‘Als kind weet je snel dat je geen
ouderavond op vrijdag een bloemetje voor de vrouw-vader hebt’
Over Een jaar met Simon, het boek van Pauline Slot
Misschien heb je een klik met het boek van Pauline Slot, zo schreef Paul Abels, redacteur van VersTwee, mij. Hij stelde de vraag omdat hij wist van de omvangrijke briefwisseling tussen mijn vader, Willem Brakman, en Simon Vestdijk. Brieven, verzameld door Nico Keuning, de biograaf van mijn vader (Een ongeneeslijk heimwee) in het boek Gaven, giften en vergiften. Misschien, zei Abels, wil je het boek van Slot lezen en er in een kort stuk iets van vinden.
door Paulien Brakman
Ik las; tweeënvijftig boeken in één jaar… tweeënvijftig boeken in een retrospectief. Het zorgvuldig op een tijdlijn plaatsen van werk en leven kan droog en feitelijk zijn, maar als het goed is, stapt er een mens uit tevoorschijn. Een mens waar je iets van kunt vinden, of in het geval van Pauline Slot (ik noem haar Slot, twee Paulienen is raar) een man met wie je één jaar zou kunnen leven. Ooit las ik een biografie van Picasso. Wat een akelig vrouwonvriendelijk ventje kwam er uit dat boek gesprongen. Nog steeds als ik in het Kröller Müller zijn prachtige kwetsbare ijzeren uiltje zie, denk ik even: rotzak! Je kunt je afvragen of je het werk los van de mens moet zien of de mens los van het werk (Willem Brakman). Kan dat?
Tweeënvijftig boeken in één jaar. Het heeft iets van zelfkwelling als je niet oppast. En dan het tempo dat eraan vast zit. Loop je dan niet het gevaar dat de tweeënvijftig boeken aaneengeplakt worden tot een soort Vestdijkworst? Steeds een dikke of dunne plak? Wat stond mij te wachten? Loodzware kost? Tweeënvijftig fileersessies?
Niets van dit alles. Het is een prachtig relaas van de zoektocht naar de mens Vestdijk. Je leest ’m, door haar ogen, tevoorschijn. Hij piept uit zijn boeken van jongetje tot man. Niet altijd een man met wie Slot het een jaar lang goed kan vinden, maar welke relatie is ideaal, nietwaar?
Rumeiland maakt haar humeurig en boos: ‘stom boek’. Slaat het toch weer open, bekijkt het ‘met de ogen van die tijd’. De mores… ja, laten we het erover hebben. Niet alleen over hoe er in die tijd gedacht werd over de medemens van kleur, maar over vrouwen. Door mannen. Zowel mijn vader als Vestdijk beschrijven in hun boeken, maar ook in hun briefwisseling, het verlangen naar de onbereikbare vrouw. Erotische fantasieën genoeg, om over ‘de buitenechtelijke escapades’ maar te zwijgen. De etiketten vliegen je om de oren; hoer, hoerig, lichtekooi, wulps, dienstmeid, madonna.
Een van de redenen waarom ik als kind (ander vertrekpunt) het boek dichtdeed (ik was zeker niet de gedroomde lezer). Voor een kind dient de vader een a-seksuele figuur te zijn. Een vader die, naar pijptabak ruikend, de algebraformules uitlegt. Geen naar onbereikbare wulpse vrouwen smachtende.
Als kind weet je snel dat je geen ouderavond op vrijdag een bloemetje voor de vrouw-vader hebt.
Je hebt een vertelvader. En dat moet-ie blijven.
Op reis in het boek van Slot betrapte ik mij erop dat ik zat te grinniken om haar ‘ontsnappingen’ aan de taak die ze zichzelf gesteld had. De hond, het strand… even weg. Toch het boek weer ter hand genomen. Dat aantrekken en afstoten van de man die uit die boeken stapt. In de brieven die Vestdijk aan Henriette van Eyck schrijft vindt Slot haar gedroomde Vestdijk. Ondanks zijn genadeloos neerzetten van Ans Koster als ‘een bewegend meubelstuk wat stil moet blijven…’ Daar issie weer, het Picasso-uiltje… Een ziekmakende patstelling vindt Slot. Inderdaad. Die mannelijke auteurs, met op hun palet slechts de keus tussen hoer, snol, dienstmeid, bewegend meubelstuk of minnares. Vaak prachtig beschreven, dat wel, met prijzen beloond, dat ook.
En voort schaatsen ze weer, tussen de brokstukken door, hup, naar een volgend boek. Niet altijd hup.
Soms staken depressies een flinke stok in het wiel. Zie Gaven, giften en vergiften. Dan stond het schrijven stil. Getrouwd met een kunstenaar (we leerden elkaar op de kunstacademie kennen) ben ik daarmee bekend: dat stilstaan, die totale bewegingloosheid van het binnenhoofd. Geen grasspriet glinstert, geen blad valt. Je staat vastgeplakt als in een nare droom. Eindeloos. Maar dan… die flits, de inval… Raadselachtig. Frisse wind en een doek opspannen of de pen pakken.
Na het lezen van Bevrijdingsfeest concludeert Slot dat Vestdijk toch best kan schrijven over vrouwen alsof het mensen zijn. Maar waarom doet hij dat dan niet vaker? In hun éénjarig samenzijn begint het flink te kraken en te scheuren. Waar is hij, die gedroomde Vestdijk? Ik word ook wat moe van dat gehannes met al die vrouwen en ben blij met haar mooi beschreven afleidingsmanoeuvres, van hond Leentje tot aan de arme konijnen in de Pyreneeën. De toon is gezet. Na het lezen van De held van Temesa weet ik het zeker. De tas van Vestdijk staat al bij de deur. Seksist! Waar ben je mee bezig! hoor ik haar bijna roepen. En na het lezen van Juffrouw Lot doet ze de deur achter ’m dicht.
Ga ik na dit boek, deze affaire, Vestdijk herlezen? Misschien De koperen tuin. Maar zeker de boeken van Slot. Dit is een goed boek. En, zoals zijzelf zegt, een boek wat ook goed is voor de lezer.
Dit schrijft de uitgever
Een jaar met Simon is een persoonlijke memoir van Pauline Slot waarin ze het oeuvre van de vergeten schrijver Simon Vestdijk verkent door al zijn 52 romans in één jaar te lezen. In haar boek reflecteert Pauline Slot op de relatie tussen vader en dochters, en hoe literatuur kan helpen bij het verwerken van verlies. Na de dood van haar vader besluit ze om de romans van Simon Vestdijk te lezen als een manier om de leegte en het rouwproces te vullen. Dit ‘gearrangeerde leeshuwelijk’ blijkt turbulenter dan verwacht, en leidt tot zowel persoonlijke ontdekkingen als conflicten met de teksten van Vestdijk.
Pauline Slot: Een jaar met Simon. Over Vestdijk, een vader en de liefde voor lezen
416 p’s, Arbeiderspers