Er is al veel over gezegd en geschreven, The Odyssey, film van Christopher Nolan. Nimue van Dijk (17) voegt daar voor VersTwee een verdiepend essay aan toe. The Odyssey is een film die aanspoort tot nadenken over ons eigen besef van moraal, aldus Nimue. Ze zit op het Amsterdamse Vossius-gymnasium.
Regisseur Christopher Nolan leek een specifiek thema voor ogen te hebben dat hij wilde onderzoeken voor zijn vertaling naar het witte doek: dat van xenia (gastvrijheid in het kort, “Zeus’ Law”, zoals de karakters in zijn film met regelmaat zeggen). Middels een verruimde opvatting van dit concept reflecteert de film op de gevolgen en cycli van oorlog en geweld, de kwetsbaarheid van wat we “beschaving” noemen en hoe gemakkelijk die in gevaar komt als we de basisregels van fatsoen overtreden. Hij toont ons de moord op een volk in hun eigen land, het nastreven van oorlog uit hebzucht, de egocentrische kinderofferaar Agamemnon en het misbruik dat de vrijers maken van de positie van Penelope. Een actuele boodschap.
door: Nimue van Dijk
Interessant genoeg voor een film die ons uitvoerig aanspoort na te denken over ons eigen besef van moraal, wordt de held gepresenteerd zonder veel van het dubieuze gedrag uit het epos. Odysseus is niet onnodig wreed, glundert niet en blijft trouw aan Penelope. Zijn relatie met Kalypso zit in de film, maar hij kan niet schuldig bevonden worden aan overspel omdat hij lijdt aan door Lotusbloemen geïnduceerd geheugenverlies. Zijn affaire met Kirke is volledig weggelaten. Hij laat geen slavinnen ophangen omdat ze met de vrijers naar bed zijn gegaan.
Hoe graag ik ook een Odysseus, en een film zou willen zien met Homerische normen en waarden, ik begrijp dat Nolan deze nooit ging maken. Een blockbuster waarin bioscoopbezoekers zouden terugdeinzen van de vervreemdende morele code van de hoofdpersoon? Nee, hij moet leesbaar zijn, een van ons, om Nolans gekozen boodschap en thematiek voor het grote publiek niet te vertekenen. Hiermee neemt de regisseur deel aan een lange traditie, waarin mythen door de eeuwen heen nieuwe betekenissen toegewezen krijgen door de angsten en idealen van de samenleving die ze interpreteert. Het doel is overduidelijk commentaar op het heden, geen verkenning van het verleden. Nolan geeft zichzelf aan het begin van de film zelfs direct een vrijbrief: het verhaal speelt zich af in een “haast magische tijd”, en zo claimt hij mythische tijdloosheid die alle anachronismen irrelevant verklaart.
Etterend schuldgevoel
Voor een film met anti-oorlogssentimenten is er een interessante weglating: Achilles, specifiek misschien wel de meest anti-oorlogsscène uit de oorspronkelijke Odyssee, Achilles in de Hades. De beste, voortreffelijkste krijger van de Grieken verschijnt verslagen aan Odysseus, en vertelt in wezen dat hij het niet waard vond om te sterven in de oorlog. In plaats daarvan kiest Nolan ervoor een karakter uit de Aeneis, het verhaal in te tillen, zowel om een gezicht te geven aan Odysseus’ etterende schuldgevoel als om onze afkeer voor Antinoös (en in het verlengde daarvan de andere vrijers) te voeden. Sinon vertrekt in de plaats van Antinoös naar Troje, en sterft in de volle overtuiging van Odysseus’ leugens omtrent het Paard van Troje. In de Hades plant hij, door te vertellen over Antinoös’ verderfelijkheid, het zaadje bij Odysseus dat uiteindelijk zal resulteren in de slachtpartij. De film trekt veel tijd uit om ons een hekel te laten krijgen aan de vrijers, wat de gewelddadige afrekening iets minder stuitend moet maken, aangezien deze ironisch genoeg bijna direct volgt op de scène waarin Odysseus gruwelt van het geweld in Troje en de verstrekkende repercussies van zijn handelen, zijn list.
Naar mijn mening heeft Nolan Odysseus, zoals verwacht, in een van zijn typische protagonisten veranderd: een getroebleerde, zelfbewuste man die lang om de gevolgen van zijn gedrag heen draait, zijn schuldgevoel onderdeel van zijn grootsheid.
Moreel trauma
Over de Aeneis gesproken, ik vind Nolans Odysseus best wat weghebben van Aeneas, namelijk het plichtsgevoel, of in ieder geval de behoefte goed te doen. De grootste boosdoener qua karakter in de film is niet Odysseus’ hubris (al is deze wel spaarzaam aanwezig, tot ergernis van zijn mannen), maar zijn onvermogen om de consequenties van zijn acties onder ogen te komen. Hij lijdt aan een moreel trauma: hij heeft iets gedaan wat recht tegen zijn normen en waarden indruist – het verbreken van Zeus’ Law met het Paard van Troje, en het vreet aan hem. Het verbreken hiervan heeft, naar zijn uitleg, de “ineenstorting van de beschaving” bewerkstelligd. Overal wordt vernietiging aangericht door toedoen van de door meerdere karakters gevreesde Sea Peoples, omdat de waarde van Zeus’ Law tenietgedaan is. Ook de chaos in het paleis op Ithaka is daar een resultaat van.
Odysseus’ persoonlijke ellende op zee wordt veroorzaakt door de vermijding (gedurende zijn reis denkt hij met het lot te kunnen onderhandelen) en de verdringing (het gebruik van de Lotusbloemen op Kalypso’s eiland) van zijn trauma. Zoals hij ons zelf al de conclusie aanreikt: “I don’t really want to go home.” Het uiteindelijk toch erkennen van zijn wangedrag en schuld, en het vertrekken naar het veranderde Ithaka met dit gewicht, lijkt ook eerder het soort intelligentie dat de film hem wil toeschrijven, want in dit verhaal komt relatief weinig listigheid voor. Naar mijn mening heeft Nolan Odysseus, zoals verwacht, in een van zijn typische protagonisten veranderd: een getroebleerde, zelfbewuste man die lang om de gevolgen van zijn gedrag heen draait, zijn schuldgevoel onderdeel van zijn grootsheid.
Een ander element dat het zwaartepunt bij Odysseus’ psyche legt is de fysieke afwezigheid van de goden. Hun aanwezigheid is wel voelbaar, door rommelende donder en een woeste zee, maar ze verschijnen niet, wat je als kijker motiveert om goed op te letten. Odysseus zelf lijkt sceptisch over bovennatuurlijke krachten. “We can’t live by omens and sacrifices,” zegt hij tegen zijn vermoeide mannen. Athene, de enige godin die wel een rol speelt, blijkt het gezicht te hebben van een priesteres die Odysseus door de Grieken gegrepen heeft zien worden in Troje. Deze scène wordt gecontrasteerd met het hoofd van een standbeeld van Athene dat in haar tempel wordt afgehakt; de godin en de onschuldige vrouw zijn één geworden voor Odysseus. In deze gedaante achtervolgt ze hem tijdens zijn reis, en dit, naast de toevoeging van Sinon, suggereert dat hij gedreven wordt door zijn eigen geweten, niet door goddelijke interventie.
Oorlogsslachtoffers
Athene is, ondanks haar minimale schermtijd, een belangrijk figuur. Ze kan gelezen worden als symbool voor de onschuldige oorlogsslachtoffers van Troje, en het is binnen dit narratief niet toevallig dat ze een vrouwelijke godheid is. Ik kreeg zelf de indruk dat de film er, onder het oppervlak van de focus op Odysseus, naar hintte dat de slachtoffers van mannelijke oorlogszucht vaak vrouwen zijn. Het geschreeuw dat we in Troje horen is duidelijk vrouwelijk, en we zien expliciet hoe de Griekse soldaten vrouwen donkere hoeken in slepen. Terwijl de mannen die in Troje sterven grotendeels anonieme soldaten zijn, worden de brute gevolgen van de oorlog voor elk vrouwelijk karakter in de film duidelijk in beeld gebracht.
Helena heeft zowel fysieke als mentale littekens omdat ze de zondebok is geworden van een oorlog die ze zelf niet begonnen is; er wordt duidelijk gemaakt dat het eigenlijk om controle over handelsroutes ging. Klitaemnestra wordt vermoord omdat ze gerechtigheid zocht na het offer van haar dochter. Kirke ontdoet Odysseus’ mannen van hun “vermomming” en verandert ze in de varkens die ze in Troje al bleken te zijn, uit zelfverdediging. Kalypso draagt de zware emotionele last van het verzorgen van een door de oorlog gebroken man, om uiteindelijk weer in de steek gelaten te worden. Penelope geeft Odysseus een figuurtje van Athene mee om hem te beschermen; door verderf te brengen middels een “geschenk voor Athene”, het Paard van Troje, en haar tempel in Troje te onteren, schendt hij niet alleen Zeus’ Law, maar ook de bescherming waar zijn vrouw om gebeden heeft.
Penelope
Penelope is misschien wel het karakter dat het meest lijdt onder de voorrang die de film verleent aan de belevingswereld van Odysseus. De dynamiek tussen Penelope en Telemachos werkt; het weglaten van Telemachos’ vrouwonvriendelijke trekjes zorgt ervoor dat er sympathie ontstaat voor zowel moeder als zoon, en dat hun beperkte schermtijd bestaat uit gedeelde frustratie, spanning, maar ook wederzijds respect. Nolans Penelope zelf voelt echter als een onvervulde belofte. De film laat zien dat ze al jarenlang onder hoogspanning staat. Ze houdt zich waardig, houdt de vrijers op afstand, verlangt naar de terugkeer van Odysseus. Maar hij blijft weg, verhalen over zijn lot blijken leugens, haar vertrouwen in zijn terugkeren neemt af, het koninkrijk wordt geteisterd en dit cumulatieve gewicht eist zijn tol op Penelope.
Antinoös ontdekt dat ze het hertrouwen uitstelt door de lijkwade die ze weeft nooit af te krijgen, en probeert op haar in te spelen door te herkennen dat ze doodop moet zijn van al het wachten en alle onzekerheid. Hij vindt dat ze na bijna twintig jaar haar echtelijke plicht wel vervuld heeft. Ze toont zich gevoelig voor zijn verhaal; de effecten van de terreur die ze dagelijks doorstaat beginnen bijna net zo zwaar te wegen als haar liefde voor haar man. Ook naar Telemachos doet ze een ontstemde uithaal: “I’ve been sitting on this empty throne for twenty years!”, wat een toespeling is naar de frustratie die ze voelt als vrouw in een mannenwereld.
Maar als Odysseus eindelijk terugkeert, en ook nog eens blijkt wat voor een oorlogsmisdadiger hij is, lijkt de opgekropte emotie te verdampen. Na alles wat hij haar aangedaan heeft wordt ze meteen weer aan zijn wil onderworpen: terwijl ze hem net een paar seconden vastheeft begint hij al over ballingschap, en snijdt de film naar scènes waarin ze samen wegvaren. Op zich een passend einde voor Odysseus, die nog eer aan zijn gevallen mannen moet betonen en zich na zijn bezinningen wellicht geen koning van Ithaka meer voelt, maar ik vind dat Penelope de scène met hun trouwbed verdiende, om recht te doen aan wat twintig jaar lang haar realiteit was.
Odysseus heeft volgens de film inderdaad iets verschrikkelijks gedaan, en boetedoening in de vorm van zijn omzwervingen is noodzakelijk, maar hij vindt in zekere zin absolutie door zijn schulderkenning. Zijn directe en indirecte slachtoffers daarentegen blijven buiten beeld; hun verlies krijgt geen vergelijkbare afronding. Dit levert naar mijn mening iets van frictie op binnen een film die een punt maakt van de blijvende gevolgen van geweld, maar vooral de dader de catharsis gunt.
De film claimt enerzijds artistieke vrijheid (hij speelt zich af in een tijdloze, haast magische setting) maar grijpt anderzijds selectief toch naar de geschiedenis als het zijn thematiek uitkomt.
Het einde van de beschaving
Zo vind ik dat er meer van dit soort interne frictie is. Om weer terug te komen op de afrekening met de vrijers: dit wordt slim geframed als een soort omkering van de slachting in Troje, als Odysseus die het onkruid dat hij in Troje gezaaid heeft nu wiedt. Dat neemt niet weg dat de film ons door de vrijers te demoniseren manipuleert om van dit geweld te genieten, terwijl we het andere geweld dat we zien moeten veroordelen. Dan is er ook nog de sleutelscène aan het eind van de film, waarin Odysseus, vermomd als bedelaar, voor Penelope uit de doeken doet wat het innemen van Troje echt inhield. Hier wordt expliciet de link gelegd met het verbreken van en de toestand waar de beschaving in verkeert. “Our age of bronze is collapsing,” zegt Odysseus onheilspellend.
Penelope concludeert dat de dreiging van de Sea Peoples veroorzaakt is door haar man. Na het bloedbad blikt Odysseus ook nog enkele eeuwen vooruit, op het verdwijnen van het schrift, het ontstaan van de orale traditie en de manier waarop de mens zich na dark ages weer zal opheffen. Uit deze monologen spreekt een verlangen de film toch historisch te verankeren, een soort “de geschiedenis herhaalt zichzelf”-kaart om de boodschap voor de moderne samenleving extra gewicht te geven. Op mij kwam het echter eerder over als van twee walletjes eten. Niet alleen omdat het een vereenvoudiging is die weinig recht doet aan wat er speelde rond het verval van de Myceense beschaving, maar vooral omdat de film enerzijds artistieke vrijheid claimt (hij speelt zich af in een tijdloze, haast magische setting) maar anderzijds selectief toch naar de geschiedenis grijpt als het zijn thematiek uitkomt.
De expliciete moraal
Deze scènes aan het eind illustreren ook een andere neiging die de film heeft: er is zeker show, maar dat wordt vaker wel dan niet gevolgd door tell. De moraal van de film wordt geëxpliciteerd en doorgetrokken naar de toekomst. De mate waarin de karakters Zeus’ Law benoemen is een ander voorbeeld. Aan de ene kant begrijp ik dat Nolan er hiermee voor zorgt dat het punt helder overkomt, maar aan de andere kant zit hier misschien wel het grootste “probleem” met deze versie van de Odyssee voor mij. Hij bevat een relevante en actuele boodschap, een herkenbare, mooi uitgewerkte psychologische ontwikkeling, en geeft je behoorlijk wat stof tot nadenken, maar veel minder tot voelen. Ik weet dat dit heel subjectief is; voor sommige mensen zit de emotie juist in de filosofie. Maar ik wil niet bij de hand genomen worden en uitgelegd krijgen wat ik zie en wat ik ervan moet vinden. Ik wil niet dat de film ons zijn eigen these vertelt, dat de hoofdpersoon een helderziende buikspreekpop van de regisseur wordt, dat de lessen die we hier moeten leren ons in compacte quotes worden geleverd.
Uiteindelijk vertrouwt Nolan de intellectuele overtuigingskracht van zijn ideeën meer dan de transformerende kracht van zijn beelden. En tot dit soort beelden is hij juist wel in staat: het grijpen van de priesteres, Agamemnon die zijn dochtertje wegvoert, Odysseus’ geschreeuw tijdens het horen van de voor ons gedempte sirenen. Een mythe overtuigt mij niet doordat zij haar moraal formuleert, maar doordat zij haar laat ervaren.