Over Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma door Anton de Goede


door Paul Abels



Het schijnt dat biografieprofessor Hans Renders ergens betoogd heeft dat je jezelf pas ‘biograaf’ mag noemen als je minstens drie biografieën hebt voltooid. Dat lijkt mij flauwekul. Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma is de eerste biografie die Anton de Goede publiceert. Ik vind het een goed, zeer lezenswaardig boek. De raadselachtige, dwarse hoofdpersoon in de biografie fascineert en irriteert en roept veel vragen op. Wie was deze onderduiker in zijn eigen leven, deze jongleur met de waarheid, deze schrijver die van ironie zijn handelsmerk leek te maken?

Misschien bevalt mij nog wel het meest de bijna jongensachtige, onacademische wijze waarop De Goede zijn uitgebreide speurtocht boekstaaft. Een onbevangen reporter. Kuifje in het literaire plantsoen, zou Heeresma misschien zeggen. Er lukt veel, maar niet alles. Een open antwoord krijgen van Heeresma bijvoorbeeld, op de belangrijke vraag of hij de schrijver is van een geruchtmakend anti-islamistisch pamflet in 1990, geschreven door een zekere Mohammed Rasoel, De ondergang van Nederland. Land der naïeve dwazen. ‘Daar zult u wel nooit achterkomen,’ mompelt Heeresma (1932-2011) tegen De Goede. Behalve het onontkoombare mystificeren is ook typerend in dat antwoord het formele ‘u’ – merkwaardig voor mannen die elkaar al heel lang kennen. 

Bij Theo Hakkert, initiatiefnemer van deze blog, kwam een herinnering boven toen hij in mijn artikel las over de kwestie-Rasoel: ‘…dat pamflet werd waarschijnlijk geschreven door een man uit Alkmaar of omgeving die als one-man-band optrad onder de naam Son of Tarzan. Heb hem diverse malen in Goor zien optreden met zijn jungle act. Totaal maf figuur.’ Dat verhaal klopt met de gegevens in een NRC-column van Tom Rooduijn (10-3-1998): ‘De ‘echte’ auteur is de variétéartiest Zoka F. (alias Zoka van A.).’ Hij blijkt in 1998 een gevangenisstraf van vier jaar uit te zitten wegens verkrachting.

Een mogelijke connectie tussen Heere Heeresma en de Son of Tarzan? Het is typerend voor de vele onnaspeurbare verwikkelingen in het leven van Heeresma. Lastig maar leuk werk voor een biograaf. In november 2024 was de biografie nog niet verschenen. Anton de Goede hield toen de Drienerwoldelezing in Enschede en bespiegelde daarin, met als voorbeeld de casus-Heeresma, over de totstandkoming van biografieën*. Zijn eerste tip: zoveel mogelijk verhalen ophalen, door te lezen en door mensen te laten vertellen. Het sluit haarfijn aan bij De Goedes jarenlange werk als redacteur en documentairemaker bij de VPRO-radio. Hij is een bewonderaar van Heeresma’s werk, al sinds zijn jeugd, en een enthousiaste luisteraar die houdt van verhalen, ook als ze niet helemaal of helemaal niet waar zijn. Dat laatste gold voor heel veel van Heeresma’s geschreven en gesproken verhalen. Arjan Peters gewaagt in zijn bespreking in HP de Tijd van de biografie van een ietwat ‘dociele’ opstelling van de biograaf. Ik zou eerder spreken van vruchtbare, al dan niet gesimuleerde naïviteit. 

Anton de Goede maakte dankbaar gebruik van de 33 dozen archiefmateriaal die het Literatuurmuseum beheert, maar legde zelf ook velerlei contacten. Op alle mogelijke manieren. Hij wordt spontaan aangesproken door fans van Heeresma. Via facebook zelfs. Opmerkelijk is hoezeer de gebiografeerde zelf zich consequent verschuilt achter zijn ‘brandscherm’: Heeresma wilde nooit op tv en had een bepaald onwillige houding tegenover journalisten die hem wilden interviewen. Soms schreef hij zelf het interview met vraag en antwoord uit. Niet om de journalist in kwestie te helpen maar om de marketing en het zorgvuldig opgebouwde imago volledig naar zijn hand te zetten.

(tekst gaat verder onder de foto)

1965. Heere Heeresma aan het werk met zijn typemachine


Heeresma fantaseerde er lustig op los. Over zijn eigen leven en carrière heeft hij een macht aan spectaculaire verzinsels bij elkaar gefabuleerd. Dat hij een keten van wasserettes in Frankrijk zou bezitten, dat hij de CEO van een stel peepshows in Parijs zou zijn, dat hij de wereld rondvoer in schepen van diverse afmetingen. Meermaals brengt Anton de Goede verslag uit van gesprekken en mailwisselingen met de schrijver waaruit blijkt dat HH absoluut niet van zins is om antwoorden op relevante vragen te geven. Dichter Maria Barnas gaat nog een stap verder als zij HH citeert: ‘Wie mij ziet heeft slecht gekeken.’ Daar ben je lekker mee als biograaf. Gelukkig krijgt De Goede contact met een paar mensen die in alle openheid vertellen over HH. Leonarda Op den Akker woonde enkele jaren naast Heeresma. Haar echtgenoot was een zwager van Heeresma. Zij heeft interessante informatie voor de biograaf als hij haar bezoekt in Portugal. De Goede citeert een flink aantal pagina’s uit een mailbericht van haar. Scherpe observaties, raak opgeschreven: 

Heeresma actueel? Reken maar! Hij was een high school drop out. Zijn moeder was al heel vroeg alleenstaand. Hij was een dakloze jongere. Hij was een ex-verslaafde. Hij had PTsS. Hij maakte een vechtscheiding mee. Hij had problemen met huiselijk geweld. Hij wantrouwde Big Brother en wilde onder de radar leven.
Aldus Leonarda Op den Akker. 

In de flaptekst van de biografie noemt Peter Loeb, ex-uitgever van Heeresma, hem ‘een groot schrijver en een onmogelijk mens’. Arjan Peters spreekt van een eenzame man met een uitbundige buitenkant, een man die tijdens de oorlog zijn onbevangenheid verloren heeft en toen een grote argwaan tegen gezag heeft ontwikkeld. Hij noemt Heeresma een man die met alles lijkt te spotten en maakt een brug naar de stijl van HH. Spot, ironie, sarcasme, cynisme. Hoe dan ook: distantie. ‘Heeresma’s gespierde stijl (‘geharnast mededogen’) houdt de lezer op afstand,’ zegt Peters. Over die veelgeroemde stijl valt veel te zeggen. Laat ik proberen met een vergelijking mijn bedenkingen bij HH’s stijl in beeld te krijgen. Hij wordt vaak in één adem genoemd met Reve. Diens ‘geoudehoer zolang er maar Gods zegen op rust’ is in mijn ogen altijd vast verbonden aan een groter verhaal met diepte, met de condition humaine. Het goed gedoseerde ‘geoudehoer’ geeft Reves gelaagde verhaal precies het contrapunt dat nodig is. Die balans zie ik veel minder bij Heeresma. De spot en het relativeren zit in bijna elke zin. Hij is ‘de romanticus die weigert een romanticus te zijn’, schrijft Maria Barnas. 

Op een zeker moment begint de studentikoze ongein in het werk van HH me te ergeren. Herman Pieter de Boer zegt dat bij Heeresma ‘alles is doortrokken van een vrolijke verachting voor de medemens’. Dat is waar, denk ik. Als we Herman Pieter de Boer karakteriseren als de sympathieke schrijver met een vrolijke liefde voor de medemens en Gerard Reve als de schrijver van de Liefde en de Moeder Gods (met hoofdletters) maar ook van de condition humaine, dan is Heere Heeresma in zijn beste zinnen en zijn beste werk (Een dagje naar het strand en Een jongen uit plan Zuid ’38-46) net als Reve weliswaar ook de schrijver van de condition humaine, maar tot de diepte en gelaagdheid die Reve weet te bereiken, ondanks of juist dankzij de toepassing van ironie, komt Heeresma in veel van zijn werk niet. Over smaak valt niet te twisten, maar in mijn ogen ontremt Heeresma te vaak in zijn stijl. Hij blijft spotten, ouwehoeren, afstand houden, een rol spelen, vluchten, onderduiken. 



(onder de foto gaat de tekst verder)

1968. De broers Faber, Marcus en Heere Heeresma


De meeslepende biografie van Anton de Goede eindigt, uiteraard, met een personenregister. Achter elke persoonsnaam staat een paginanummer, zoals het hoort. De Goede vertelt in zijn Drienerwoldelezing nog iets dat Heeresma’s combinatie van aardsheid en wereldvreemdheid fraai typeert:

Een voorbeeld van dat onmogelijke van Heeresma: al in 2000 stelde ik, op zijn verzoek, een brievenboek samen met zijn brieven gericht aan mij. Uitgeverij De Prom zou het uitgeven, het werd een fraai gebonden boek, en… dat was dan weer een diep gekoesterde wens van mij, daar moest dan ook een namenregister in komen. De uitgever, Wim Hazeu, ging daarmee akkoord want ook hij hield van registers, en aangezien veel schrijvers, uitgevers, en andere types in die brieven ter sprake kwamen werd het een prachtregister waar je echt mee voor de dag kon komen.

Toen kwam het moment waarop Heeresma de drukproeven onder ogen kreeg en erop reageerde. Dat register vond hij prima, maar… hij stelde wel één voorwaarde: de verwijzingen naar de pagina’s moesten worden geschrapt!

Hazeu, door Heeresma overigens wel eens Wim Hoezo genoemd, vond dat natuurlijk, evenals ik, bespottelijk. En we hebben Heeresma geprobeerd op andere gedachten te brengen. Dát bleek vergeefse moeite. Maar wat heb je aan een namenregister als de paginaverwijzingen ontbreken? Heeresma legde het ons uit: ‘Kijk, hoe gaat het met de potentiële klant? Die komt een boekwinkel binnen, ziet het boek, kijkt erin, ziet het register, als hij erin voorkomt bladert hij even naar waar hij genoemd wordt, leest die passage en legt het boek weer terug. Zonder die paginaverwijzing zal hij veel eerder het boek kopen om het thuis te lezen.’   

En zo verscheen het boek met enkel een alfabetische opsomming van namen achterin… En ja hoor, geheel voorspelbaar, criticus Hans Renders, die het boek besprak voor Het Parool eindigde zijn recensie met de regel: ‘En helemaal krankjorum is natuurlijk dat in het toegevoegde personenregister de paginaverwijzingen ontbreken.’ 

*Anton de Goede komt na zijn eerste tip nog met 9 andere adviezen aan de beginnende biograaf. Te interessant om hier niet te vermelden: 2. Schets het levensverhaal tegen de achtergrond van de tijd. 3. Oriënteer je goed wat er al bekend is om te voorkomen dat je dubbel werk doet. 4. Als je werkt aan een biografie van een pas overleden persoon, maak dan voort met je research. 5. Durf een personage te zijn. 6. Psychologiseren moet, maar wel met mate. 7. Bepaal voor jezelf wat de kern van iemand is en houd dat in de gaten bij het samenstellen van je boek. 8. Wees als biograaf niet te parmantig en geef de gebiografeerde zelf een stem maar… 9. …Neem vooral niet alles klakkeloos van hem aan. 10. Wacht tot de gebiografeerde overleden is en sla pas dan uw slag. 

Bronnen

Goede, Anton de, Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma. De Arbeiderspers 2025. 

Goede, Anton de, Het volgen van een eenpersoonsfanfareorkest. Met tien tips voor op weg. 32e Drienerwoldelezing, 24 november 2024, Stichting Literaire Manifestaties Enschede.

Peters, Arjan, ‘Sterke verhalen, eenzame man’. In: HP de Tijd, 29-09-2025.

Rooduijn, Tom, ‘Rasoel revisited (slot)’. ‘De Draad’, NRC 10-03-1998.