Het zou iets zijn om aan AI te vragen. Wat verbindt Theodor Holman met Sjoukje Smit – haar kennen we als zangeres Maggie McNeal? We gaan het AI niet eens vragen, want Theodor en Sjoukje wisten het zelf ook niet. Tot ze elkaar in Hengelo troffen.


door Theo Hakkert


Het is al na vijven wanneer Sjoukje Smit, geboren Van ’t Spijker, maar bekend als Maggie McNeal, van How do you do? en Ik zie een ster tegenover Paul Abels staat en voor hem een lied zingt. De melodie is bekend. Time After Time. Van Cyndi Lauper. Een nummer zo goed dat zelfs Miles Davis het in zijn nadagen nog heeft gespeeld.
Alleen de tekst. Die is nieuw. Een vertaling is het niet, eerder een bewerking. Door Sjoukje Smit – we houden het vanaf hier en nu op deze naam.
Eerder deze zondagmiddag heeft ze verteld dat er al 26 jaar een compleet album van haar ligt te verstoffen. Het kwam en komt er almaar niet van. Te druk met andere dingen. Geen zin. Vroeger lieten platenmaatschappijen daar een plaat of cd van persen, maar tegenwoordig? Zelf doen? En dan, hoe dan? Enfin.
Er staan eigen liedjes op. En covers. Ook van Time After Time dus blijkbaar, en die tekst van haar is mooi. De titel? Geen Tijd na tijd. Nee. Verleden tijd, zeg-zingt ze. Voor het feit dat het al zo lang ergens opgeborgen ligt, kent ze de tekst nog goed.

Theodor Holman is er ook. Om over zijn roman De trip van Ferdinand Hania te spreken. Hij is als het ware het voorprogramma, want Sjoukje Smit woont in Hengelo in een penthouse in het centrum, al een flink aantal jaren, met haar man. Alleen, zo is de klacht, ziet Hengelo haar zo weinig. Ze neemt zelden uitnodigingen aan. Dus als ze dan eens opduikt, komt Hengelo kijken. Lekker veel mensen bij het Cultuurpodium. Vooral voor haar.

Maar er is die connectie. Een met een omweg, via een eiland zelfs, maar wel degelijk een connectie. En dat is Terug naar de kust, de hit van Maggie McNeal uit 1976. Een evergreen. De tekst appelleert blijvend aan hele volksstammen die het zuchtende gevoel kennen van: even naar zee. Woont in dit kleine land eigenlijk niet iedereen aan zee?

(de tekst gaat verder onder de foto)

Theodor Holman, Sjoukje Smit en Kees Schafrat van boekhandel Broekhuis, die zijn privécollectie met platen van Maggie McNeal tentoonstelde. Foto: Cyril Wermers.

De tekst van Terug naar de kust is geschreven door, eh, nou vooruit: Theun de Winter. Een zeer goede vriend van Theodor Holman, al minstens een halve eeuw. De Winter woont op Texel en houdt daar ezels; Holman woont er de helft van de week. Zodoende.
Het is vijftig jaar geleden dat Terug naar de kust verscheen op de – hier past heus – legendarische elpee Zing In Je Moerstaal. Ter gelegenheid van de Boekenweek namen bekende zangers en groepen liedjes op met teksten van bekende schrijvers. Zo deed Boudewijn de Groot De kinderballade van Gerrit Komrij.

Dat ‘eh, nou vooruit’ komt voort uit het feit dat Sjoukje Smit de melodie voor het lied al eens had gebruikt voor een Engelstalig lied. Dan zou bij hergebruik zij ook recht hebben op een deel van de rechten van de tekst, ook al komt die van De Winter. ‘Maar Theun wilde de hele hap.’ Te horen was dat het Sjoukje Smit nog altijd niet lekker zit. Enfin.
‘Ik zing het ook niet meer,’ zei ze stoer, maar toen er een karaoke-versie werd gestart zong ze wel degelijk mee, stralend bovendien. Het lied appelleert ook echt nog aan haar.

(onder de foto gaat de tekst verder.)

Sjoukje Smit zingt toch nog een keer Terug naar de kust.
Foto: Cyril Wermers.


Ze heeft lang tegengehouden dat het een single werd. Ze was pas solo en zong Engelstalige dingen. Begon ze net succes te krijgen en dan weer terug naar het Nederlands? Sjoukje is niet het type dat zich snel laat ompraten, dat is ze nog altijd niet, zo bleek wel.

En Theodor Holman, hij legde onvoorbereid uit hoe diep die tekst bij de ezel-kluizenaar De Winter zit. De wil en de drang om steeds weer naar de kust te willen, met de dreiging dat ‘daar mijn jeugd voorbij ging’. Dan is het dus tegelijk wel willen en niet willen.
En zo hadden ze heel wat te bespreken, Theodor signeerde een exemplaar van zijn novelle Als de liefde voor haar.

Reden waarom Sjoukje Smit Paul Abels toezong, staande beens in de nazit, was dat hij haar in een column had toegesproken waarvan ze de tekst later opvroeg en in haar tasje stopte.

(verhaal gaat door onder de foto)

Drie maal Paul Abels. Foto: Cyril Wermers

Deze tekst van Paul Abels:


Dort wo du nicht bist

Er zijn veel verschillen tussen Sjoukje van ’t Spijker en Bob Dylan. Zij kan zingen en Bob niet.  Hij woont in Malibu, Californië, terwijl zij in Hengelo woont. Bob heeft opgetreden met Joni Mitchell en Johnny Cash. Sjoukje niet. 

Toch zijn er ook overeenkomsten. Dylan heet eigenlijk Timmerman. Sjoukje is er een Van ’t Spijker. Timmerman en spijker, dat past leuk bij elkaar.

Maar goed. de meeste overeenkomsten tussen Sjoukje en Bob hebben te maken met verplaatsingen. 

Soms tref je iemand die je kent op een volkomen onverwachte plek. Ik liep een keer over de Brooklyn Bridge in New York. Dat is een heel lange brug, wel twee kilometer lang. In de verte zag ik iemand aan komen lopen. Er was iets bekends in de manier van lopen, maar ik wist niet wat. Na honderd meter zag ik het. Het was mijn buurvrouw uit de Parkstraat in Enschede. Dat is een verrassende ontmoeting, 6000 kilometer van huis.

Verplaatsingen dus. Verrassende verplaatsingen.

Ik ken een man uit Slochteren, Herman,  die iets ongelooflijks heeft meegemaakt. Herman vertelde me erover. 

‘Ik was een keer in  Noordpolderzijl. Dat is het kleinste haventje van Nederland en het noordelijkste puntje van Groningen. Daar staat een café , ’t Zielhoes. Ik ging naar binnen. Er was niemand, nou ja er zat één man aan de tap. Hij dronk koffie. Het was een tanige man met veel krullen en een scherpe neus. Ik keek beter. Ik keek nog een keer. En nog een keer. Toen zag ik het: het was Bob Dylan! Opgewonden fluisterde ik tegen de kastelein: ‘Weet je wel wie daar bij jou aan de tap zit? DAT IS BOB DYLAN! ’Hij trok zijn schouders op. KIN MIE NIKS VERREKKEN. AS-E ZIEN KOVVIE MOAR BETOALT!’

Eigenlijk gaan alle liedjes over niet meer dan twee dingen: verplaatsingen en tijd. Niet waar, zult u zeggen: het gaat altijd over liefde. Oké, maar de rode draad bij liedjes over de liefde zijn altijd de verplaatsingen en de tijd. Ik geef wat voorbeelden.

Eerst over de tijd. 

Yesterday: all my troubles seemed so far away. 

Hier encore, j’avais vingt ans. 

Maar telkens weer denk ik, “Er komt er een
Waar ik alleen voor leef, mijn hart aan geef”
Bij wie ik vind dat wat ik nu ontbeer
Liefde voor altijd, telkens weer

Nu de verplaatsingen. 

Eerst Willy Alberti: 

Maar toen ik op Broadway kwam, dacht ik aan jou, mijn Amsterdam

J’aime Paris au mois de mai. Charles Aznavour. 

London is the place for me, London tweedle deedle dee. 

Nu zijn we weer bij Sjoukje. Zij wil altijd terug naar de kust. Dat snap ik wel als je in Hengelo woont. Het Twenthekanaal kan nooit op tegen Schoorl, Wijk aan Zee, Scheveningen, Katwijk, Bakkum. Terug naar de kust is een wonderschoon lied. Hoog-romantisch. Dat komt doordat er een onvrijwillige verplaatsing in zit en ook het verglijden van de tijd. 

‘k Wil terug naar de kust
Heel ongerust zoek ik de weg naar de kust
Bijna niet bewust van de dreiging dat daar m’n jeugd voorbijging

Laat me nu maar gaan achter de meeuwen aan
En mijn vage wensen
‘k Wil terug naar de kust
Heel ongerust zoek ik de weg naar de kust
Bijna niet bewust van de dreiging dat daar m’n jeugd voorbijging


Dat woord dreiging vind ik een beetje raar. Verder heb ik geen klachten. De romantiek komt perfect aan de orde, in letterlijke zin. De Duitsers hebben een prachtige omschrijving van wat het essentiële gevoel van romantiek is:

Dort wo du nicht bist, ist das Glück.

Hengelo moet trots zijn op Sjoukje van ’t Spijker. Misschien kan de gemeente een klein strandje voor Sjoukje maken aan de Enschedesestraat, bij de Zwaaikom. Een zeestrandje met eb en vloed-golven. Zoals vroeger bij het golfslagbad in Boekelo, De Zee Op de Heide. Elke keer als Sjoukje dan hevig verlangt naar de kust, fietst zij naar de Zwaaikom. Een cultuurambtenaar van de gemeente zet dan speciaal voor haar de eb- en vloed aan. Dat is wel het minste wat Hengelo aan cultuur kan doen.Terug naar de kust. In Hengelo!