De dood en de tuinman is een andere roman dan de lezer van Georgi Gospodinov gewend is. Er zat altijd wel al een autobiografische component in zijn werk, maar dit is een hoogst persoonlijk boek over zijn vader na diens overlijden. Wel met veel sporen die terugverwijzen naar het oudere werk van de Bulgaarse auteur. Hoe wrang ook, de roman kent de beste momenten nadat de vader is overleden.
door Theo Hakkert
‘Een verhaal, ook al is het echt gebeurd en persoonlijk, is niet meer van ons zodra het de taal passeert, zich in woorden kleedt. Het is dan evengoed realiteit als fictie.’
Alsof hij zijn aanpak dient te verantwoorden, schrijft Georgi Gospodinov (1958) dit voorin zijn boek De dood en de tuinman.
In een van de laatste hoofdstukken komt hij hier opnieuw over te schrijven: ‘Dit boek past niet echt in een bepaald genre, het moet er zelf een creëren.’ Hij komt met een paar suggesties: ‘een elegische roman, een memoir of een tuinroman. Voor de botanie van het verdriet doet het er niet toe.’
Na een lang leven, waarin hij altijd heeft getuinierd, is de vader van de schrijver overleden. Zo’n man die altijd ontkende dat er met zijn gezondheid iets aan de hand was. Aan de hoofdtekst gaat een Epigrafie vooraf met vijf inscripties. De laatste is van de vader: ‘Er is niks aan de hand’. Een uitspraak die in zijn mond bestorven lag.
En daar is meteen Gaustin weer
De eerste inscriptie echter is van Gaustin. Lezers van de voorgaande romans van Gospodinov kennen deze naam. Gaustin is een steeds terugkerend personage. Ongrijpbaar, hij duikt op allerlei plekken op of hij komt juist niet; hij kan soms als een alter ego van de schrijver worden gezien. Het is een eerste indicatie dat het niet puur een boek is vol herinneringen aan de overleden vader, maar ook aansluit bij en voortborduurt op het oeuvre van de grote Bulgaarse auteur.
Zo zitten er dwarsverbanden in met bijvoorbeeld Schuilplaats voor andere tijden, een in Nederland in 2022 verschenen roman uit 2020. Hij kreeg voor deze roman de International Booker Prize toegekend. Hierin is Gaustin ‘een flaneur door de tijd’ die alzheimerpatiënten hun leven teruggeeft door ‘klinieken voor het verleden’ in te richten. Elke etage van zo’n kliniek is ingericht als vroeger. De patiënten kennen zo hun verleden terug. In De dood en de tuinman komt een klein aantal scenes voor die zo in Schuilplaats voor andere tijden hadden gekund.
Zo zit de auteur/zoon op een gegeven moment in de avondschemering op het dak van de Staatsarchieven en dan volgt een bijna paginalange beschrijving van de tijd van toen, met herinneringen aan de jaren dertig. Had zo in de vorige roman gekund.
Er zijn ook rechtstreekse verwijzingen. Gospodinov benoemt ze gewoon, onder andere het motto van Schuilplaats voor andere tijden: ‘Voor mijn moeder en vader, die nog steeds aan het wieden zijn op de eeuwige aardbeivelden van de jeugd.’ Hij brengt het ter sprake omdat hier de beeldspraak met de tuin al in zit, waar ook de eerste zin van de nieuwe roman naar verwijst: ‘Mijn vader was een tuinman. Nu is hij een tuin’.

Het belang van drie uur in de middag
En dan is er de tijd. Het staat er vrij achteloos, na een aangrijpende episode toen hij tien jaar was. De buurman van het huis tegenover huilde hard toen hij hoorde dat zijn kleindochter was overleden. De laatste zin: ‘Ik zal dat wanhopige huilen om drie uur ’s middags, dat klonk als uit een minaret, nooit vergeten.’
Drie uur ’s middags.
Vele hoofdstukken later citeert Gospodinov Tomas Tranströmer én Gaustin, die zegt dat de doden geen ruimte innemen, maar andere kamers bewonen. En dan staat er: ‘Terwijl ik dit schrijf overvalt me opnieuw een zwaar drukkend verdriet. Het is drie uur in de middag. En de middagen zullen nooit meer hetzelfde zijn.’
Drie uur in de middag.
Voor Georgi Gospodinov is dat een bijzonder uur. Ik sprak hem ooit, met geluk, uitgerekend op dat uur van de middag. Uit het interview dit fragment:
‘Het is drie uur ’s middags. Ik ben een middagmens. Ik hou echt van drie uur. Het is mijn favoriete deel van de dag.’
Ook om te schrijven?
‘Eigenlijk wel, ja. Vroeger, toen ik jonger was, schreef ik het liefst ’s middags en ’s nachts. Nu schrijf ik liever om drie uur. Misschien is het daarom mijn favoriete tijd. Momenteel schrijf ik niet, maar ik herinner me uit mijn kindertijd hoe belangrijk dit moment toen al was. Om drie uur ben je helemaal alleen op de wereld.’
Alleen?
‘Ja, want om drie uur in de middag is het net een zwart gat in de tijd, iedereen slaapt of werkt. Ze noemen het ook wel de ziekte van de kloosters, omdat er om drie uur een volledig melancholische stilte is. Het is het uur waarover ze zeggen dat Jezus Christus stierf aan het kruis. Precies op deze tijd.’
Intermezzo Isfahan
Natuurlijk heeft de roman van Gospodinov niets uit te staan met het beroemde gedicht van P.N. van Eyck, getiteld De tuinman en de dood, dat precies honderd jaar geleden werd gepubliceerd. Over de tuinman van een Perzische edelman, die de Dood ontwaart in de tuin, op een paard springt en naar Isfahan vlucht. Tot verbazing van de Dood, die niet had verwacht de man die hij ’s avonds in Isfahan moest ophalen hier in de tuin te zien.
Of toch, heel iets. De Bulgaarse titel is Gradinaryat I smurtta: De tuinman en dood. De Duitse vertaling: Der Gärtner und der Tod. Mogelijk om misverstanden te voorkomen is de titel in het Nederlands omgedraaid, met de dood voorop.
Overigens werd de roman door de Duitse critici in 2025 verkozen tot boek van het jaar.
Einde intermezzo.
Sint-Jorisdag, de dag van het leger
Het is wrang, maar de roman leeft pas op wanneer de vader is overleden. Het boek is een terugblik op het leven van de vader, door Gospodinov junior geschreven in de dagen vanaf het overlijden tot Sint-Jorisdag, maar dan uiteraard de Bulgaarse versie: de nationale feestdag op 6 mei, de dag van het leger. Maar het deel voor het moment van sterven heeft niet de losse brille die we van Gospodinov kennen. Het is alsof de droge, nare feiten van het stervensproces van zijn vader zijn speelste geest hebben verlamd. De ernst van wat er onafwendbaar te gebeuren staat, slokt hem op.
Voor de vader en daarmee voor de zoon is Sint-Jorisdag een belangrijke datum. Wanneer de vader hoort dat hij niet lang meer heeft, vraagt hij de arts of hij de kerst nog haalt, of nog liever Sint-Jorisdag. Uit de vage antwoorden van de arts maakt de zoon op dat hij de vader niets kan beloven, maar die hoort er een positievere boodschap in dan de zoon.
Als het onherroepelijke moment achter de rug is, is het of de schrijvende zoon het als een bevrijding ervaart. In zoverre: zijn stijl wordt losser, zijn gedachten waaien verder uit en hij krijgt oog voor de omgeving en de literatuur.
Zo vraagt hij zich of en hoe hij de dood kan aanzeggen aan de dieren. Hoe vertelt hij Jacco, de trouwe hond die altijd ook in de tuin te vinden was, dat zijn baasje er niet meer is? Mooi is de verwijzing naar Homerus’ Odyssee waar de stokoude, trouwe hond zijn baas na diens afwezigheid van twintig jaar herkent. De hond is te zwak en kan alleen nog zwaaien met zijn staart, om dan te sterven. Hij heeft gewacht.
Een andere verwijzing naar Odyssee staat verderop. Gospodinov heeft dan al geschreven dat de vader veel later bij de kinderen in beeld komt dan de moeder. ‘Is in de mythe van Odysseus niet juist de afwezigheid van de vader de belangrijkste eigenschap, een onderscheidend kenmerk van de vader?’ Hij noemt Odysseus zelfs het oermodel.
Odysseus en Laërtes
Prachtig, en top Gospodinov is wat dan volgt. Odysseus gaat pas in het allerlaatste lied van het boek naar Laërtes, zijn vader. En vindt hem, waar anders, in de boomgaard. Anders dan de hond herkent de vader Odysseus niet. Hij moet het bewijzen. En dat lukt wanneer hij de fruitbomen opsomt waarvan hij de namen heeft geleerd in zijn jonge jaren toen zijn vader ze voor hem opnoemde. ‘Dertien perenbomen, tien appelbomen..’
Gospodinov: ’Mijn vader heeft, zonder het te weten, het geschenk van Laërtes opnieuw doorgegeven.’
Hoogtepunten als deze zitten in de tweede helft van het boek, dat zo geconcentreerd is op de vader dat de moeder er bekaaid vanaf komt. Voor haar, en voor Gospodinov’s dochter, over wie hij in interviews zo liefdevol spreekt, was in deze mooie vader-zoon roman kennelijk geen plek.
Georgi Gospodinov: De dood en de tuinman
Roman. Vertaling: Hellen Kooijman. 224 p’s. Ambo | Anthos