices was oprichter en vaandeldrager Robert Pollard ook nog solo bezig.
En nu is er nieuw nummer verschenen dat het in zich heeft een klassieker te worden. Niet de gekte van toen, mogelijk iets te veel invloeden van R.E.M., maar We Outlast Them All – wat ook voor GBV zelf geldt – is een lekkere rocksong met een melodie die maakt dat je het nog eens en nog eens wil horen.
Theo Hakkert, 27 februari
ITCHY AND THE NITS – GREETINGS FROM ITCHY AND THE NITS
(album) – Ik ben een muzikaal kind van de seventies. Opgegroeid met de solo-Beatles, Linda Ronstadt, Westcoast singer-songwriters, Engelse prog- en glamrock, Fleetwood Mac’s Rumours en de vroege punk & new wave. Uit die punktijd stamt m’n liefde voor muziekvrouwen. Patti, Debbie, The Slits, The Raincoats en daarna bands als Mo-dettes, Dolly Mixture en The Gymslips.
Fast forward naar nu. Wie de nieuwe plaat van Itchy and the Nits hoort begrijpt gelijk waarom m’n oude jongenshart tegenwoordig weer sneller klopt. Want hoewel we inmiddels bijna vijftig jaar verder zijn, vormen die meidenpunkbands van vroeger de inspiratie voor meiden van nu. Gitariste Eva McGregor en zussen Bethany (drums) en Jacinta (Cin) Little-Woodcroft (bas) uit Sydney, Australië brachten inmiddels een democassette en een met een handvol echte studio-opnames aangevulde officiële debuutplaat uit: The Worst of Itchy and the Nits.
Nu is er dus een heuse tweede plaat, Greetings from Itchy and the Nits. Begin januari verscheen het heerlijke Smelly Boys (Smelly Boys – just want a romance / Smelly Boys – give them a chance / Smelly Boy – Looking so fine / Smelly Boy – Will you be mine?). Een paar simpele gitaaraccoorden, een huppelende drumbeat en een paar overtuigende meidenstemmen, meer heb je niet nodig voor een hit die in de vroege jaren tachtig een zaal vol smelly boys aan het stuiterballen zou hebben gekregen.
De tweede single, Secrets, is al net zo onweerstaanbaar. “I’ve got / something to tell you / wanna tell you a secret / but only if you keep it.”. Doe-het-zelvers Eva en Beth knutselden er een videoclip met zelfgemaakte puppets en achtergronden bij. Ook al zo charmant. Volop tienerthema’s op deze plaat. Over de Nudie Beach waar je in alle vrijheid in je blootje kan zwemmen zodat je kont ook wat zon krijgt, over altijd maar weer wachten en uitgaan met het vriendje tot de zon opkomt, over tekenfilms en TV en over de stadslijn die je overal brengt.
12 songs in zo’n 22 minuten, dat zijn Ramonesiaanse proporties. Kort en bondig. Alles volgens een vast recept, alleen het ‘one, two, three, four’ ontbreekt. Erg veel variatie zit er niet in, maar Greetings from Itchy and the Nits verveelt geen seconde. ‘Welcome to the Itchy and the Nits show / Dance, dance, like you’re in the disco’. Je krijgt de lyrics erbij, dat maakt meebleren een stuk makkelijker.
Ton Ensing, 17 februari
TESSA ROSE JACKSON – THE LIGHTHOUSE
EMILY SCOTT ROBINSON – APPALACHIA
(albums) – Delicate vrouwenstemmen hebben soms de kracht de luisteraar juist alle kracht te ontnemen, en de adem. Tessa Rose Jackson, online wordt ze ‘musicienne’ genoemd, heeft zo’n stem. Nederlands is ze, tweetalig opgevoed door haar Engelstalige ouders, wat haar hoorbaar een native speaker maakt. Ze begon onder de artiestennaam Someone, maar van iemand is ze zichzelf geworden op het van schoonheid breekbare album The Lighthouse.
Haar dictie is haar forte. Die reikt de luisteraar het volle spectrum van haar stem aan. In het openings- en titelnummer fluistert ze nog een weinig, maar met elk lied neemt de muzikale begeleiding toe en in het poppy ‘Built To Collide’ doet ze even denken aan Suzanne Vega, en een nummer verder, ‘Gently Now’, is daar Janis Ian. Maar geen van deze zangeressen heeft zo’n precieze uitspraak én gevoeligheid als Tessa Rose Jackson.
Al net zo mooi is Appalachia van Emily Scott Robinson, een loepzuivere singer-songwriter uit Colorado die nu in North Carolina woont, in de Appalachen, de bergrug die voor de Amerikaanse kolonisten zo lang een barrière richting het westen vormde en waar nog altijd een eigen muzikale cultuur omheen hangt waarin folk en country samensmelten. Met dit album, haar vijfde, is ze een woordvoerder van die cultuur geworden. In de teksten heeft ze veel aandacht voor tradities en voor gewone mensen. Haar kristalheldere stem, met soms die typerende folky uithalen, gedijt het best bij weinig begeleiding. Een gitaar is genoeg.
Het is alsof ze met Appalachia een herstart maakt. Omdat ze bijvoorbeeld ‘The Time for Flowers’ herneemt, een lied uit 2020 dat ze schreef ten tijde van de corona-epidemie. Over een oude vrouw die ze aantreft op haar knieën, bezig met bloembollen poten. ‘In these days of darkness and disease’ heeft dat toch geen zin?, maar de vrouw zegt haar dat de tijd van de bloemen altijd terugkeert. Zou Emily Scott Robinson door deze her-opname, die veel meer zeggingskracht heeft dan het origineel, soms iets willen zeggen over wat de VS momenteel doormaken en the days weer een en al darkness hebben? De Appalachen staan niet bekend als een progressieve bergrug, maar het is als met het lied: hoop moet je hebben.
Theo Hakkert, 13 februari
Poëtische kleurmuziek van Ken Nordine
(album) – Ken Nordine (1920-2019) is een Amerikaanse stemkunstenaar, die naam maakte met zijn ‘woordjazz’’. Iets minder bekend, maar onvergetelijk is de reeks parlando-poëzie die hij opnam voor het album Colors (1967). Goede wijn behoeft geen krans, ik geef hier alleen een vertaling van de bijzonder fijne tekst. En dan: luisteren!
Beige
Onmogelijk om beige te begrijpen/ Tenzij je hem intens aankijkt/ Kijk hem recht in zijn ogen/ Tenzij je beige ziet/ In de serieuze beigeheid/ Van het beige zelf zijn/ Beige is bovenal voorzichtig/ Waanzinnig voorzichtig, eigenlijk/ Bijna net zo voorzichtig als die tint geel die bang is/ Maar beige is veel sluwer dan geel/ Wil dat alles net zo veilig is als gisteren/ Nu het nu hier is/ Je weet hoe flamboyant rood kan zijn/ Zou het waarschijnlijk geen minuut volhouden met beige/ Zou niet voorbij zijn secretaresse komen, mevrouw Altijd Lichtbruin.// Beige vindt zelfs dat oranje een beetje te ver gaat/ De manier waarop het de zonsopgang en zonsondergang strekt/ En alleen al bij het noemen van groen en beige ziet beige paars/ Wat hem ook in woede doet uitbarsten.// Natuurlijk is het maar een beige woede/ Niet erg krachtig// Om eerlijk te zijn als lelieblank/ De waarheid is dat beige een anti-kleur is/ Tenzij de kleur juist is/ Tenzij de kleur beige is/ Zo gemiddeld als je maar kunt zien/ Is de grijze manier waarop beige graag dingen heeft.
(AJ, 11 februari)
LUCINDA WILLIAMS – WORLD’S GONE WRONG
(album) – We zouden kunnen spreken van goede timing, maar dat is niet zonder cynisme. World’s Gone Wrong van Lucinda Williams (sinds deze week 73) komt uit op een moment in de Amerikaanse en daarmee globale geschiedenis dat de spanningen overkoken. Het album voelt alsof het gisteren is opgenomen om de huidige tijd te becommentariëren. Maar het titelnummer bijvoorbeeld was er vorig jaar oktober al. Het is mis met de wereld, een en al ellende en Lucinda Williams heeft een plaat gemaakt waarin ze het allemaal benoemt en aan de kaak stelt.
Een citaat uit het titelnummer:
They can see what’s going down
Empty housеs all over town
So many lost are never found
And bad, bad signs are all around
en deze:
A lot of people being put on the street
It’s gettin’ harder to make ends meet
He comes home every night feelin’ beat
And wonders how long he can take the heat
Ze heeft haar boosheid en verbijstering gekanaliseerd in een voor haar doen brede variatie aan genres – rock, blues, soul, gospel. Zo covert ze So Much Trouble in The World van Bob Marley (album Survival uit 1979). Toegegeven: dat is even wennen. Het voelt alsof ze buiten haar comfort zone opereert, maar samen met Mavis Staples* wordt het toch een lekkere uitvoering.
Andere songtitels spreken voor zich: het gospelachtige We’ve Come Too Far To Turn Around (dat lijkt op haar World without tears), Freedom Speaks en Black Tears.
Hoogtepunt van de plaat – voor nu – is How Much Did You Get For Your Soul, een strak rock-‘n-roll nummer dat onmiskenbaar een New York feel over zich heeft. Ze opende een bar in New York vorig jaar, nu druppelt ook de sound van de stad in haar muziek door. Klinkt als: Velvet Underground ten tijde van Loaded. Fijne gitaren overheersen, laat dat aan Doug Pettibone en Marc Ford over.
Eenheid in verscheidenheid op een lekkere plaat. Na haar herseninfarct is ze alweer drie keer in Nederland op tournee geweest. Laat haar snel nog eens komen.
Overigens zet Lucinda Williams niet altijd (meteen) haar nieuwe plaat op Spotify. Wel op Qobuz.
*(Tussen haakjes: Mavis Staples werd ooit door Bob Dylan ten huwelijk gevraagd, maar dat durfde ze niet aan. Hun band bestaat nog. Op een dag vertelde ze Lucinda dat iemand haar de vrouwelijke Bob Dylan had genoemd. Later kwam Lucinda Dylan voor het eerst tegen. Uit een recent interview in The Observer:
‘Fast-forward to the [2025] Outlaw Music festival, where Bob and I were both playing, and I was able to speak with him for a few minutes. I said, very sheepishly, “You remember that thing about the female Bob Dylan?”, and he stopped, smiled so big, and said, “Is that you?”, before adding, “Well, who else would it be?” That was the highlight of my year.’)
Theo Hakkert, 1 februari
BRUCE SPRINGSTEEN – STREETS OF MINNEAPOLIS
(single) – Vol woede en engagement, gecombineerd met de bombast die zijn muziek niet altijd vreemd is, komt Bruce Springsteen (76) met een protestlied over de staat van de Amerikaanse staat nu in Minneapolis ICE huishoudt en burgers doodt, en waar de bevolking weerbaarheid toont. Naar eigen zeggen schreef hij het maandag, nam hij het dinsdag op en streamde hij op woensdag. Een rush-release, heette dat vroeger; nu kan in het no time.
Het is niet voor het eerst dat The Boss zich kritisch uitlaat over het Trump-regime. In mei stak hij in Manchester een felle speech af.
In my country, they’re taking sadistic pleasure in the pain that they inflict on loyal American workers, they’re rolling back historic Civil Rights legislation that led to a more just and plural society, they’re abandoning our great allies and siding with dictators against those struggling for their freedom.
De dood van Renee Good en Alex Pretti bracht hem tot dit nieuwe lied.
Hier een couplet uit Streets of Minneapolis.
Against smoke and rubber bullets
By the dawn’s early light
Citizens stood for justice
Their voices ringing through the night
And there were bloody footprints
Where mercy should have stood
And two dead left to die on snow-filled streets
Alex Pretti and Renee Good
Hij bijt het van zich af, een koortje benadrukt: ICE out now.
De titel verwijst naar een oudere hit, Streets of Philadelphia, uit 1993, voor de gelijknamige film, met Tom Hanks, terwijl de melodielijn hier en daar herinnert aan The Ballad of Lucy Jordan, geschreven door Shel Silverstein en een mooie hit uit 1979 van Marianne Faithful (die een jaar geleden overleed). Springsteen op z’n felst en best.

* Ook andere artiesten laten van zich horen. Op Instagram reciteert Jesse Welles een anti-oorlogsgedicht van Mark Twain en Graham Nash wijst er, ook op Instagram, op dat een groot deel van zijn repertoire kritisch was, is en blijft op de Amerikaanse overheid.
Theo Hakkert, 29 januari
PEARL CHARLES – DESERT QUEEN
(album) – Ze dook ineens op in een band die ik al een tijd volgde, The Blank Tapes, het poppy-psychedelische gezelschap rond multi-instrumentalist, songwriter en producer Matt Adams. Over die band had ik hier ook kunnen schrijven, want Matt bracht net toevallig begin dit jaar ook een nieuwe plaat uit. Maar dat terzijde. Ze deed mee op The Blank Tapes’ Vacation en op de videos zag je het gelijk: die komt solo beter tot haar recht.
Na The Blank Tapes ontmoette ze muzikant/producer en de toekomstige meneer Charles, Michael Rault (check diens prachtige barokke, gelijknamige soloplaat) en begon ze een volkomen terechte solocarrière. Zo verschenen Sleepless Dreamer (2018) en Magic Mirror (2021), platen waarop ze haar aanstekelijke hippy-vibes elegant combineerde met vroege disco en seventies pop (inclusief vleugen ABBA en een enkele verdwaalde countrysteel).
Nu is daar eindelijk Desert Queen, de plaat die een jaar geleden al zou verschijnen en sinds kort Spotify te vinden is. Wel vlogen de singles ons om de oren. Smoke In The Limousine en Does This Song Sound Familiar? in 2024, acht andere tracks vorig jaar, en als laatste op 9 januari You Know It Ain’t Right: tesamen Desert Queen.
De blue-eyed soul van Birthday, de synthy disco-yacht van Givin’ It Up, de stonesey glitterrock van Gone So Long – een duet met Tim Burgess van The Charlatans –, de jazzy/folky/country pop van Smoke In The Limousine en de funky disco van You Know It Ain’t Right: songs die je eigenlijk op een zwoele zomeravond in een hangmat met wat bruis in je glas en goed gezelschap op fluisterafstand tot je zou moeten nemen.
Desert Queen is vintage Pearl Charles: iets minder uitbundig wellicht dan haar eerdere platen, maar net zo melodieus en soulvol. Prachtig gezongen, koortjes erbij, lekkere gitaren, sprankelende toetsen, een stuwende bas en speelse drums. Soms wat blazers, dan weer wat violen, een zwoele sax of een jankende steelguitar. Een plaat die je meteen in je hart sluit.
TON ENSING, 24 JANUARI
JUAN GARCÍA ESQUIVEL – LATIN-ESQUE
(album) – Een tekstman kun je hem niet noemen, Juan García Esquivel (1918-2002). Veel meer dan ‘zoe-zoe’, ‘pow!’ of ‘huh!’ horen we niet, of het zou muchachamuchacha, tevens de titel van één nummer op zijn klassieke langspeelplaat Latin-esque (1962, RCA Victor) moeten zijn. Esquivel is zelfbenoemd stereo-actieheld, zoals hij op de hoes van deze onvergetelijke vinyl-productie verkondigt, schepper van the sound your eyes can follow. Stereo dus, tot in het gaatje: soms werkte hij tegelijkertijd met twee bands in twee afzonderlijke studio’s. Daarnaast isoleert hij klanken. Een eenzame lick op een steelgitaar, een geïsoleerde trommelslag, het genoemde ‘pow!’ of ‘huh!’ in de ruimte. Dit laatste draagt bij aan de term space age-music, waarvan hij prominent vertegenwoordiger is.
Zet Esquivel op (er is voldoende van hem op Youtube te vinden) en drijf weg naar verre planeten, terwijl je ogen heen en weer schieten tussen box een naar twee. Een belevenis.
23 JANUARI
POLITIE WARNSVELD – KAN JE NIET BLIJVEN?
(single) – Songtitels met een vraagteken zijn er niet veel, wel? Achter How Can You Mend a Broken Heart van Bee Gees (en Al Green) staat er geen. Wel achter de nieuwe van de Nederlandstalige en vierhoofdige ska-band Politie Warnsveld. De vorige, Stap In De Boot, was aanstekelijk, maar duurde te lang. Lange ska mag, maar dan zou het dub moeten zijn – al hoor je weinig dub achter een ska-liedje.
Kan Je Niet Blijven? – met een hoesfoto die niets te raden overlaat: een condoom – is iets luchtiger en tja, dan kom je al snel in vergelijkingen met Doe Maar terecht – en dat is al snel niet meer terecht. Halverwege het nummer worden de gitaren fermer beroerd en dan verdwijnt het ska-ritme achter een gillende muur. Strak spul.
STEPH STRINGS – FEEL ALIVE
(album) – De eersteling van Steph Strings – goede achternaam voor een Australische met een gitaar – is er een die geen potten breekt, maar vol goede momenten zit. Indie-folk, bluesy soms. Vanaf opener Gratefully dringen de vergelijkingen zich op. Hier is dat Amy McDonald, een lied verderop Sheryl Crow. Elders Suzanne Vega. Big sneakers to fill, maar een epigoon is Strings niet. De up-tempo songs zijn het fijnst. Three Wishes bijvoorbeeld, en hier heeft ze een aardig koortje achter zich bovendien. Goede gitaren, verfijnde banjo en een prima stem. Ze deed drie jaar geleden Nederland al aan. Op 17 april is ze met dit album in de frontzak van haar spijkerjasje in Paradiso.
DONOVAN – THE SENSITIVE KIND
(single) – Ja, hij is er nog. In mei wordt hij nog maar 80, wat toch behoorlijk jonger is dan – pak ‘m beet – Mick Jagger, Bob Dylan, Al Stewart, Pat Boone, Smokey Robinson, Dionne Warwick en Ringo Starr et cetera. In december bracht The Hurdy Gurdy Man, toch ooit een protestzanger slash hippie, zowaar nieuw werk uit. Althans, dat leek zo. Hij nam het al op in 1993. Eerst kwam You Do Belong. Geen gekweel of gekwezel. Strakke poprock was ons deel. Een week later kwam The Sensitive Kind (hij schrijft alles zonder hoofdletters, ja, ho ho) en dit is een mid-tempo nummer dat enige zwoelheid niet kan worden ontzegd. Alleen is het niet van zijn hand, zoals op Spotify wordt beweerd. Het is een cover van een nummer van J.J. Cale van diens album 5. En zowaar is deze versie beter. Het album kwam als even stiekem ook in december uit. De knappe vrouw op de hoes van de single is zijn vrouw en muze Linda. De foto is ook van vroeger.
HIGPY – Youman
(single) – Zeer zorgvuldig wordt Higpy naar de luisteraar gebracht. Zo zorgvuldig – en traag – dat het lijkt of er beleid achter zit. De band werd vanaf minuut 1 als ‘the next big thing‘ omarmd, nog voordat er een single was, maar wat volgde was niet wat je vroeger mogelijk had verwacht. Geen stroom streamsingles, maar zo nu en dan eentje. Vorig jaar drie. Nu weer eentje. En een album in de verte. 10 april komt dat album uit: Slow Death Of A Good Girl.
Weinig optredens ook. En nog altijd staan er niet veel op de rol. Nota bene eerst Brussel op 18 april, 25 april Nijmegen, een maand later Rotterdam en Groningen, juni Amsterdam, september Leiden. Geen tsunamitournee om het land te overspoelen.
Is het de moeite waard? Zeker, de mix van shoegaze en altrock werkt goed. Youman – je hoort de spellingsgrap als je het meezingt – is een van de stevigste qua tempo. De stem van zangeres Abir Hamam, en ook de sound wel, roept de prettige herinnering aan Bettie Serveert op.
THEO HAKKERT, 19 januari
foto Mick Flannery: Rubiquase / Wikimedia Commons