Dichter Jean Pierre Rawie was te gast bij Hengelo Leest. Paul Abels kende hem nog uit een vorig leven en hield daarom deze inleiding.
Ik ben lang antiquaar geweest. Daarna werd ik uitgever. Volgende maand alweer twintig jaar. Misschien geeft me de handel in antiquarische boeken en prenten nog wel meer arbeidsvreugde dan de verkoop van nieuwe boeken.
Op een boekenmarkt in Groningen, rond 1990, vervoegde zich een meneer aan mijn kraam die alras tot de onvermijdelijke pingelaren bleek te behoren. Hij wilde een boek kopen, maar niet de prijs betalen die ik na zorgvuldig nadenken met mijn 6B-potlood in het boek had geschreven. Hij was in gezelschap van een zuur kijkende mevrouw. Zij droeg een dure bril. Ze vatte mijn prijs op als een persoonlijke belediging. Wij werden het niet eens. ‘U verkoopt dat boek toch aan niemand anders,’ zei de man schoolmeesterachtig. ‘Ik kom aan het eind van de beurs terug. Dan piept u wel anders.’
Ik was al druk aan het inpakken toen de pingelmeneer inderdaad weer voor de kraam stond. De zure bril was er niet bij. Hij pakte het boek, Das Weib bei den Naturvölkern van Ferdinand Freiherr von Reitzenstein. Uit 1923, puntgaaf, 55 gulden moest het kosten. ‘Het ligt er nog,’ zei de schoolmeester, ‘dat had ik u toch gezegd? Voor 15 gulden wil ik het wel meenemen.’
Gatverdarrie, wat een nare formulering.
Ik heb een gouden tip voor het gilde der pingelaren: nooit zeggen dat je iets voor een fractie van het gevraagde bedrag ‘wel wilt meenemen’. Dat zet kwaad bloed bij de verkoper.
‘Dank u, ik neem het zelf wel mee,’ zei ik. De schoolmeester begon chagrijnig te worden. ‘Weet u eigenlijk wel met wie ik hier vanmiddag was?’ Hij doelde kennelijk op de zure bril. ‘Geen idee,’ zei ik, ‘maar het boek wordt er niks goedkoper van als ik het wel weet.’
Op de volgende boekenbeurs verkocht ik Das Weib voor de juiste prijs aan een antropoloog. Die was er heel blij mee.
Nu denkt u natuurlijk dat ik een akelige centendief ben. Dat is een misverstand. Soms geef ik een boek weg voor nul euro. Om de liefde gods, gratis bedoel ik. Maar dat doe ik alleen als iemand een heel echte liefhebber is. Dat weet je na veertig jaar boekhandel. Ik kan het zien aan het omslaan van de bladzijden.
Op dezelfde Groningse boekenmarkt, maar dan een jaar later, stond een gesoigneerd geklede heer wel een kwartier in zijn handen met mijn 18e-eeuwse editie van Constantijn Huygens’ Korenbloemen. Een fijn boekje met een passend korenbloemblauw papieren omslag. De meneer bladerde liefdevol en voorzichtig. Hij las met grote concentratie. Ik besloot hem het boek cadeau te geven.
Die meneer, dames en heren, ik lieg niet, was de dichter Jean Pierre Rawie.