Een bloemlezing en een fietsroute. Maar vooral de aankondiging dat een van zijn ‘onspeelbare’ theaterstukken alsnog zal worden gespeeld. Dichter H.H. ter Balkt krijgt, tien jaar na zijn overlijden, in Twente eindelijk de aandacht die hij verdient.

Tot voor anderhalf jaar geleden had Martin Ottow nog nooit gehoord van H.H. ter Balkt, de meest gelauwerde dichter van Enschede, zo heeft hij inmiddels vastgesteld. Ter Balkt kreeg zowel de Huygens- als Hooftprijs toegekend. Dat kun je van Willem Wilmink, het poëtische troetelkind van Enschede niet zeggen. Punt is alleen dat de poëzie van Ter Balkt, laten we zeggen, weerbarstiger is dan de zeer toegankelijke verzen van Wilmink, dus hoe het zit met de brede publieke belangstelling laat zich raden.

Reden te meer voor Ottow, nu hij met pensioen is, om Ter Balkt bekender te maken dan hij is in zijn geboortestreek. Geboortestad zelfs, al heeft de dichter zelf altijd volgehouden dat hij eerder stamt uit omgeving van Enschede, namelijk Usselo en Boekelo, de wat meer landelijke gebieden ten zuiden van de stad, de gebieden waar hij zijn inspiratie, ideeën en ook vocabulaire vandaan haalde. En waar zijn grootouders woonden.

Ottow is daar in zoverre in meegegaan dat hij voor de bloemlezing Opdat de dichter zingt, die dit weekend bij boekhandel Broekhuis in Enschede werd gepresenteerd, hij de ondertitel: ‘Stem van Usseler Es en Boekeler Hof’ heeft bedacht.

In korte tijd heeft Ottow dit toch maar voor elkaar gekregen. Samen met anderen uiteraard, in de stichting Enscène, een naam van Enschede in doorklinkt, maar ook ‘scène’ in opvalt. Niet voor niets. Het eerste wat Ottow hoorde van Ter Balkt (1938-2015) was niet dat hij een dichter was, maar dat hij onspeelbare toneelstukken zou hebben geschreven. Hoezo, onspeelbaar? Hij zou er nog eens naar kijken. Wellicht, met enige creativiteit. En we gaan het zien, want in maart 2026 zal in première gaan het stuk Strand van Amsterdam, de audities zijn deze week. Acteur Paul Krijnsen, bekend van Woeste grond, zat al klaar in de zaal.

Een bloemlezing, een aanstaand toneelstuk, een fietsroute (!) en voorts een straatnaam, een buste of standbeeld – Enscène heeft de smaak te pakken. Eerder al wist een andere stichting een straat vernoemd te krijgen naar Willem Brakman en een van diens citaten kwam op een mooie trap in het centrum van Enschede. Wilminks gedicht Textielstad, aan de gevel van Broekhuis, kreeg vorige week een opknapbeurt. Aan elan geen gebrek.

Er wordt ook gewerkt aan een biografie van Ter Balkt vertelde een neef over zijn ‘lieve, norse, onnavolgbare oom’. Er zijn 1700 brieven gevonden. ‘De biograaf had nog nooit zo veel scheldwoorden gelezen.’

De bloemlezing richt zich op ‘herkenbare thema’s en plekken’ in Ter Balkts leven en werk. Maar bij selecteren is het niet gebleven. Van elk gedicht staat achterin over welke plek het gaat. Bekend is de plek waar de dichter, als jongen van 8, zijn initialen in een beuk in het Mastbos kraste, het bos naast de boerderij waar hij is opgegroeid. Velen hebben al gezocht naar die markering. Fotograaf Johan Ghijsels heeft de dichter later vereeuwigd op die plek. En dan staat bij het gedicht De beuken: ‘De beuk waar TerBalkt in 1946 op z’n achtste zijn naam in kerfde staat er nog steeds aan het einde van het pad vanaf de Boekelerhof naar het Mastbos, vlak voor je het Mastbos in gaat aan de rechterkant. Het is alleen na bijna 80 jaar niet meer zo herkenbaar’.
En zo krijgt elk gedicht een plaatsbepaling of uitleg.

Voormalig Denker des Vaderlands en Tukker – ook al woont hij in Utrecht en doceert hij in Nijmegen – René ten Bos is een groot liefhebber van Ter Balkts werk. Allebei dwarsdenkers, zo werd opgemerkt. Ook hij ontkende niet dat sommige gedichten behoorlijk hermetisch zijn, de dichter trok lange lijnen door de geschiedenis en bediende zich van een diepe collectie aan woorden. ‘Er zit veel dreiging in, maar ook veel liefde.’ Onderschat niet, zei Ten Bos, ‘de intellectuele kracht van het werk van Harry’.

En bovendien, zo stelde hij, dichtte Ter Balkt al over het verval van de natuur ver voordat anderen over ecocide begonnen. Net als Jacques Hamelink, voegde hij daar aan toe. Hij las drie gedichten voor die volgens hem over Enschede gingen. Ook was eerder al het lievelingsgedicht van Ter Balkt’s weduwe Willemien te horen, voorgedragen door de dichter zelf, een opname dus van die immer indrukwekkende sonore stem.

Zij draagt een glas water de trap op

voor W.

Regenbogen verdringen zich voor het raam
Zeeën verdringen zich onder haar voet
Zij draagt een glas water de trap op

In haar glas boeketten papaver, gouden
korenvelden, sterren van het speenkruid;
stuivende avonden en dorpen, als sneeuw

vlokkend in ’t glas dat zij de trap opdraagt
Het is de grote trap van de stilte naar
de stilte, het is de eindigende trap

In haar glas: goudzoekers
In haar glas: wintercircussen
Zij draagt dapper haar groot glas water

Luister toe, in haar bermuda driehoek
willen vliegtuigen en snelle schepen
neerstorten en stranden, aan haar glas

willen lippen vastkleven, geesten, drinkend
en roepend ‘Daar is De Zee, De Zee -’
(Vier straatwegen gluren door het sleutelgat)

Zij draagt haar glas water de treden op
’t Is water dat als helder licht straalt
Zomerwegen; steden; gebergten in haar glas

De balken van het huis omkaderen haar
Laaiend oud water op zeilschepen zingt
van liefde; zij is de liefde

De trap is van geruchten en breekt bijna,
knapperig als de takjes van de gedachten
maar zij draagt sierlijk haar glas water

(Alle trappen willen naar ’t luide vuur,
de huizen willen heimelijk naar de kolk
waar ook schepen en vliegtuigen eindigen)

Zij echter draagt haar glas helder water


Zij draagt haar glas de asvlokkige trap op
en zeeën kabbelen diep onder haar voet

H.H. ter Balkt. Opdat de dichter zingt. Stem van Usseler Es en Boekeler Hof. Uitgave van Enscène. ISBN 978 94 652 6186 7. 20 euro. Verkrijgbaar bij boekhandel Broekhuis.