Op 11 mei wordt voor de 33e keer de Libris Literatuurprijs uitgereikt. VersTwee heeft niet zoveel met literatuurprijzen, immers, de meest excellente schrijvers en hun boeken vallen buiten de boot en zo’n wedloop zorgt altijd voor controverse en terleurstelling.
Ook nu waren er in de aanloop weer heftige discussies over de keuzes van de jury, die uit de 191 inzendingen (
groslijst), de longlist en vervolgens de shortlist moest destilleren. Wordt er een politiek spel gespeeld waarin diversiteit zwaarder weegt dan literaire kwaliteit? Kamiel Choi neemt de shortlist onder de loep en kijkt eens diep in zijn literaire glazen bol.

door: Kamiel Choi

De ondankbare taak van de jury om te schiften is wel belangrijk. Fenomenale boeken van schrijvers die aan de top van hun kunnen staan (Waterdrinker, Zandberg) staan niet in de longlist en andere fenomenale boeken (Weverling, Hulst) blijven daar steken. Ik maakte van de titels van die longlist trouwens een mini-verhaal dat vanzelf een dystopisch karakter kreeg.

De shortlist, dus.

Peter Buwalda – De Jaknikker

Lieselot Mariën – Als de dieren

Bert Natter – Aan het einde van de oorlog

Coco Schrijber – Het gezoem van bijna alles

Peter Terrin – Nog lang geen winter

Nadia de Vries – Overgave op commando


Peter Buwalda was in 2011 genomineerd met het ronkende proza van Bonita Avenue. Als hij deze keer de prijs zou krijgen, hoorde ik in de wandelgangen beweren, is dat vooral voor zijn hele oeuvre en niet zo zeer voor de Jaknikker. Daarover schreef Maarten Dessing in de ‘lage landen’ een scherpe recensie. Buwalda ‘zet zijn verhaalwereld én onze wereld op zijn kop’ aldus het juryrapport, maar dat betekent concreet dat het verhaal van Otmars zonen op pauze staat terwijl allerlei secundaire plots worden uitgewerkt. Voor diehard Buwaldalezers die willen weten hoe het afloopt met Ludwig Smit en Shell-ceo Johan Tromp is deze baksteen van 688 pagina’s natuurlijk een must, maar ik hoop dat het mij is vergeven wanneer ik hier nee schud.

De andere Peter, Terrin, is een Vlaamse reus die al eerder werd genomineerd in 2010, 2015 en 2023. Gaat hij hem deze keer winnen met Nog lang geen winter? Het juryrapport spreekt van ‘precies gedoseerde scènes voorzien van ontregeling en spanning’. Nog lang geen winter is een roman over een vader en zijn dochter die inzet met de bekende literaire tropen van asuitstrooiing en plotselinge onverwachte rijkdom. Terrin schreef eerder in Al het blauw al over de hoofdpersonen Carla en Simon. Hij is grote fan van een van de grootste nog levende schrijvers, J.M. Coetzee. Desondanks denk ik niet dat hij gaat winnen.

Aan het einde van de oorlog is een dik en bijzonder boek, opgebouwd uit fragmenten die beurtelings een keur aan personages volgen. Het boek gaat over de zoektocht naar Ernst, de zoon van SS-Obersturmführer Karl Zehlendorf, die vermist raakt in de buurt van een concentratiekamp. Bert Natter stond nog niet eerder op de shortlist (in 2015 wel op de longlist met Remington). Trouw noemt het boek een ‘hellevaart als pageturner’. Ondanks de bijzondere vorm en het literaire vuurwerk, geloof ik niet dat deze dikke pil de prijs in de wacht sleept.

Coco Schrijber schreef volgens het juryrapport met Het gezoem van bijna alles een ‘sprankelende en ontroerende roman over de zwaarte van het leven en de vechtlust tegen de vele onbevattelijke dingen in de wereld’. Het plot is handig: Cato Goudschenker stuurt brieven naar mensen met haar zeldzame achternaam, met het doel in haar woorden voort te kunnen leven. De hoofdpersoon is als kinderloze hoogleraar geen voortbrenger maar een nalater van woorden. Schrijber is bekroond filmmaker en dat zie je terug in de beeldende stijl van dit boek vol absurdistische beelden zoals wanneer Cato haar glazen oog uitdoet en dat ‘met een dof tikje in een glas tequila landt’. Kanshebber, maar ik denk iets te zwaarmoedig voor deze prijs.


Als de dieren van Lieselot Mariën is volgens recensent Michelle van Dijk ‘een rijke, intertekstuele vertelling over zware worstelingen met het moederschap’. De postnatale depressie wordt literair uitgewerkt door het motief van Inanna, de godin van de liefde en vruchtbaarheid, maar ook van de oorlog en prostitutie, die via zeven poorten afdaalt naar de onderwereld. De ik-persoon treedt buiten zichzelf om het hartverscheurende verhaal van een moeder die niet in haar rol past vanuit twee perspectieven te vertellen. Volgens Lize Spit, partner van Librisgod Rob van Essen is het ‘moedig, glashelder en messcherp. Een rijk boek dat onder je huid blijft zitten.’ Vanwege de fragmentarische opbouw en ongebruikelijke bladspiegel denk ik niet dat Mariën gaat winnen.


Met Overgave op commando schreef Nadia de Vries een puntgave dunne roman over klasse en lotsbestemming die draait rond de geslachtsagnostische Schelvis die wil ontsnappen aan het leven dat voor haar als dorpeling lijkt voorbestemd: het distributiecentrum of de staalfabriek (Tata Steel, dus). Een indruk van de stijl geeft dit citaat: ‘Over een jaar zou ik opnieuw onherroepelijk beschadigd worden, en daarna weer, en onderwerping na onderwerping zouden zo de contouren van een mensenleven zichtbaar worden.’ Het juryrapport spreekt van een ‘ongelooflijk intelligente satire’ en omdat ons tijdsgewricht precies daaraan behoefte heeft, denk ik dat dit boek de Libris in 2026 gaat winnen.