Timebox bestaat uit oud-leden van The Analogues, de ultieme Beatles-band. Het repertoire bestaat uit gitaarpop uit dezelfde periode: 1964 – 1974. Maar dan alleen Nederpop. Drie maal Earring, maar waar zijn The Cats?
Het ligt voor de hand om Timebox te zien als een doorstart van The Analogues, je weet wel: de band die alles wat The Beatles zelf nooit live hadden gespeeld alsnog hebben uitgevoerd, live. Op en met authentieke instrumenten. Soms ging dat niet met vier (zoals The Fab Four, al dan niet met Billy Preston). Er stonden wel eens vijftien musici op het podium. Strijkers, blazers, percussionisten – you name it. The Analogues was geen coverband, ze voerden de liedjes van The Beatles uit – let op de nuance. Weergaloos was het, ongekend goed, en het werd dan ook een groot succes.
Maar ja, The Beatles mogen dan wel in korte tijd een ongelooflijk rijk oeuvre uitgebracht, na 1970 was het voorbij. Dus toen The Analogues alles hadden gespeeld, tot en met Abbey Road en Let It Be, kon de band alleen maar in herhaling vallen en als het ware zichzelf coveren, want nogmaals: covers waren het niet, het repertoire dat nooit live te horen was geweest door de originele artiesten zelf, werd live uitgevoerd en zouden ze dat nog eens doen, dan coverden ze zichzelf.
Enfin. Klaar. Naar verluidt moest er tot aan het eind aan toe geld bij, maar muziek is nu eenmaal liefde.
Vrij snel is er een doorstart die niet zo mag heten. Timebox. Het idee dat het een doorstart is wordt veroorzaakt door het gegeven dat het om musici gaat die in The Analogues hebben gespeeld en nu opnieuw bekend repertoire uit grotendeels dezelfde periode spelen. Het zijn Jac Biko, Felix Maginn, Diederik Nomden, Jan van der Meij en Kees Schaper. Aangevuld met Ralph Mulder, hopelijk bekend van Alamo Race Track.
Ze brengen de tophits van de Nederpop tussen 1964 en 1974, wat ze uiteraard (vinden ze zelf) het beste decennium vinden. Timebox trekt langs de theaters met dit programma, niet langs het popcircuit. Mogelijk indachtig het idee dat het publiek, dat in die tijd jong was, inmiddels liefst zit bij een concert.
Diederik Nomden heeft het in ieder geval van horen zeggen. Zelf is hij van na de tijd, zei hij bij de introductie in de Hanzehof in Zutphen, maar het sixties-repertoire spreekt hem aan, gezien ook zijn tijd bij The Analogues.
Het werd een greatest-hits-show. Niet van albums, zoals bij The Beatles, maar van de singles waar de Nederpop vanaf 1964 in grossierde. Daardoor viel, om maar een paar zijstraten te noemen, ‘Kom van dat dak af af’, want uit 1960, evenals ‘Ding a dong’ en ‘Mississippi’, want uit 1975.
De voorbeelden zijn ook weer niet helemaal willekeurig. Ik vraag me af of ze ze zouden hebben gespeeld als ze wel binnen het tijdskader zouden vallen. Het gekke is namelijk dat je na een avond Timebox denkt dat er amper ontwikkeling heeft gezeten in de Nederpop in die toch zo tumultrijke jaren. Het begon als beatmuziek. De eerste Nederlandse beat-hit was ‘It’s gone’ van The Motions (1965) en beat bleef de basis. Q’65, Shocking Blue, Outsiders, Hunters, de vroege Earring(s), Ro-d-ys, Zen, Sandy Coast. Allemaal op hun eigen manier, maar met gitaarbeat als basis.
Met ook rock van Brainbox, Rob Hoeke en Bintangs.
En met daarnaast de blues van Cuby (‘Window of my eyes’) en Nederlandstalig met Het (‘Ik heb geen zin om op te staan’) en Boudewijn de Groot (‘Testament’, voor de pauze, en ‘Jimmy’ als finale voor de toegift).
Niet dat het eentonig werd, verre van, maar van een ontwikkeling zoals The Beatles hebben doorgemaakt, van boyband naar Abbey Road, was op deze manier in de Nederpop geen sprake. Hooguit zagen we dat bij Golden Earring, waar drie nummers van werden gespeeld: ‘That Day’, ‘Another 5 Miles’, ‘Buddy Joe’ – inderdaad geen ‘Radar Love’.
Of ‘Kom van dat dak af’ en ‘Ding a dong’ grensgevallen waren is een academische vraag, want ze vielen er qua tijd buiten. Maar waar waren The Cats?
Van bijna alle groepen werd vermeld uit welke stad of dorp – Den Haag, Voorburg, Amsterdam, Haarlem, Pekela – ze ‘weg’ kwamen, om Ralph Mulder te citeren, de noorderling die het over Cuby en Ro-d-ys had, maar de naam Volendam viel nergens. Gevoelsmatig snap ik dat ze niet de latere zemelhits van The Cats wilden spelen – ‘Marian’, ‘Lea’, ‘Why’, ‘Scarlet Ribbons’ (ook omdat ze daarvoor de apparatuur en musici niet hadden?) – maar ‘Sure He’s A Cat’ had naadloos tussen de gitaarpop gepast die wel werd gespeeld.
Op Spotify is – onvermijdelijk en uiteraard – al een playlist te vinden met de 25 nummers die Timebox speelt. Keurig in de volgorde, met ‘Little Green Bag’ en ‘Venus’ als toegift. Interessant is wat samensteller Michael Yska er aan heeft toegevoegd en wat dus niet te horen was. The Shoes, After Tea, BZN, Greenfield & Cook, Dizzy Man’s Band en, jawel, ‘Sure He’s A Cat’. In totaal 36 nummers.
Wie missen we dan nog? Tielman Brothers, Buffoons, Les Baroques, Livin’ Blues en, als het compleet moet zijn en niet alleen beat en gitaarpop, de symfonische hits van Kayak en Ekseption. Of is dat geen pop?
Van de geweldige musici, echt stuk voor stuk, moet Jac Biko even apart worden genoemd. Hij speelde ‘Sylvia’ van Focus precies zo als Jan Akkerman dat eens deed. De zangeres van dienst was Josephine van Schaik. Prima, maar met net iets te weinig pit. Maar ja, zelfs Grace Slick kon niet tippen aan Mariska Veres.