Geen foto’s, geen filmpjes, lange gitaarsolo’s:
alsof we bij een rockconcert waren
van voor de uitvinding van de smartphone
door Theo Hakkert
Zonder een nieuw album in zijn achterzak – en aan zijn setlist te oordelen is dat ook nog niet onderweg – is Jason Isbell op tournee in Europa. Niet solo, zoals vorig jaar. Toen kreeg en hield hij onder eigen naam, dus zonder zijn band 400 Unit, met alleen zijn stem, gitaar en persoonlijke liedjes Paradiso stil. Geen Dutch disease die avond. Het zwijgen dwong hij af.
Dit keer heeft hij zijn band wel bij zich. Dezelfde vijf muzikanten met wie hij weer een jaar eerder onder andere in Utrecht optrad.
Zonder een nieuw album, waar als het er wel zou zijn de nadruk op zou liggen. Het maakte de weg voor een diepe greep in zijn inmiddels grote catalogus. Een catalogus vol country-rock en verfijnde songs – dat hij nog altijd geen groot publiek aanspreekt is een schande. Hoe weten de mensen wat ze missen als ze niet horen wat ze missen? Enfin.
Een catalogus ook die in feite in twee groepen uiteenvalt. De platen die hij maakt met de band, de platen die hij solo maakt. Het zijn ook separate accounts op Spotify. Bij eerdere optredens hield hij die scheiding vrij strikt aan, al kon en wilde hij uiteraard nooit onder zijn mijlpaalalbum Southeastern (uit 2013) heen. Zijn signature-song Cover Me Up, over een nieuwe liefde en het afzweren van drugs, een tekstfragment dat door het publiek steevast met een open doekje wordt beloond – Hou vol! – wil, kan, moet en zal hij altijd spelen. Hij heeft het lied inmiddels van een rijk arrangement voorzien waarin harde klappen met trommelstokken een zware, uitgesponnen finale inleiden.
Toen hij vorig jaar Paradiso verblufte was dat met de songs van zijn akoestische echtscheidingselpee Foxes In The Snow. Het album had hij in vijf dagen afzondering opgenomen in New York. Best opmerkelijk dat hij een aantal van de liedjes nu met zijn band speelt. Zondagavond stonden ze in de Oosterpoort in Groningen en daar koos hij voor Crimson and Clay en Open and Close. Bury Me, het bekendste nummer van de elpee, speelde hij niet, maar dat hij had bijvoorbeeld zaterdagavond in 013 in Tilburg wel gedaan. Op weer andere Europese podia had hij ook Eileen en Ride to Robert’s gespeeld.
Jason Isbell (47) heeft deze tournee dus aangegrepen voor een diepe grabbel in het materiaal van de tien studioalbums die hij achter zijn naam heeft staan. Iets wat The Cure ook schijnt te doen: nog eens kijken naar songs die ze weinig hebben gespeeld.
Wat dat betreft had hij voor Groningen twee verrassingen in petto. Hij speelde Maybe It’s time, dat hij had geschreven voor de film A Star Is Born. Daar wordt het gezongen door acteur Bradley Cooper. Dat zo’n knappe man het ook nog eens zo goed zou uitvoeren, vond hij maar zo-zo. ‘Fuck him!’
In de toegift speelde hij bovendien een cover van een lied dat hij voor het laatst live in 2012 had gespeeld: Holland, 1945 van Neutral Milk Hotel.
Hij ging ook uitgebreid terug naar de tijd voordat hij aan zijn solocarrière begon. Isbell is ooit begonnen in de band Drive-By Truckers. De eerste keer dat hij, toen nog 22 jaar oud, vloog was het van Atlanta naar Amsterdam. Om zijn vliegangst te bezweren had hij zich een stuk in de kraag gezopen. Van de vlucht (en de tournee met DBT) herinnerde hij zich niets.
Te veel kapiteins op één schip, maar vooral zijn overmatige gebruik, maakte dat hij door Patterson Hood ontslagen werd bij DBT. Maar ze zijn nog on speaking terms. Zo speaking zelfs dat op 3 oktober in Florence, Alabama een reünie plaats zal hebben. Op het Shoalsfest voeren Drive-By Truckers en Isbell het album Decoration Day (2003) in zijn geheel uit. Als het ware om te repeteren speelde hij in Groningen drie songs die hij aan dat album heeft bijgedragen: het titelnummer, Outfit en Danko/Manuel, een van de beste nummers uit zijn oeuvre. Op zijn live-album Live In Alabama (2012) staan deze nummers ook, hij is ze blijven spelen, maar ze werden door de nieuwere naar de achtergrond gedrongen.
Ze passen echter precies bij hoe hij anno nu zijn optredens inkleedt. Want ze zijn moeiteloos uit te bouwen tot lange gitaarduellen dan wel -duetten met Sadler Vaden -“playing rock ’n roll guitar,” zoals Isbell hem aankondigde. Minuten lange solo’s, om en om, of samenspel. Dat ze niet ook Miles zo speelden, het lange sluitstuk van het album Weathervanes (uit 2023), waar al een lange solo in zit, is jammer.
Hij heeft gewoon veel te kiezen uit zijn rijke repertoire. Zo miste ik van Weathervanes Strawberry Woman en White Beretta. Mogelijk te soft voor hem nu. En ook Relatively Easy en Traveling Alone van Southeastern hadden de lijst niet gehaald. Ook daar had hij gekozen voor de hardere nummers, zoals Super 8 Motel. Feest werd met King of Oklahoma; stil werd het bij Cast Iron Skillet.
In Groningen speelde hij 24 Frames te vroeg. Dit was weer zo’n klassiek geval van: tijdens de eerste twee nummers klinkt het concert niet goed, want bij de soundcheck zat er geen publiek in de zaal. En dan duurt het voordat de techniek alles heeft bijgesteld.
Ook klassiek was het bevel dat er geen foto’s en filmpjes mochten worden gemaakt. Waar de zaal zich keurig aan hield. Geen foto’s, geen filmpjes, lange gitaarsolo’s en -duetten: alles droeg bij aan het idee dat we bij een rockconcert waren van voor de uitvinding van de smartphone.
Gehoord: zondagavond in de Oosterpoort in Groningen
