MET UPDATE, zie onderaan
Het was eigenlijk de bedoeling om een feestje te vieren: vanaf 1949 maakt de Academie voor Kunst en Industrie, kortweg AKI, actief deel uit van het kunstlandschap in Nederland. En dat allemaal vanuit Enschede dat in 2025 zevenhonderd jaar bestond. In het Rijksmuseum Twenthe opende een expositie over de AKI en de Enschedese School. Het werd een feestje vol loftuitingen. Of was het een symposium: hoe ziet de ideale kunstacademie eruit? Of verzamelden zich in het museum vooral bezorgde oud-Akianen?
door Paul Abels
In 2002 fuseerde de AKI met kunstopleidingen in Zwolle en Arnhem onder de naam ArtEZ. Vanaf het begin verliep de samenwerking moeizaam. De vrijgevochten Enschedese academie heeft een heel eigen DNA. De bestuurscultuur en bureaucratie van ArtEZ gaven veel samenwerkingsproblemen. Dat resulteerde ruim een jaar geleden in een negatief rapport van de Onderwijsinspectie en berichten in de pers over onderwijskundige chaos en een angstcultuur onder studenten en docenten van de AKI.
(tekst gaat onder de foto verder)

Kunst moet piepen
In de Gobelinzaal van het Rijksmuseum in Enschede wordt het publiek ontvangen. Achterin de zaal staat een lange jongeling in een witte overall een plattegrond van Enschede te tekenen. Daarvoor gebruikt hij een dikke rode stift die net zo lang is als hij zelf. De jongeman is onverstoorbaar. Zijn viltstift piept hard en onafgebroken. Hinderlijke geluiden, maar ja, kunst moet piepen. Of schuren. Ondertussen verschijnt achter de microfoon de ene na de andere spreker.
De academie van Plato
De AKI werd in 1949 opgericht, oorspronkelijk om creatieven voor de textielindustrie op te leiden. De Tilburger Joop Hardy (1918-1983) was er directeur van 1968-1981. De sprekers gewaagden af en toe van de culturele erfenis van de anarchistische visionair Hardy, maar vooral tijdens de afterparty leek er door menig grijs geworden AKI-docent of -student met melancholie en groot respect teruggedacht te worden aan de geliefde dwarsdenkende directeur. Toen hij de leiding kreeg in 1968 kwam er grote artistieke vrijheid. De knellende banden van klassikaal frontaal onderwijs verdwenen, de traditionele vakgroepen en specialisaties verdwenen. De student zelf moest op onderzoek uit, nieuwe ideeën, vormen en concepten bedenken: ‘Hier wordt geëist dat je gaat denken, dat je weet wie je bent.’ Hardy wilde dat de AKI een vrijplaats voor experiment zou worden. Hij vergeleek zijn school graag met de Academie van Plato waar leerlingen van de filosoof uit de klassieke oudheid zo lang en zo vaak kwamen als ze zelf nodig vonden.
(onder de foto gaat de tekst door)

J. Visser / Wikimedia Commons
Donkere wolken
Museumdirecteur Caroline Breunesse refereerde meteen al aan het begin van de bijeenkomst aan de donkere wolken die boven de AKI hangen. Ze zei, een opmerkelijke formulering: ‘Het gaat ons aan het hart dat de AKI hier is en blijft.’ Wethouder Arjen Kampman van de gemeente Enschede leek in hetzelfde kamp te zitten: ‘Het zijn harde gevechten om de AKI te behouden. De AKI is veel meer dan kunst, het gaat ook om haar input in de samenleving. Ik was in Liverpool, ook een stad met kunstenaars. Die stad is zo opgebloeid! Zo ging het ook in Enschede. Neem Gogbot: de een vindt het verschrikkelijk, de ander vindt het fantastisch. Hoe dan ook: kunstenaars hebben van Enschede een herkenbare stad gemaakt.’
Kampmans korte betoog sloot goed aan op de ideeën van de Amerikaanse socioloog en stedenbouwkundige Richard Florida. In 2002 verscheen zijn invloedrijke studie The Rise of the Creative Class waarin hij betoogde dat de creatieve klasse (kunstenaars, ontwerpers, kenniswerkers) aantoonbaar bijdragen aan meer welvaart en innovatie in steden. De theorie van Florida is weliswaar niet onomstreden, maar heeft wel in allerlei steden geleid tot maatregelen om de stad aantrekkelijker te maken voor creatievelingen.
Meervoudige waarde
Ingrid Blans, oud-bestuurslid van de AKI, sprak het publiek toe in een video-opname. Zij vergeleek de AKI met broedplaatsen als het Bauhaus en de Wiener Werkstätte. Zonder zijn naam expliciet te noemen refereerde Blans ook aan Richard Florida: ‘Ik zou aan de bestuurders willen meegeven dat kunst noodzaak is, dat zij meervoudige waarde heeft, ook economische waarde. De invloed van kunst op het Bruto Nationaal Product zou eens berekend moeten worden,’ betoogde ze. ‘De AKI is vrijgevochten in de goede zin van het woord. Maar er wordt nu een verkeerde invulling aan de samenwerking [door de bestuurders van ArtEZ -red.] gegeven. De AKI moet blijven, het moet geen filiaal worden.’
(onder de foto gaat de tekst verder)

De Enschedese School
Conceptueel kunstenaar Paul Hajenius (1951) vertelde het publiek hoe hij de AKI beleefd heeft. ‘Ik ging eerst een jaar naar de academie in Eindhoven. Je leerde van alles maar je leerde niet je eigen leven vorm te geven. Wie ben ik, dacht ik, hoe kan ik mezelf ontwikkelen? Er was geen vrijheid in Eindhoven. Als je niks kunt, zei de boekhouder daar, dan word je maar kunstenaar. Vanuit Eindhoven trok men toen in groten getale naar de vrijplaats Enschede. Daar werden we op de AKI verwelkomd door directeur Joop Hardy. Die zei: zoek het zelf maar uit. Docent Jan Bolink zei: ‘Het maakt niet uit, als je maar plezier hebt.’ Kees Maas en Willem Wisselink kwamen bij mij in mijn afdakswoning wonen. In dat huis hebben we Trioler Broekje opgericht. Dat was in de zomer van 1973.’
In dat jaar werd ook de Enschedese School opgericht, een kunstenaarsinitiatief annex uitgeverij vanuit de AKI. De makers verstuurden kunst per post door heel Nederland. Wim de Bie was abonnee en ronduit lovend: ‘Ik vond dat een mooi initiatief (ik heb alle zendingen bewaard) en misschien dat ik daarom dacht: alle ‘nieuwe dingen’ uit Enschede zijn de moeite waard.’ In 1997 werd de Enschedese School met een expositie in het Stedelijk Museum opgeheven.
(de tekst gaat door onder de foto)

‘Avantgardistische recreatie’
Videokunstenaar Kees de Groot liet wel driehonderd afbeeldingen zien. Hij begon in 1978 op de AKI. De Groningse academie, Minerva, vond hij te traditioneel. Hij kwam trouwens ook niet door de selectie. De Groot kreeg lessen van onder anderen Cor Jaring en René Coelho. In Amsterdam opende MonteVideo, de eerste videokunstgalerie, zijn deuren in 1992. De Groot: ‘Ik ging naar internationale filmfestivals. De AKI was een heerlijke vrijplaats met avantgardistische recreatie voor ons. Met goeie gastdocenten.’ Dat waren onder anderen Marina Abramovic, Aldo van Eyck, Herman Hertzberger, Willem de Ridder, Wim T. Schippers. In 1983 begon Kees de Groot met kunstenaarsinitiatief Planet Art vanuit Enschede en Amsterdam. Hij is ook de man achter het Gogbotfestival dat inmiddels zo’n twintig jaar bestaat.
(de tekst gaat door onder de foto)

‘Exploratief nadenkend provocateur’
De jongste alumnus achter de microfoon was Jonathan Doorduin. Hij studeerde in 2023 af. ‘Ik wilde wat teweeg brengen,’ zei hij, ‘zonder dat ik wist hoe. De AKI was de goede vrijplaats. De wereld lag aan mijn voeten. Het was een warm bad. Ik ging video-installaties maken bij Crossmedia Design en werd een exploratief nadenkend provocateur: ik ben altijd van het onderzoek geweest. Mijn afstudeerproject heb ik in het Rijksmuseum Twenthe gedaan. Hier heb je veel minder ellebogenconcurrentie dan op andere kunstacademies, je kunt veel meer met anderen samen doen. Als je afkomt van de AKI ben je echt een kunstenaar.’ Doorduin werkt nu in de Museumfabriek, ‘een fantastische baan.’
Wanbeheer
De middag werd afgesloten met een open podium. Interim-directeur Ina Bode, al twintig jaar werkzaam op de AKI, was kort en duidelijk. ‘Hier gebeurt altijd iets. De AKI geeft sociale energie. De AKI krijgt mij niet meer weg.’ Bode is positief over de toekomst van de AKI, ‘De academie moet de vrijplaats blijven die zij altijd geweest is’. Maar de koers is nog niet gelopen. In januari 2025 oordeelde de Onderwijsinspectie hard: er was sprake van wanbeheer en bestuurlijke chaos bij ArtEZ en een angstcultuur bij de AKI. Binnenkort verschijnt er een nieuw rapport* van de Onderwijsinspectie over de herstelplannen die zijn doorgevoerd bij de AKI.
*zie UPDATE
AKI-community
Het slotwoord was voor alumnus Jan Noltes. Eind vorig jaar publiceerde hij een pittig artikel in Tubantia boordevol ongenoegen over de ontwikkelingen bij de AKI, vooral als gevolg van het bestuurlijk onvermogen van ArtEZ. De AKI ging van twaalf naar drie instroomrichtingen en van 900 naar 250 studenten. De andere twee ArtEZ-vestigingen zijn veel groter: Arnhem heeft 1000 studenten en Zwolle 550. Noltes besloot niet af te wachten. Samen met oud-studente Ingrid Kleinsman en AKI-docente Elvira van Eijl richtte hij een vereniging van vrienden van de AKI op, www.akicommunity.nl. Noltes deed een dringend beroep op de aanwezigen om lid te worden van de community: ‘(…) de positie van de AKI staat (…) onder druk door bestuurlijke afstand, verschraling van het opleidingsaanbod en een toenemende kwetsbare positie binnen het ArtEZ-verband. Juist nu is een actieve en betrokken gemeenschap rondom de AKI essentieel.’
In de gobelinzaal tekent de jongen in de witte overall rustig door met zijn manshoge viltstift terwijl het publiek wegstroomt richting de langverbeide borrel. Het zal nog lang onrustig blijven in Enschede.
*UPDATE 5 Februari
Het rapport van de adviescommissie is verschenen. Tubantia, het regionale dagblad voor Twente en de noord-oostelijke Achterhoek, meldt dat de commissie voorstelt de opleiding samen te voegen met kunstopleidingen in Zwolle en Arnhem.
Ook zou de AKI een nieuwe naam moeten krijgen: ArtEZ Academie voor Art & Design Enschede. En wel meteen. ‘Dit is de enige route die de AKI redt’, citeert de krant uit het rapport.
Het aantal studenten zou meer dan moeten verdubbelen, tot boven vijfhonderd, en de nadruk zou moeten komen te liggen op het combineren van kunst met ‘kunstmatige intelligentie en digitale innovatie’.
Tubantia schrijft ook dat het advies binnen de AKI als een bom is ingeslagen. Het laat zich raden dat men bevreesd is dat de AKI hierdoor als vrijplaats verdwijnt en in het keurslijf van een schoolse omgeving wordt gedwongen.
Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst
Succes is er ook. Hoe dynamisch de tijden rond de AKI zijn, bleek afgelopen weekend toen Gideon van Gameren een van de drie winnaars van de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst 2026 werd.
Gideon van Gameren is vorig jaar afgestudeerd aan de AKI. Hij schildert klassiek op doek.
Museumtijdschrift schrijf dit over hem: (hij) schildert met expressieve, soepel aangebrachte brede verfstroken en verfspetters, die snelheid van handelen verraden maar volgens de jury toch resulteren in weloverwogen composities.