Na het zien van Prophet Song realiseer ik me hoe herkenbaar de langzaam kantelende samenleving is, waarin waarschuwingen worden genegeerd en kwetsbare mensen het eerst breken onder beleid. De voorstelling toont een drukkend decor van oorlog, verlies en ontworteling, maar ook de radicale empathie die nodig is om te begrijpen waarom mensen vluchten. Tussen stilte, hoop en systeemblindheid voel ik vooral vastberadenheid: de plicht om menselijkheid te blijven optillen, juist wanneer ze zwaar wordt.
door Marcel Kolder
Een huiveringwekkend donker decor hangt nog in mijn lijf, het soort benauwde atmosfeer die je alleen kent uit verhalen over oorlogsgebieden, waar de lucht zwaar is van wat nog niet gezegd wordt maar al wel bestaat.
Zondagavond. Ik loop het theater aan het Leidseplein uit met de neef van mijn kinderen en het gevoel dat de wereld een fractie is verschoven omdat het stuk hardop uitsprak wat ik al te lang in stilte herken. Ik was uitgenodigd voor de première van Prophet Song, door ITA. Ook Femke Halsema liep langs me. Opvallend veel jonge mensen.
Zoals schrijver Paul Lynch zegt, is dit stuk een poging tot radicale empathie, om te begrijpen wat mensen drijft om te vluchten, en wat het betekent om opnieuw te moeten beginnen. En ergens tussen de scènes door dacht ik aan hoe onschuld soms wordt gewassen in een teil koud water, ruw, haastig, alsof het leven even niet de tijd krijgt om zacht te blijven.
Ik voelde het vooral in de momenten waarop niemand naar haar luisterde. De moeder die zag wat eraan kwam. De autoriteiten die haar wantrouwen. De buurt die haar vermijdt.
En terwijl ik keek, dacht ik aan bomen die niet kunnen vertrekken zonder hun wortels los te scheuren; hoe pijn en verplaatsing altijd met elkaar verweven zijn, ook voor mensen die nooit van plan waren om ooit hun thuis achter te laten.
Die dynamiek is me huiveringwekkend bekend. In de zorg. In beleid. Als luisterend schrijver bij de #toeslagenaffaire.
In de omgang met kwetsbare mensen die altijd als eerste de prijs betalen wanneer systemen verharden. Soms lijkt het alsof hun levens verdwijnen onder witte lakens in een stille kamer, het beeld van een mortuarium dat zich toch opdrong toen ik de moeder op het toneel zag vechten voor haar kind. Zo rauw is verlies wanneer systemen eerder sluiten dan luisteren.
Misschien raakt het me zo omdat afhankelijkheid deel is van mijn leven. Omdat ik weet hoe het voelt als je waarschuwt, uitlegt, probeert te laten zien en het systeem toch kiest voor procedure boven menselijkheid. Vanavond zag ik op het toneel het mechanisme dat ik in het echt zo vaak tegenkom: de moeizame, soms wanhopige strijd om gehoord te worden voordat het te laat is. De stilte waarin mensen gevangen raken, een tussenland waar hoop tegelijk drijft en tegenhoudt, als een grens die niet open wil.
Wat het stuk bijzonder maakt, is niet het drama, maar de herkenning: hoe langzaam het gaat, hoe normaal het lijkt, hoe stil een samenleving kantelt terwijl iedereen denkt dat het wel meevalt.
En toch loop ik de zaal uit met iets anders dan angst. Ik loop weg met vastberadenheid.
Dat waakzaamheid geen pessimisme is maar verantwoordelijkheid. En dat ik, juist als ouder, als mantelzorger, als burger, de plicht heb om te blijven zien wie onzichtbaar dreigt te worden. Dat is wat deze voorstelling bij me achterlaat: Blijf opstaan op de plekken waar beleid mensen breekt. Blijf menselijkheid optillen, ook wanneer ze zwaar wordt.
Het doek is gevallen.
* Prophet Song door ITA Ensemble. Regie: Mina Salehpour. Nog tot en met 25 januari in Schouwburg Amsterdam.
Marcel Kolder: kanteldenker.wordpress.com
hoofdfoto: © Andreas Schlager
foto hieronder: Marcel Kolder
