door Theo Hakkert

Hoe langer je spreekt met Peter Buwalda, hoe groter de kans dat hij een volgend deel schrijft van de trilogie waar hij aan begonnen is en waarvan Otmars zonen (in maart 2019) en De jaknikker (vorige maand) inmiddels zijn verschenen.

Zondag was de schrijver in De Lutte waar hij goedgemutst zijn gehoor vertelde over de zes jaar dat hij aan De jaknikker had gewerkt. Zes lange jaren waarbij hij het haast niet aandurfde om uit de romanwereld te stappen, op het gevaar af dat hij er niet meer in zou komen. ,,Elke dag schrijven, nooit met vakantie.”

Zes jaren die werden ingeluid met het weggooien van de vierhonderd pagina’s die hij al had geschreven, maar er bij nader inzien uitzagen als een gatenkaas. Delen had hij al naar voren gehaald en ze in De jaknikker verwerkt. Het was geen huis waarvan de vensters en kozijnen ontbraken, het was eerder andersom: de kozijnen waren er nog, maar de muren waren weg – niet zijn woorden of vergelijking.

Ergo, dus: huppakee, opnieuw beginnen.

En omdat het toen lang duurde, omdat hij in een onbewaakt moment had gezegd dat De jaknikker snel zou verschijnen, leek het langer te duren dan het deed voor een roman van 688 pagina’s. ‘’Collega’s deden er ook zes jaar over en kwamen dan met een boek van 250 pagina’s, en daar hoorde je niemand over.”

Op tweederde van De jaknikker maakt de roman een majeure omslag. Kortweg: alles wat we tot dan hebben gelezen, blijkt een manuscript van een van de personages, waarna me meelezen met hoofdpersoon Ludwig, die in de andere lijn opeens Hein heet, zodat twee verhalen door elkaar heen verteld worden. Het manuscript in een gewone letter, het andere verhaal in vette. Dat is even wennen. Helemaal aan het eind lijken de raadsels grotendeels opgelost en dus zijn er critici en andere lezers die zich afvragen of er nog wel onaffe verhaallijnen over zijn die om een vervolg vragen of dat het dit wel is.

Maar hoe langer hij vertelde, hoe meer zin hij kreeg om aan het vervolg te beginnen. Niet met de titel van toen hij de trilogie aankondigde: Hysteria Siberiana. Omdat alle personages weg zijn uit Siberië heeft Buwalda een nieuwe werktitel: Londen riep, wat hij laatst al zei tegen Ellen Deckwitz in Nooit Meer Slapen.

Zo is de kans toch groot dat de trilogie, die hij begon met hoofdstuk 111 (omdat een van de verhaallijnen gaat over een teruggevonden deel van een sonate van Van Beethoven, opus 111) met de intentie terug te tellen naar 1, toch met hoofdstuk 1 zal eindigen.

Of niet natuurlijk. Het staat hem vrij elk idee uit te werken. ,,En een idee heb ik zo.”