Eens moet de eerste keer zijn en zo zit ik deze dinsdagavond bij een concert van Bob Dylan. Het grote herkennen kan beginnen. Een plaatsgenoot die al minstens veertig keer naar een optreden van His Royal Bobness is geweest, heeft me weken geleden al gewaarschuwd: ‘Je bent twintig jaar te laat.’ Zo erg wordt het niet.
Wat me opvalt is de lage verwachting van de bezoekers om me heen. De man schuin achter mij, die hem in Stockholm, de VS en ook eerder hier, in Afas, heeft gezien, zegt: ‘We zullen wel weer hetzelfde krijgen.’ Wie de setlisten van de jongste optredens heeft bekeken op setlist punt fm heeft gezien dat Dylan elke avond hetzelfde speelt in dezelfde volgorde. Maar die doorbreekt hij zowaar in Amsterdam. Watching The River Flow is niet het laatste lied.
Van Dylan is bekend dat hij, laat ik het zo zeggen, losjes met de arrangementen omgaat. Wat de liedjes zelfs door diehards lastig te herkennen maakt, meestal pas bij een refrein. Dan is een al dan niet vluchtige kennis van een eerdere setlist wel handig. Dus inderdaad I’ll Be Your Baby Tonight als opener. Het geluid is dan nog slecht afgesteld. Eerst horen we hem niet, dan opeens te hard en bij het refrein is het in orde.
Over orde gesproken. Om een Dylan-concert te mogen bezoeken, moet de smartphone in een geluiddicht tasje worden geparkeerd. Maar omdat daar de rij en het stoelnummer in staat, krijg je die nummering handgeschreven mee naar de zaal omdat je daar niet meer bij je mobiele telefoon kunt. Wat er de eerste vier nummers toe leidt dat er nog bezoekers dwars door de rijen moeten om hun plek te vinden. Enkelen willen liever blijven staan langs de kant, langs de gesloten bar, maar die worden met zachte hand en ferme zaklantaarns naar hun stoelen gedirigeerd. Het zou allemaal niet af moeten leiden, maar dat doet het wel.
Even geen mobiel heeft zeker zijn positieve kanten. In het uur voorafgaand aan het optreden is het aangenaam vertoeven in de zaal. Een gesprekje hier, een gesprekje daar. Niet overal van die schermpjes. Wie zijn schermhonger wil stillen kan alleen terecht bij een scherm dat roept: Welkom bij Bob Dylan. Het volgende beeld is: Follow us on, en dan die bekende rits. Hoe dan met je telefoon in een afgesloten zak? Nu even niet.
Enfin, muziek.
Dylan (84,5) zetelt achter een vleugel nadat hij eerst even heeft zitten klooien met een gitaar. Om de een of andere reden – ik wil hier echt even over zeuren, je betaalt een tientje per nummer, hè – staan felle spots op het publiek gericht. Een bleek hoofd met krullen is alles wat ik soms zie, verder is de man onzichtbaar en praten doet hij ook al niet. ‘Doet hij nooit,’ is mij verteld, alsof het publiek het zelf wel fijn vindt dat Dylan niet communiceert met wie er in de zaal zit. Het is de hele avond alsof we getuigen mogen zijn van een oefensessie.
Wat daar weer tegen spreekt, is dat hij en zijn band – anoniem, geen uitleg, geen namen – niet stoppen. Hooguit een seconde zit er tussen de liedjes. En omdat Dylan een voorliefde schijnt te hebben voor een soort boogie-uitvoering van de uptempo-nummers wordt het een zeven kwartier lange seance, onderbroken door de momenten, meteen ook de mooiste, dat hij vrijwel zonder begeleiding zingt en piano speelt. De band krijgt sowieso geen enkele eigen ruimte in dit werk, dat vrijwel allemaal afkomstig is van Rough And Rowdy Ways, de elpee uit 2020 die de ondertitel heeft geleverd voor zijn Never Ending Tour.
Hoe is hij bij stem? Valt mee. De krasse knar krast, dat is bekend, maar het voegt wel toe aan de authenticiteit. Hoogtepunt is When I Paint My Masterpiece, toch al een van zijn beste nummers, een ander is Desolation Row. Maar de eenvormigheid overheerst. Het recente Key West steekt daar gelukkig bovenuit.
Om exact 21.45 staat hij op, vertoont zich een seconde of tien staande aan het publiek – ook dat is mij voorspeld, op een toon van: vergeeft het hem nou maar – en hij schuifelt door het achterdoek. Het scenario is ook deze avond weer puntsgewijs afgewerkt. Vandaag doet hij het precies zo nog eens. Wat zou ik graag weten waar hij de voldoening vandaan haalt om zo door het leven te willen.
Theo Hakkert
*Bij de foto. Foto’s van Dylan-concerten zijn zeldzaam, omdat hij verbiedt dat bezoekers beeld- en geluidsopnamen maken. Daarom worden smartphones verplicht in zakjes gestopt. Hier speelt Dylan live in Kilkenny in 2015. Zo goed zichtbaar is hij deze avond in Amsterdam niet.