Il faut cultiver notre jardin. Aan Voltaire’s wens, advies c.q. opdracht wordt gehoor gegeven. Zowel Cobi van Baars als Nelleke Noordervliet laat de heldinnen van binnenkort te oogsten romans wieden in hun moestuin.
Het is niet dat het bij Mariken Heitman is begonnen, natuurlijk niet, misschien was het Umfeld van Adam en Eva er het eerst, als we de term hof breed opvatten, maar in haar LibrisPrijswinnende Wormmaan zijn we nog maar nauwelijks op weg of ze schrijft:
‘Ik schuil in de kas, snuif de opwekkende schimmellucht van verse potgrond op. Buiten wil het maar niet licht worden, hierbinnen schijnt een kunstzon.’
Een boek verderop, het al even prachtige De mierenkaravaan, is het bij Heitman een en al tuin, tuinderij, moestuin. Schitterende passages, tegen het einde van de roman, over ‘oude kracht’ en het belang van mesten. Sommige voedingsstoffen komen pas na een jaar of twee jaar of drie jaar vrij. Het maakt de tuinder ‘een onderdeel van een autonoom spelend orkest’ waarin, inderdaad, alles met elkaar im verband staat, niet alleen in het nu, maar door de jaren heen. Zoals Wormmaan al liet zien hoe die samenhang en beïnvloeding een proces van duizenden jaren kan zijn.
In twee romans die op 3 en 11 september verschijnen duikt ook de moestuin op. (Niet denigrerend doen over de term, al ligt dat voor de hand door ‘moes’. Met de associatie: geprak.)
Voor Eline in Vacht!, de nieuwe roman van Cobi van Baars (11 september) is haar moestuin ‘een lusthof’.
‘Een plak perfectie die ieder jaar een bed extra telt omdat ze telkens iets nieuws probeert. Dit jaar vooral de slasoorten, gezaaid in kleine potjes, ontkiemd op de vensterbank van haar slaapkamer en uitgezet in het nieuwe ontgonnen bed’.
Eline heeft zichzelf een boek cadeau gedaan over de moestuin. Daarin staat hoe ze slakken kan bestrijden als er daar te veel van komen. Met bier in jampotten. ‘Tien in totaal. Ze graaft de jampotjes zo ver in dat een slak erin kan glijden zonder de rand te voelen.’
Cobi van Baars haalde met haar vorige roman, De onbedoelden, de shortlist van de Libris Literatuur Prijs. Hier schetst ze een aansprekend, allengs indringender portret van een vrouw die er maar niet slaagt aansluiting te vinden bij de mensen om haar heen, op haar werk niet – in een archief van een oud klooster, waar ze niet voor vol wordt aangezien – en in haar privéleven niet. Ze fantaseert, fabuleert en neemt uiteindelijk het heft in eigen handen, tegen haar karakter in.
Een nog prominentere rol in een roman speelt de moestuin van Sophia in Nelleke Noordervliet’s: Het bewind van de gelukkigen (3 september).
Hier is de tuin, waarin Sophia ook een polytunnel heeft staan – het weinig bekende woord komt wel heel vaak terug, alsof ze denkt (en trots is) dat ze het zelf heeft bedacht – een spiegel van haar gemoedsrust. Ook zij leert het werk met behulp van een boek.
De roman speelt in een zeer nabije toekomst, tien jaar nadat alle buitenlanders, eigenlijk iedereen van kleur, evenals hun religies, het land uit zijn gezet. Het zou zo zover kunnen zijn als de verkiezingen slecht uitpakken. Geen al te grote spoiler: een familielid van Sophia is de autarkische leider, iets dat ze geheim hoopt te houden als ze vanuit de stad naar een dorp verhuist. Maar dan ken je dorpen niet.
Bij het huurhuis de tuin, waar ze van alles zaait en poot en begiet en wiedt en oogst. De tuin als vaste waarde. Wie een tuin heeft, moet thuis blijven. Als de grote realiteit in maatschappij en politiek dan niet meer maakbaar is, in vredesnaam dan wel tuin die voor voedsel zorgt, toch? Die moet te behappen zijn. Gaat het goed met de moestuin en polytunnel (een soort kas), dan gaat het ook redelijk met Sophia, maar oh wee als er niets groeit of bloeit, als het verdort of juist verzuipt.
‘De tuin was de metafoor voor het geordende leven,’ schrijft Noordervliet. ‘Dit is hoe we willen dat ons huis eruitziet, ons land eruitziet. Vruchtbaar, warm, gevarieerd. Alles in bloei. Met schaduw, met zon, voorzien van water, met sterke bomen, schitterende bloemen, en plaatsen die braak liggen om het nieuwe te laten ontkiemen.’
Maar dit beeld, deze tuin past niet bij het nieuwe bewind. ‘De tuinman’ – de leider van het regime – staat het niet toe. Hij heeft een hortus conclusus geschapen, een besloten tuin. Oftewel: grenzen dicht. Geen buitenlandse reizen meer, internet afgeknepen. Alles alleen voor het eigen volk, en dat volk vindt het geweldig, zo lijkt het aan de oppervlakte.
Tegen het einde: ‘De geuren van het bos begonnen wakker te worden: vochtig oksels, kleine lijkjes, schimmels, vergaan hout. Een vlieg van zure appels. Ik ruimde de kas op, oortjes in om geen nieuw te hoeven missen, en tekende een plan voor de moestuin. (…) Er waren momenten dat mijn huis en tuin de echte werkelijkheid vertegenwoordigden’.
De roman van Nelleke Noordervliet is zo goed omdat ze voelbaar maakt hoe weinig er maar hoeft te gebeuren met een zelfvoldaan en welvarend land om van een democratie af te glijden naar een autarkie. Ze laat zien hoe gemakkelijk een groot deel van de bevolking het allemaal wel best vindt cq weinig interesseert. Er is veel voor nodig om het verzet zo te organiseren dat het kan worden teruggedraaid.
Tegelijkertijd weet vrijwel niemand van de hoed en de rand. Wie te vertrouwen is één ding, maar de informatie is ook nog eens schaars. Van de overvloed aan info in tijden van open internet en social media naar verstoken blijven van wat er speelt – eigenlijk is daar weinig verschil tussen.
Goed ook hoe Noordervliet met dit gegeven speelt. Voordat tot de lezer doordringt hoe gruwelijk het regime optreedt tegen tegenstanders heeft ze een beeld geschetst van een best wel gezellige dorpsgemeenschap die zich weinig aan lijkt te trekken van wat de leider allemaal verzint om leider te blijven. Er is argwaan tegen haar, de nieuweling. Een historisch gegeven, maar knorrigheid verdwijnt nadat hulp is gegeven bij ziekte. Diepe, existentiële problemen – armoede bijvoorbeeld – lijken er niet te zijn. De babbeltoon aan het begin van de roman past daarbij, maar is dus verneukeratief.
Eerder al schreef ze politieke romans, met name Aan het eind van de dag (uit 2016) was brisant actueel. De romans zouden meer weerklank moeten krijgen. Zeer onterecht dat ze worden onderschat, want dat is wat er gebeurt. Ze gaan over wat nu speelt en tonen hoe breekbaar het stelsel is.
De boeken van Cobi van Baars en Nelleke Noordervliet verschijnen bij Atlas Contact. Op respectievelijk 11 en 3 september dus.