Elvis Costello, de Baron van Münchhausen van de rockmuziek
door Theo Hakkert
‘YOU SEE, I’M BORN AGAIN!’. Het is een paar minuten over tien op een gedenkwaardige avond in Tivoli/Vredenburg. Elvis Costello (71) balt zijn vuist en maakt een overwinningsgebaar. Hij heeft zichzelf genezen, met steun van het publiek, zijn band en zijn ‘early songs’. En een paar koppen thee.
’s Middags had hij het donker ingezien. Hij lag backstage, zei hij. Getroffen door een Belgische bronchitis. “Maar ik wilde niet cancelen.” Als een artiest zoiets zegt aan het begin van een optreden is de vrees terecht dat hij plichtmatig de setlist zal afwerken. Omdat hij het publiek en de organisatoren niet wil opzadelen met het gedoe van een gecanceld concert.
Maar zie. Als een Baron von Münchhausen wist hij zich aan zijn vroege repertoire uit de fysieke malaise te trekken en de koorts te onderdrukken – om te triomferen als zelden vertoond. Na de kreet dat hij herboren was, zetten hij een furieus laatste half uur in. Met al die vroege hits, zoals Pump It Up, Radio Radio en dan via (What’s So Funny ‘Bout) Peace, Love and Understanding naar Oliver’s Army, de hit die een andere tekst heeft gekregen omdat hij niet langer ‘little white nigger’ wil zingen. Toen was de energie ook wel op, niemand die daar om maalde. Wat er de voorbije twee uur aan moois voorbij was getrokken, was ongekend.
‘The early songs of Elvis Costello,’ luidde het affiche. Dan weet je als bezoeker dat hij niet The Juliet Letters, zijn album met The Brodsky Quartet of de plaat die hij heeft gemaakt met Anne Sofie von Otter, For the Stars, op authentieke instrumenten gaat uitvoeren. De early songs stammen uit midden zeventig, toen punk borrelde. Dan krijg je soms vuige, dampende rock voorgeschoteld, niet altijd even subtiel, maar zo ging het toen – lekker!
Zijn eerste elpee, My Aim is True, kwam 49 jaar geleden uit, een goede aanleiding voor een terugblik op de periode dat hij zijn naam had gevestigd door pubrock met de do-it-yourselfmentaliteit van punk en new wave uit te bouwen tot de eigenwijze, soms hoekige eigen stijl van een angry young man.
Kantoorpunk
De begintijd dat hij bijvoorbeeld – en het is nauwelijks nog voor te stellen – te gast was bij Hans van Willigenburg in het radioprogramma Van twaalf tot twee, dat toen werd uitgezonden door de KRO op Hilversum 3. Ergens tussen de Boertjes van Buuten werd hij aangekondigd. ‘Kantoorpunk,’ werd toen gezegd, bij gebrek aan beter, maar vooral aan interesse. Costello droeg toen al die bril met dat zware zwarte montuur. En een net kostuum. Als iemand van kantoor. Nog voor de introductie was afgerond, zette hij al in.
Hij begon deze avond met Radio Sweetheart, zijn eerste opname. ‘Met Nick Lowe op bas’. Zo struinde hij door zijn eerste songs, terwijl onderwijl zijn lijf zichzelf genas. Charlie Sexton, ooit bij Bob Dylan, was ingehuurd als gitarist. Oudgediende Steve Nieve – geen Costello zonder Nieve – liet tintelende versieringen klinken, rechtstreeks uit de rock-’n-roll van de jaren 50 en 60. De harde klappen van Pete Thomas, al net zo oudgediend, stuwden het geheel op.
Als een visboer
Een geintje hier, een grol daar, zichtbaar was dat Costello zich beter en beter ging voelen. Toen hij zich achter de piano meldde was hij weer de oude. Een schitterende, lange uitvoering van Almost Blue, in een weergaloos arrangement. Inmiddels had hij zijn colbert afgelegd en na het nummer stond hij op om de zaal aan te kijken. Als een visboer die tegen zijn klanten zegt: ‘Ik had je toch gezegd dat mijn vis de lekkerste is. Capiche?’
Charlie Rich’ Who Will The Next Fool Be kreeg een verrassende uitvoering, evenals zijn eigen Every Day I Write The Book. Eerst haast onherkenbaar, zoals ook Dylan zijn eigen songs blijft verbouwen. Een lied is een idee om mee te spelen.
Hij meldde zich weer centraal op het podium en met de microfoon in de hand zette hij Good Year For The Roses in, zijn countryhit. Om ergens halverwege ineens de fameuze regels van Suspicious Minds te zingen: ‘We’re caught in a trap…’ – weergaloos mooi. Om terug te keren naar Good Year For The Roses én om dan andermaal soepel naar een Elvis-hit over te schakelen: Always On My Mind. Prachtig. En toen dat gebaar. Victorie!
Eerder al had Watching The Detectives al een heerlijk arrangement gekregen, met een prominente rol voor bassist Davey Faragher, die maar eens benadrukte dat het eigenlijk een reggae-nummer is. Om dat idee er helemaal in te wrijven kwam Steve Nieve achter zijn batterij aan toetsen vandaan met een melodica – de geest van Agustus Pablo zweefde door de zaal. De lange noise-versie van I Want You zou niet misstaan in een set van Wilco.
Alle nummers kregen een uitvoering die afweek van het origineel. Wat de muzikale veelzijdigheid van Costello benadrukte. De man ís muziek, hij kan waarlijk alles. Achteloos gooide hij er een Al Green-uithaal uit. De band was zo op elkaar ingespeeld dat ze al zijn ingevingen moeiteloos volgden en ondersteunden. Wat een fantastische avond! En wat had het publiek geluk hem in deze vorm mee te maken. Het eiste zijn tol. De volgende ochtend besloot hij zijn optreden op Rock Werchter te annuleren.