Vanaf links schrijdt hij het podium op. ‘Quiet girl’ is al ingezet. ‘When will you come to take my place?’ is de openingszin. Een moment van belang. Hoe is Peter Te Bos er fysiek aan toe. Zijn geest zal vast gewillig zijn, maar hoe zit het met zijn vlees?
door Theo Hakkert
In Metropool Hengelo haalt Claw Boys Claw een van de drie optredens in die moesten worden afgezegd toen de rug van Te Bos (75) het ritme van de afscheidstournee niet kon bijbenen. ‘Don’t slow down.’
Peter Te Bos grijnst. Niet eens zozeer zijn gezicht grijnst, wel zijn lijf. Dit komt goed. De éminence grise, met een wijkende haargrens op links, van de vuige bezwerende Nederlandse rock is gekleed in existentieel zwart. Jasje, shirt, broek. Zwart. Wat perfect ton sur ton is met die ondefinieerbaar donkere kern in de muziek van CBC. Ook al spelen ze een ballad, dan nog is er die duistere dreiging.
En ballads zijn in het repertoire van minstens zo’n groot belang als de dampend bonkende grote-stads-punkblues die de zaal doet schudden als een centrifuge op tilt. In de toegift zullen ze natuurlijk ‘Rosie’ spelen, die ene hit, die helemaal niet a-typisch is voor CBC, zoals sommigen beweren. Zo is het godgeklaagd dat ‘Daydream’ van het album Fly niet nog altijd de playlists van de radiostations beheerst. Was CBC niet gezellig genoeg door de jaren heen? Was dat de achterkant van die dreigende kern?
Hoe dan ook, Hengelo heeft geen tijd voor dit soort toetsenbordbespiegelingen. Nu is nu en CBC is in the house en het gaat loos. Pak het moment!
Met elk nummer gaan ritme en tempo omhoog. Een brede selectie uit het oeuvre wordt met verbeten inzet de zaal ingepompt. Steeds dieper het repertoire in. De cirkelende gitaarpartijen van John Cameron, de bezwerende zang van Peter Te Bos, de diep-ploegende bas van Marcus Bruystens, de trommels, roffels en cymbalen van Jeroen Kleijn.
(Kleijn zit weer daar waar hij ook zat te drummen bij Daryll-Ann en Johan. Hij mag wel oppassen dat de rigide ambtenaren van de gemeente Hengelo (O) hem geen ozb willen laten betalen.)
Een trio dus eigenlijk. Een basale rock-opstelling met gitaar, bas, drum plus zanger. Zoals The Who, Police, Cream. Trio betekent ruimte in het geluidsspectrum, maar CBC is zo hecht en die ruimte wordt alleen hoorbaar in de zachtere nummers, de nummers waarin Te Bos declameert als Leonard Cohen of Stuart A. Staples van Tindersticks, ware het niet dat CBC er al was ver voor Staples met zijn band begon (die muzikaal verder van een heel andere school is).
Persoonlijk intermezzo.
Ja, want hoe oud is Claw Boys Claw eigenlijk? Geschreven staat dat Allard Jolles (1958-2024) de band in 1983 oprichtte, maar ik woonde tot het voorjaar van 1982 op een adres 1 hoog in Amsterdam op honderd meter van het Spui. Op een ochtend kwam Han letterlijk het trappenhuis binnenvallen, een vriend van de middelbare school, helaas allang niet meer onder de levenden. Hij noemde Claw Boys Claw en de buzz die door de stad trok rond de band. Dit was dus ver vóór 1983. De eerste elpee verscheen in 1984.
Einde intermezzo.
Na zo’n drie kwartier spuit CBC de ene vuige rock’hit’ richting de wild dansende fans. Een salvo. ‘Red Letter’, ‘Bite the dice’. De grijns van zijn lijf heeft dan allang het gelaat van Te Bos bereikt. Ernst en ironie wisselen elkaar af. Hij meent het en tegelijkertijd lacht hij erom. Bij ‘Speakerphone’ is hij ineens begonnen aan een zinloze excursie door de zaal.
(onder de foto gaat de tekst verder)

De toegift is lang en heeft de tweede cover van de avond. Eerder al is daar ‘Locomotive Breath’ van Jethro Tull; nog passender is ‘I wanna be your dog’. Van The Stooges. En als CBC al ergens de mosterd vandaan heeft, is het van Iggy Pop. De uitvoering is lang en graaft diep. De jaren tellen voor Peter Te Bos, maar hij zingt deze Stooges-classic alsof het zijn eigen nummer is, zo doorleefd. Alsof hun eigen ‘So Mean’, op dezelfde leest geschoeid, niet al net zo’n classic is.
De tijd voor CBC zit erop, al schijnen er nog platen te komen en wellicht gelegenheidsoptredens. Maar toekomst is er sowieso. Dochters van John Cameron doen een koortje. Een van de twee, Gini, drumt ‘Superkid’ – hoe gepast. Ze had de stokken overgenomen van Jan Klein, zoon van Jeroen Klein. Rock-’n-roll will never die. Hipcat Forever!
