Het Nationale Theater brengt met Operation Hellfire een brisant actuele satire op de planken waarin Barack Obama voor het Internationaal Strafhof verschijnt terwijl de VS dat hof helemaal niet meer erkent. Schiet Trump werkelijk Obama te hulp?
door Peter Olsthoorn
Uit het plafond van de Koninklijke Schouwburg daalt een scherpe schijnwerper neer, begeleid door de stem van Amerika’s huidige president: “Als u hem niet vrijlaat, laten we Nederland binnen 24 uur weer in zee verdwijnen.”
Het toneel is dat van het Internationaal Strafhof in Den Haag en ‘hem’ is Barack Obama (Gustav Borreman). Die is zojuist gearresteerd als hij, notabene, als ‘mystery’ gastspreker het 25-jarig jubileumfeest van de Nederlandse regering voor datzelfde ICC in 2027 opluistert. Het oranje wonderkind in Washington beroept zich voor zijn dreigement op de American Service-Members’ Protection Act. Die bestaat echt, is in 2002 ingevoerd is om Amerikanen te beschermen tegen vervolging door een internationaal strafhof.
De opdrachtgevers voor de arrestatie zijn de doortastende en principiële aanklagers van dat hof (Yela de Koning en Soumaya Ahouaoui). Met het internationaal recht aan hun zijde klagen ze Obama aan vanwege de Operation Hellfire (naar de droneraket Hellfire) op Jemen die niet door internationaal recht gedekt was.
Tegenover de aanklagers staan de hevig verontwaardigde premier Verbeek en minister van Defensie Van de Camp (Rick Paul van Mulligen), heerlijke karikaturen op de premiers Rutte en Jettens en een hooghartige bewindsman weggelopen uit Koot en Bie.
Zo ontspint zich een strijd tussen het pragmatisme van het Nederlandse kabinet versus de handhaving van internationaal recht. Oftewel de keuze tussen moraal en pragmatisme, tussen cynisme en betrokkenheid rond de getuigenissen van een dronepiloot met spijt (Yamill Jones) en een zus (Jouman Fattal) van een gedode Jemenitische jongeman.
De regering neemt het op voor Obama: “Weet je hoe het voor vrouwen was om onder het kalifaat te leven? Ik denk dat de Yezidi’s hem dankbaar zijn.” De aanklagers van het Strafhof: “In Jemen alleen al heeft hij tientallen kinderen gebombardeerd, zijn die hem dankbaar?”
De wereld kijkt toe hoe Den Haag radeloos lijkt onder het dilemma: het hof en eer redden, bepleit door de burgemeester van Den Haag als ‘stad van vrede en veiligheid’. Of de wens van de regering laten prevaleren voor vrijlating van Obama om de relatie met de VS te redden. Premier Arend Verbeek (Hein van der Heijden) kiest voor stiekeme onderhandelingen om tot een bizar compromis te komen. Zijn minister van Defensie van de Camp (Rick Paul van Mulligen) ziet zijn kans schoon om de Churchill van Nederland te worden met het optrekken van een heldhaftige verdedigingslinie.
Het spettert twee uur voort in een prachtig decor, licht, kostuums en muziek in een dramaturgie van Remco van Rijn (en Marit Schimmel) die, als gewoonlijk en – toch – buitengewoon aanstekelijk is; met geweldige dialogen, afwisselend angstaanjagend en buitengewoon ironisch zo niet sarcastisch is. Zonder drukkend gemoraliseer over radicaal rechts, want kijkers mogen zelf nadenken.
De politieke verwikkelingen gaan aan het eind over in een kletsshow, fenomenaal geformuleerd onbenul met prachtige types als een liederlijke tafeldame Manon Beton en de ‘echte’ schaatser Joep Wennemars (Yamil Jones).
Nederland is dan al gemobiliseerd, en bereid om heldendom te etaleren achter het rood-wit-blauw in de verdediging van onze natie op het strand van Scheveningen, in de rechtstreeks, wereldwijd te volgen tv-uitzending. Militair pragmatisme delft het onderspit versus politieke hoogmoed. Onderwijl wordt de strafzaak gesmoord met de dood van de hoofdaanklager.
(onder de foto gaat de tekst door)

Melos en Athene
Vervlochten is het verhaal van het belegerde eiland Melos door Athene vanwege de weigering zich aan de grootmacht te onderwerpen, het begin van de ineenstorting van de fiere democratische beschaving. Dat is fraai, net als dat de verse oorlogsmisdaden nog even toegevoegd zijn zoals het bombardement op de Iraanse school en de ontvoering van Maduro.
Melos is werkelijk door Trump-adviseurs uitgebreid opgevoerd als voorbeeld van machtsdenken, onder meer met Groenland: “Je kunt praten wat je wilt over internationale beleefdheden en al het andere, maar we leven in een wereld, in de echte wereld, die wordt beheerst door kracht, die wordt beheerst door geweld, die wordt beheerst door macht. Dit zijn de ijzeren wetten van de wereld die al sinds mensenheugenis bestaan.”
De Vroedt, Heegstra en Wind verzetten zich tegen deze Might is Right, het recht van de sterkste, het onderworpen zijn aan de wil van de machtigen, zoals nu de VS, Israël en Rusland. Ze volgden met de acteurs een zitting van het Internationaal Strafhof om onder de indruk te raken van het werk voor internationale rechtvaardigheid. Moed en traagheid zijn kenmerken, in Operation Hellfire vertolkt door een absurd sloom pratende rechter die zich niet laat intimideren door eisen van advocaten van Obama.
Uiteindelijk wordt de zaak in het voordeel van de politieke macht opgelost met een hilarische vondst: premier Verbeek wendt de Amerikaanse aanval af met de verkoop van ASML aan Trump. De climax van de anticlimax van de weg van de minste weerstand die het zo vaak wint.
In de slotscène kijken de twee getuigen in de strafzaak terug: de dronepiloot en zus. Die slotdialoog over de moraal van het verhaal vond ik wat moeizaam na zo’n spetterende, fantastische voorstelling, maar het zet je weer even met beide benen op de grond.
*) Gezien: Operation Hellfire. Door het Nationale Theater in de Koninklijke Schouwburg. Nog tot 13 juni 2026 te zien in Drachten, Amsterdam, Middelburg, Wageningen, Leeuwarden, Gouda, Tilburg, Rotterdam, Dordrecht, Enschede, Houten, Amersfoort, Kerkrade, Almere, weer in Den Haag, Amstelveen, Deventer, Laren, Zwolle, Groningen, Leiden, Zaandam, Apeldoorn, Hoogeveen, Venlo, Haarlem, Alkmaar, Eindhoven, Den Bosch en tenslotte weer in Den Haag
Foto’s: Bart Grietens