door Theo Hakkert
Natuurlijk is het geen gebruik om over een boek te schrijven terwijl je alleen nog maar de inleiding van iets meer dan drie pagina’s hebt gelezen. Het slaat zelfs nergens op. Toch doe ik het. Zojuist bracht een koerier de nieuwe Sandro Veronesi, niet een roman, maar zijn verzamelde verhalen.
Staandebeens las ik de inleiding en nu schrijf ik over Vergankelijkheid, zoals de titel luidt, terwijl ik nog 358 pagina’s te gaan heb. Hoewel, de laatste helft ken ik al. Veronesi heeft zijn onvindbare bundel Misplaatste kussen (vertaling uit 2012) in dit boek opgenomen, want het moesten zijn verzamelde verhalen worden. Om die reden nam hij, na een aarzeling, zijn eerste verhaal ook op. Te veel gemodelleerd naar Beckett, schrijft hij, maar zo wil hij beginnende schrijvers aanmoedigen. Doorgaan met schrijven terwijl je kijkt waar de fouten zitten.
Op de schouders van giganten heeft Veronesi (67) het ook zelf geleerd. Hij bekent dat hij verhalen van voorbeelden, van de Italiaanse schrijver Dino Buzatti en van Tom Barman, de grote man van de Belgische rockband dEUS (!), heeft ‘gecoverd’. Dat is het woord dat hij gebruikt. ‘Twee bewerkingen van creaties van anderen die ik tamelijk vrij heb uitgewerkt, maar niet zodanig dat de originelen onherkenbaar zijn geworden – integendeel, ik heb zelfs hele zinnen eruit behouden’.
Met toestemming van de uitgeverij (Buzatti) en van Tom Barman persoonlijk.
Voer voor de literatuurwetenschap: hoe zit het met de intertekstualiteit van ‘Niets gaat echt voorbij’ van Sandro Veronesi en ‘Nothing Really Ends’ van dEUS?
Veronesi’s schatplichtigheid gaat nog verder. De titel Vergankelijkheid (in het Italiaans caducità) heeft hij gekozen omdat het de titel is van het kortste essay van Sigmund Freud. ‘Aangezien de verhalen in die bundel, een ook veel van mijn romans, zeer schatplichtig zijn aan dit korte essay, heb ik besloten de hele bundel zo te noemen.’
En dat niet alleen. Omdat Freud’s werk niet meer auteursrechtelijk is beschermd, heeft Veronesi besloten met het essay van Freud – vier pagina’s – zijn bundel te openen. Een essay over rouw. Over de verlamming die mensen ervaren bij het verlies van een geliefde of bekende. Zo plaatst Veronesi zijn verhalen in de traditie van zijn thematiek en geeft ze een centrale plek.
Niet ongevoelig ben ik ook voor de verleidelijke toon van deze inleiding. De begin- en eindzinnen ervan doen denken aan Italo Calvino.
‘Lieve lezer, ik wil je graag drie dingen vertellen over het boek dat je in handen hebt.’
En, mocht je zoals ik staande hebben staan lezen, blijf dan staan (in de boekwinkel of waar dan ook) en lees die vier pagina’s Freud.
‘Daarna leg je het boek weer terug, en even goede vrienden.’
Nog 358 pagina’s te gaan. Niets liever.
(en wordt vervolgd)
Sandro Veronesi: Vergankelijkheid.
Vertaling: Rob Gerritsen en Welmoet Hillen.
363 p’s. Prometheus