Op 23 september wordt de shortlist bekendgemaakt van de Booker Prize. Zou Tash Aw de promotie vanaf de longlist maken met zijn roman The South (vertaling: Het zuiden)? Het is hoe dan ook een verfijnd en secuur geschreven coming of age and out-roman tegen de achtergrond van klimaatverandering.

Honderd pagina’s voor het einde onderbreekt Tash Aw de chronologie van zijn roman The South voor een zorgvuldig geconstrueerd hoogtepunt. Ineens staat er een zin die de lezer al zou kunnen kennen uit wat uiteindelijk een soort proloog lijkt:
‘Light a match and the whole country could go up in flames’.
Ook beelden uit de proloog komen terug.
‘The long coarse grass slashed at my calves but I had become accustomed to the pain, barely recognized it as such.’

De zin staat in de eerste persoon, met die ‘I’. Een variant op deze zin staat ook al op de eerste pagina van de roman, maar dan verteld door een andere verteller. Deze verteller, die maar sporadisch in de roman zijn stem laat horen, weet dat Jay, de hoofdpersoon van de roman, de pijn van het hoge gras kent.

Honderd pagina’s voor het eind is het Jay zelf die zegt dat hij ‘accustomed (is) the pain’.

Dit zo uitleggen is ingewikkelder dan deze passages lezen. Tash Aw (g. 1971) toont zich in deze roman een secuur schrijver van heldere zinnen, een soepele meester in het verleggen van perspectief en het switchen tussen vertellers. Niets is daaraan geforceerd. Het is clean en mooi. Zo clean en mooi dat wanneer een zuster van Jay ’s morgens in de keuken aan het werk is, het lijkt of het ook over de stijl van Aw gaat: ze wast de borden en de glazen en zet alles in keurige stapels bij elkaar. Of Jay haar helpen moet? Nee, en ze antwoordt: ‘You know I don’t like mess’.
Een pagina verder poetst Jay’s vader zijn bril – ‘It was one of his habits, compulsively cleaning the lenses’. Een proces dat Aw toepast in deze roman. Poetsen tot het zachtjes glimt.

Het verhaal is dat van een gezin in Maleisië – wat pas laat duidelijk wordt. Het gezin vertrekt voor een maand ‘naar het zuiden’, waar de moeder een stuk land heeft geërfd. Er staat een soort boerderij op. Fong, en soms diens zoon Chuan, bewerken het land, maar het is er dor. Het is duidelijk dat ook hier de klimaatverandering toeslaat. De seizoenen zijn van slag. Te weinig neerslag en ook nog eens op de verkeerde momenten.

In het gezin gaat het er al even dor aan toe. Vader is leraar, maar tijdens het verblijf wordt duidelijk dat hij is ontslagen. Jay is de jongste, een van zijn zussen is een losgeslagen jonge vrouw die haar eigen pad kiest. Een opstandig karakter, iets wat de roman, waarin de gebeurtenissen de tijd nemen zich te ontvouwen, goed kan gebruiken.

Tash Aw schrijft secuur en subtiel, en subtiel is ook hoe hij met tijd omgaat. Het verblijf duurt maar een paar weken, maar op de achtergrond is er ook die lange tijd, die Fong zo goed kent. De eindeloosheid. Versus de snelle tijd van de jongeren, terwijl Jay het allemaal niet lang genoeg klan duren.
En dan is er toekomst. Een enkele keer laat de verteller weten die al te kennen. Als Jay en Chuan in een kamer in de stad met elkaar naar bed zijn geweest en Jay mogelijkheden voor vervolgen ziet, staat er: ‘He doesn’t know yet, as I do, that those will be merely illusions’ en ‘I wish I could tell him he will always be nervous’.

Ja, Jay beleeft zijn coming-out deze maand. Hij krijgt een relatie met Chuan, die voor Jay belangrijker is dan voor Chuan, zo lijkt het. Jay ziet in ieder geval kansen voor later; Chuan minder. Hij is van de dorre grond en weet dat er weinig verandert en dat kansen op een goede toekomst schaars zijn.

Aw heeft de seksuele initiatierite van Jay uit de chronologie gelicht en naar de eerste vijf pagina’s van de roman verplaatst – geen officiële proloog, al lijkt het er wel op. Chuan wijdt hem in, maar niet zo liefdevol als Jay had gehoopt – wat de toon zet, uiteraard.
Het is de scene met het hoge gras en de zin ‘Light a match and the whole country could go up in flames’. Hierdoor wordt het een soort sleutelscène, maar die nadruk behoeft het eigenlijk niet.
Of we moeten juist redeneren: Jay en Chuan worden minnaars, daar zit de crux niet, dus laten we ons vooral richten op de andere motieven in het verhaal, wat een verhaal is van generaties, van verlangens en nalatenschap, van de wil en de hoop, van patriarchaat ook, en van het grote krachtenveld rond dit kleine stukje aarde waar geen kruid tegen gewassen is.

Subtiel – dat wil zeggen: nergens overdreven – is de symboliek. Het sterkste beeld is dan van Fong die in uitzichtloze woede een rij met tamarindes kapt, in die contreien welhaast een heilige boom.

Deze mooie roman is aangekondigd als de eerste van een vierluik. Met deze personages nog drie delen? Oei.

Tash Aw: The South. 4Th Estate.
Vertaald als Het zuiden. Vertaling door Paul van der Lecq. De Bezige Bij.

Foto: Rob Oo