Verheugend om vast te stellen. De canonisering van Townes Van Zandt, de singer-songwriter van de buitencategorie, zeker als het gaat om droefenis, dood en andere ellende, gaat voortvarend voort.

De Texaanse outlaw Joe Ely (1947), die in de punktijd op initiatief van The Clash in hun voorprogramma speelde – en zich daarbij door punks, die zo toondood waren dat ze zich niet in Ely’s visie wilden verdiepen, in de zingende mond liet spugen en gewoon de set afmaakte – heeft op zijn nieuwe album, Love + Freedom, twee covers van liedjes van Townes Van Zandt (1944) gezet. Twee van de bekendste liederen van wijlen de bard – hij overleed op 1 januari 1997; nieuwjaarsdag is toch al geen gelukkige dag voor americana: in 1953 overleed op 1 januari Hank Williams (1923. In de vrijstaat der singer-songwriters haalt iedereen weer opgelucht adem zodra het 2 januari is en ze er allemaal nog zijn.

Ely nam Waiting Around To Die en For The Sake Of The Song op, standaards in het oeuvre van Van Zandt. Het zijn goede uitvoeringen, wat minder logisch is dan je mag veronderstellen. Van Zandt zelf was notoir moeilijk te produceren, waarschijnlijk door de klank van zijn stem. Kaal of verpakt in een bandgeluid, eigenlijk heeft niemand in de studio met hem een overtuigende plaat gemaakt in die zin dat je zegt: ja, zo moet Townes klinken. Zijn dubbele live-album Live At The Old Quarter, Houston, Texas is dan ook zijn beste plaat.

Waiting Around To Die en For The Sake Of The Song staan daar al op. Evenals andere klassiekers als Kathleen – ooit gecoverd door Tindersticks -, If I Needed You, Tecumseh Valley en ook Pancho & Lefty.

Op de avond voordat Joe Ely’s nieuwe, mede door Lloyd Maines geproduceerde album, dat al opmerkelijk snel volgt op (het mindere) Driven To Drive dat in augustus uitkwam, op de streams belandde, werd Pancho & Lefty gespeeld in Paradiso. Door Jason Isbell (1979).

Nog maar een paar maanden geleden stond Isbell in Utrecht voor een overdonderend optreden, as we read and write is hij solo op tournee. Om zijn aanstaande solo-album Foxes In The Snow te ondersteunen. Eén cover: Pancho & Lefty.

Dat hij een cover speelde was een grotere verrassing dan het feit dat hij voor dit lied koos. Hij nam het al eens op in 2013, maar in een heel ander arrangement.

Het is, zo bleek uit het verhaal dat hij achteraf vertelde, ook een standaard in huize Isbell. Hij heeft het jarenlang iedere keer als hij haar naar bed bracht voor zijn dochter gezongen. Tot ze op een avond vroeg: hebben ze elkaar eigenlijk ooit ontmoet. ,,Toen moest het licht weer aan,” grijnsde hij. ,,Want kinderen stellen altijd de belangrijke vragen pas als ze moeten gaan slapen.”

Het was haar opgevallen dat het niet duidelijk is of Pancho en Lefty elkaar ooit zijn tegen gekomen. ,,Het kan, maar het kan ook niet. Het kunnen twee verhalen zijn, maar ook één.’

Nu het toch over het concert in Paradiso gaat: het was weergaloos goed. Gezeten op een stoel achter twee microfoons naast twee glazen water speelde hij een bloemlezing uit zijn werk, uit zowel dat met zijn band 400 Unit als de solo-platen. In sprankelende uitvoeringen, technisch volmaakt op de twee gitaren die elkaar afwisselden, woord voor woord verstaanbaar. Isbell was heel goed bij stem. Bij Cover Me Up zette hij zijn stem voluit op, zijn nieuwe Bury Me begon hij a capella, net als het prachtige, autobiografische Live Oak. In dat nummer, misschien nog wel meer dan in Cover Me Up, heeft hij weten te verwoorden hoe het leven was nadat hij was afgekickt. De onzekerheid. Wie was hij nu? Naast hem liep een man die hij was geweest. ‘And I wonder if she sees him and confuses him with me’.

Zoals ik op Bluesky schreef: ‘Volkomen onterecht is Jason Isbell gelukkig geen wereldster. Gelukkig, ja. Zo kun je hem nog horen, solo akoestisch, in een aandachtig vol Paradiso. Weergaloos’.