door Paul Abels

Enkele jaren geleden pruttelde ik op mijn oude motorfiets naar Noord-Frankrijk. Atte Jongstra had mij uitgenodigd in zijn Franse ruïne. In het dorpscafé kende niemand ‘l’écrivain Hollandais’ maar ‘le ruïne’ kon een van de beschonkenen mij wel wijzen. Jongstra ontving mij hartelijk. Hij had een van zijn favoriete onbekende groentes voor me gekookt. Daarover had hij, zoals over alles, een curieus, maar historisch verantwoord verhaal. Hij had het voor mij bestemde bed in een pittoresk zolderkamertje liefdevol opgemaakt. Van motorrijden word je moe, dus ik sliep als een roos. De volgende ochtend stond het ontbijt al klaar. Atte vroeg of ik goed geslapen had. Ik beaamde het van harte. ‘Dat is mooi,’ zei hij met zijn Friese tongval, ‘wist je dat de vorige eigenaar van de ruïne zich op dat kamertje verhangen heeft?’

Dat is enkele jaren geleden. Kom, dacht ik, laat ik Atte Jongstra ook eens uitnodigen. Hij kwam tussen kerst en nieuwjaar. We koutten, dronken, aten worst. Ik zei terloops dat ik de trui van Herman Gorter in beheer had. Jongstra sprong onmiddellijk op: ‘Waar!’ riep hij. ‘Waar is de trui! Wist je wel dat Enno Endt, docent aan de Universiteit van Amsterdam ik weet niet hoeveel studenten de 19e eeuw ingeslingerd heeft door die trui te dragen tijdens colleges?’ Ik zei dat ik dat wel wist en poogde Atte te vertellen hoe de trui bij mij terecht gekomen was. In een Argus-verhaal van een klein jaar geleden is dat alles geboekstaafd. Maar Jongstra luisterde nauwelijks. Hij trok zijn sweater van de Dirk (‘14,95’) uit en rolde de trui van Gorter over zijn hoofd. Of ik hem op de foto wilde zetten. De volgende dag publiceerde hij op facebook zijn bericht onder de kop HERMAN GORTERS TRUI. Hij schreef erbij: ‘Op de foto heb ik hem al aan. Mijn Twentse vriend blijkt ook Gorters schaatsen te bewaren – houten doorlopers. ‘Houd die ook maar vast,’ zei hij, ‘ter versterking van de historische sensatie.’ 

(onder de foto gaat de tekst verder)

Atte Jongstra in Gorter’s trui en met diens houten doorlopers.

Jongstra zou Jongstra niet zijn als hij niet met grote voorwaartse drang op nader onderzoek zou zijn gegaan. Van de weduwe-Endt vernam hij ‘dat de Gortertrui van Enno nog steeds hier is. Is ooit wit geweest maar door Jenne [Clinge Doorenbos-red.] bruingeverfd, tot Enno’s spijt. Maar het lijkt me niet onmogelijk dat Gorter meerdere truien heeft nagelaten, dus wie weet. Deze ziet er historisch genoeg uit, met die mottengaten. Indrukwekkende foto trouwens!’ Aldus Lieneke Frerichs. En Atte vond een foto van nóg een mogelijke Gorter-trui. Met een kraagflap en zonder breikabels. Lieneke F. berichtte desgevraagd dat dit niet de Gorter-trui in haar bezit was: ‘die heeft wel een col maar geen flap.’

Op Facebook regent het reacties op Jongstra’s bericht. Henry Sepers schrijft: ‘Toen ik leraar Nederlands was op het Vossius Gymnasium in Amsterdam liet de kleindochter van Enno Endt tijdens een spreekbeurt de trui van Gorter zien in de klas. Was dat deze trui? En hoe komt die in Twente? Staat je goed trouwens.’ En A.K. Bouwman bericht dit: ‘De zitbank van Gorter staat momenteel in de tuinkamer van Prinsengracht 991, maar die is helaas wel een keertje geherstoffeerd.’

De historische sensatie maakt veel los. Binnenkort komt het Literatuurmuseum langs voor de trui en de schaatsen. Plotseling vraag ik me af hoeveel stofzuigers van Vestdijk er geweest zijn. En of de echte wel in het Literatuurmuseum staat. Of hebben ze er drie?

UPDATE met foto:

Bertram Mourits van het Literatuurmuseum is deze versie van De trui van Gorter al snel komen ophalen.

Foto Gorter