door Geke Mateboer
Ergens in een la heb ik een houten doosje met dingen van mijn moeder. Een lichtblauw gestreept haarlintje dat op haar sterfbed om haar vlecht was gestrikt. Twee polshorloges van middelmatige kwaliteit. Een multifocale bril van Ralph Lauren. Ik weet nog dat ze hem voor het eerst droeg en ik zei: poeh, topmerk! Dat zei haar niets, ze had ‘m gewoon gekozen omdat ze hem mooi vond. Dingen, spullen zeggen soms meer over moeders, vaders, zusters en broers dan zijzelf dat deden of doen. Daar dacht ik aan bij de nieuwe film van Jim Jarmusch, Father Mother Sister Brother.
Een prachtig trage bloemlezing van de meester van de kleine bewegingen op het doek, wat mij betreft ten onrechte als ‘komisch drama’ aangekondigd. Veel komisch is er niet aan, tenzij je dat soms onwillekeurig glimlachen dat je doet tijdens het kijken, zo wilt omschrijven. Eerder is het licht melancholisch, want dit drieluik bepaalt je toch vooral bij het onvermogen om de mensen die je het meest nabij zijn werkelijk te doorgronden. De minimalistische dialogen helpen je daar in elk geval niet bij, het gaat in Father Mother Sister Brother toch vooral om de dingen die er niet worden gezegd. Het onuitgesprokene. Van die stiltes en trage beelden wordt je meer gewaar dan van de gesprekken. En: vrienden kun je kiezen, familie heb je.
(tekst gaat onder de foto verder)

Foto: Frederick Elmes / Copyright Vague Notion 2024
Goed dan, licht komisch is misschien het portret van de vader die zijn kinderen op bezoek krijgt. Een meesterlijke rol van Tom Waits, die we al kenden uit de cultklassieker Down by law (1986) – met zijn raspende geluid, morsige voorkomen en dito leefomgeving lijkt de onaangepaste vader een regelrecht hoofdpijndossier voor zijn twee uiterst stijve, burgerlijke kinderen. Dat zit al in de reis ernaartoe van het tweetal, door het besneeuwde, suburbane landschap van New Jersey, wanneer ze de kwesties rond pa in de auto afgemeten bespreken. Waar vader van leeft is een raadsel, de kinderen moeten bij rampen financieel bijspringen, maar hij heeft wel een vette Rolex om de pols en als het beleefdheidsbezoekje is afgelopen transformeert hij – eigenlijk – in Tom Waits zelf. Ze hebben geen idee wie hij werkelijk is. Het enige dat ze gemeen lijken te hebben zijn de kleuren die ze dragen; donkerblauw en bordeauxrood. En toch is er die onuitgesproken genegenheid.
‘A funny, tender, astutely observed jewel of a family triptych’ (The Hollywood Reporter)
De anthologie vervolgt met een moeder (altijd heerlijk om Charlotte Rampling weer te zien spelen) die haar beide dochters op een jaarlijks bezoek krijgt. Het blijft allemaal fatsoenlijk, beleefd en afgepast, de high tea is voortreffelijk en tot in de perfectie geënsceneerd, de emoties zijn onderdrukt of vlak, hier zijn drie vrouwen bijeen die ook weer geen idee lijken te hebben wat de ander drijft of beweegt. Vervreemding en ongemakkelijke gesprekken. Mooie rollen van Cate Blanchett en Vicky Krieps als dochters, met Dublin, regenachtige straten en intieme interieurs als decor. Zelfs een grap is niet grappig en zeven minuten wachten op een Ṻber aan het eind van het opgeprikte bezoek duurt een ongemakkelijke eeuwigheid.
(tekst gaat door onder de foto)

Foto: Yorick Le Saux / Copyright Vague Notion 2024
Bob’s your uncle
Jim Jarmusch’ grapjes zijn de kleine running gags die de drie delen met elkaar lijken te verbinden, de telkens opduikende skaters, de Rolexen, de grappige Engelse uitdrukking ‘Bob’s your uncle’ die telkens gesprekken binnensluipt.
Het derde deel, broer en zus, speelt in Parijs, waar een tweeling samenkomt in het leeggehaalde appartement van hun verongelukte ouders. Ook zij moeten het doen met spullen; foto’s, geboortecertificaten, een kekke zonnebril, dingen die iets vertellen over wie hun ouders waren. Dat is meteen ook het verdrietige, die ongeleide zoektocht naar tastbare bewijzen dat dierbare mensen er zijn geweest en niet meer terugkomen. Waarvan je je zelfs soms afvraagt of ze ooit wel hebben bestáán. Father Mother Sister Brother vertelt ook van die leegte, van het verlangen naar elkaar en van onhandige pogingen om lief te hebben. Zo heeft iedereen z’n eigen doosje met (of een garagebox vol) spullen, van al dan niet overleden vaders, moeders, broers of zusters.