In zijn lucide en vaak hilarische roman De grote schoonmaak blijft Rob van Essen heel dicht bij de alledaagse werkelijkheid. Niets lijkt er aan de hand te zijn in een Wageningse supermarkt, tot zich een absurd moment voordoet, zo ongeloofwaardig dat verder niemand het gelooft.
door Theo Hakkert
‘Wat me nu toch is overkomen! Onmogelijk!’
‘Hallucineerde ik nou net of gebeurde het echt?’
‘Zag je dat? Wat, zag je dat niet?’
Iedereen maakt dingen mee die op het moment zelf onverklaarbaar zijn, maar meestal dient de oplossing van het raadsel zich al snel aan. Dan klopt de logica weer en gaat het leven weer zijn gewone gang.
‘Goed, zo zat het dus. Wel raar.’ En daarmee is het klaar. Iemand roept nog een keer ‘Bizar!’ en door.
Maar wat Thomas overkomt in De grote schoonmaak, de nieuwe roman van Rob van Essen (1963), kan hij domweg niet van zich afzetten. Thomas, de ongelovige Thomas, Thomas die ineens geen zin meer had het lyceum af te maken – die Thomas gelooft gewoon niet wat hij ziet en meemaakt. Werkzaam in een supermarkt, een ouderwetse VéGé nog wel – wat de handeling plaatst in of vóór 1980, ook het jaar dat John Lennon werd vermoord – maakt hij iets mee, en meemaken is meer dan alleen zien, wat zijn verbeelding verre te boven gaat.
Bij de lancering, zo heet dat nog altijd, van een nieuw schoonmaakmiddel, komt ter promotie een manshoge fles van dat middel, genaamd Brixo, de winkel binnen en verleidt de bezoekers het nieuwe product te proberen. Totdat de fles, waarvan je weet dat er iemand in zit, zoals er ook iemand in de poppen zit in Disneyland Parijs en andere oorden van plezier, langs een scherp schap loopt. De wand scheurt open en de inhoud van de fles vloeit eruit en verspreidt zich over de vloer van de supermarkt. Er zat niemand in. Alleen dat spul, die Brixo – het merk heeft nooit bestaan, maar een verpakking is zo gemaakt.
Behalve Thomas is alleen zijn baas, Vendriks, getuige van dit wonderbaarlijke schouwspel. In een manshoge fles Brixo die als een mens bewoog zat geen mens, maar alleen Brixo. Thomas raakt totaal van de kaart, maar Vendriks vertoont ander gedrag. De volgende dag ontkent hij dat er iets is gebeurd en ontslaat Thomas om van het gezeur om een verklaring af te zijn.
Eén detail slechts: er zat geen mens in
Het Brixo-moment bepaalt vanaf dat moment Thomas’ leven. Hij raakt het beeld niet kwijt en een verklaring kan hij niet vinden. Hij kunstschildert hele ladingen scheurende flessen, maar verwerken, ho maar, niets helpt. En niemand gelooft hem. Zijn vriendin verlaat hem als hij probeert uit te leggen wat hij in de supermarkt zegt te hebben meegemaakt. Bij alles wat hij aanpakt, wat hij ook doet, hij komt niet los van dat ene absurde moment. Het is onverklaarbaar, maar dat kan niet, want op de wereld is alles wat zichtbaar is te verklaren. Esoterie, kwakzalverij en geloof niet, maar dat is nu precies wat de premisse van de roman zo sterk maakt. Er scheurt een rubberen fles open en er loopt lobbige drab uit terwijl je dacht dat er een mens in zat. Hoe realistischer wil je het hebben? Behalve dat er geen mens in die fles zat.
Onverklaarbaar, maar ook weer niet zo schokkend dat de hele mensheid ervan staat te kijken. Het is iets van Thomas. Hij wil het wel delen, maar het is zo onzinnig – maar ook klein, haast privé – dat hij niemand ervan kan overtuigen dat hij het zo heeft meegemaakt. Juist dat klein is essentieel. Niet kunnen delen, nergens begrip vinden, dat maakt het cru.
Een ‘toevallige’ ontmoeting
Maar Vendriks dan? Die heeft het ook gezien. Ze hebben nota bene samen de Brixo weg geschrobd en geveegd. Lang leeft Vendriks in ontkenning, totdat Thomas en hij – toevallig, haast net zo onverklaarbaar als het hele geval – elkaar weer tegenkomen. Een curieuze ontmoeting, want Thomas vliegt hem aan, ze rollen een paar trappen af, blijven daarbij ongedeerd en niet veel later liggen ze bij elkaar in bed en gaat het van jetje.
Buiten alles wat deze roman is, is het ook een liefdesroman.
Grappig aan De grote schoonmaak is dat de lezer, althans deze, de neiging heeft het hele verhaal op te dissen. Wat ik nu toch gelezen heb? Totaal absurd!Ook al, en dit is cruciaal: omdat Van Essen zo dicht bij de werkelijkheid van alledag blijft. Het is als met liegen. Wie wil liegen, moet zo dicht mogelijk bij de waarheid blijven. En dus speelt De grote schoonmaak in een wederopbouwwijk van Wageningen. Basaler wordt het decor gewoon niet. Een supermarkt in 1980; geen high-tech Matrix-gedoe. Het onverklaarbare van het verhaal zit niet verscholen in modernistische technieken; alles speelt zich af in een doodnormale alledaagse wereld.
(tekst gaat verder onder de AI-illustratie)

De grote schoonmaak is een onderzoek – maar vergeet dit woord, veel te serieus – naar het absurde en het onverklaarbare. Het verhaal hangt van toevalligheden aan elkaar, met momenten van grote hilariteit. Tussendoor zijn er passages dat het over het absurde gaat. Zo is Vendriks, zo vertelt hij, zelfs tot in India geweest om een verklaring voor het onverklaarbare te vinden bij een soort goeroe die John heet (en een dikke buik heeft). Dan staat er:
‘Toen begon ik over het absurde, en dat ik hoopte dat zijn lessen me zouden helpen het absurde te overwinnen. Dat was tenslotte wat me hier had gebracht, dat was wat ik probeerde te bereiken: verlossing of aanvaarding van het absurde. Het absurde is slechts een benoeming, zei hij, en niet een concreet iets, het resideert in je gedachten en niet daarbuiten.’
Daar kan Vendriks niks mee en wanneer hij vertelt over het Brixo-moment, gelooft ook de goeroe hem niet.
Heerlijk hoeveel tijd zinloos voorbij gaat
Eigenlijk moet ik stoppen met samenvatten, maar goed, alleen nog even melden dat Thomas en Vendriks in Engeland een aantal gelijkgestemden vinden bij wie ze gaan inwonen. Ook zo mooi: in de roman gaat heel, heel veel tijd zinloos en in ledigheid voorbij. In die passages doet Van Essen denken aan Murakami, die het ook aandurft pagina’s lang niets te laten gebeuren. De lucide sfeer rond dit – ja – absurde verhaal draagt daar nog eens aan bij.
Ook de Engelsen krijgen niet uitgelegd wat hun is overkomen, maar dan komt het moment dat de huisbaas, die alles voor iedereen betaalt en ook zakgeld uitdeelt (en onbestemde maaltijden kookt) met het idee komt er een roman over te laten schrijven. Een klus voor Vendriks en Thomas – en ook hier gaan weer weken aan ledigheid voorbij – ze hebben wel weer seks ook, in een ludieke romanwereld als deze moet alles wel expliciet worden verteld. Het expliciete draagt enorm bij aan het absurde; logica en niet-logica treffen elkaar op dit breukvlak. Om het absurde absurd te laten zijn moeten er verder geen raadsels verhuld blijven.
De onmogelijkheid van het onmogelijke
Even denk je: die roman die ze gaan schrijven zal toch niet de roman zijn die ik nu lees? Ja, dat wel, maar ijzerenheinig blijft Van Essen in zijn rol als meester van het absurde. Gewoon doorvertellen, laag op laag, tot Thomas en Vendriks tot deze conclusie komen: ‘Je zou zelfs kunnen beweren dat we in wezen een verhaal zijn over de onmogelijkheid om het onmogelijke te verklaren. Uit ons verhaal kan je afleiden dat het absurde alleen kan bestaan als het verzonnen is.’
Alles verraden, veel gespoilerd? Welnee, dit boek is zo rijk, zo gek, met zo veel idiote, grappige, onstuimige, rare details en verhaallijnen die ik niet heb genoemd – iets met John Lennon, iets met de verre toekomst – dat het een feest is om te lezen. Elke alinea verrast. In de Nederlandse literatuur is Rob van Essen een volstrekt unieke stem.
Rob van Essen: De grote schoonmaak.
280 p’s. Das Mag.