REPORTAGE: TUSSEN LONGLIST EN SHORTLIST
Een avond rond de longlist van de Libris Literatuur Prijs
Circus Libris Literatuur Prijs trekt door het land. Donderdag fungeerde boekhandel Van de Velde (in de Broerenkerk) als tent voor een avond rond de achttien auteurs op de longlist, die werden bevraagd door studenten van Windesheim.
door Theo Hakkert
Ze zijn er alle achttien. Wat best bijzonder is; sommigen, met name de Vlamingen, moesten van ver komen. De achttien auteurs die met hun vorig jaar verschenen romans op de longlist staan van de Libris Literatuur Prijs 2026.
Kijk, daar zit bijvoorbeeld Bert Natter. Grijzer dan de vorige keer, niet omdat zijn roman, over de laatste dag (20 april 1945) van een nazi-kamp geen succes is geworden. Al heeft het even geduurd voordat critici en lezers de waarde, diepte en kwaliteit van Aan het einde van de oorlog inzagen. ‘Een pot-boiler,’ zegt hij met een glimlach. Lang op het fornuis, deze dikste roman van de longlist, met 31 personages.
Alle achttien krijgen om de beurt een vraag voorgelegd van een student aan Windesheim, afdeling docent Nederlands, waar ze een antwoord op moeten formuleren. Wat de een natuurlijk beter af gaat dan de ander. Er zitten soms mooie opmerkingen tussen.
Zo bekent Ester Naomi Perquin dat ze pas laat ‘achter de schutting van de poezie vandaan’ durfde te komen. Uit vrees dat familie, vrienden en bekenden zich meenden te herkennen in haar werk, schreef ze poëzie, beweert ze. ‘Want dat lezen ze toch niet’. Toen de vrees weg was, durfde ze haar roman Tot alles in beweging komt te schrijven. Een roman over allerlei vormen van gevangenschap, maar altijd met een ontsnappingsmogelijkheid.
Gaea Schoeters had, vertelt ze, haar Boekenweekgeschenkinzending al op voorhand tot het formaat ‘kleine roman’ opgeblazen opdat het boek echt als ‘roman’ kon worden beschouwd: het criterium om in aanmerking te komen. Voorafgaand aan het schrijven van Het geschenk had ze een adagium van Renate Rubinstein ingelijst: ‘over zware thema’s licht schrijven’. Het geschenk is de uitwerking in romanvorm van een krantenbericht. De president van Botswana heeft Berlijn 20.000 olifanten willen schenken. Berlijn maakte zich hard voor de olifant; Botswana merkt dat mede door de westerse liefde en zorgen om het dier er veel te veel rondlopen. Thematiek: ontwikkelingssamenwerking, klimaatcrisis, dierenleed et cetera. In een hilarisch boek. Schrijf je dat op als non-fictie, dan vindt iedereen dat zijn eigen mening net zo goed telt en dan luistert niemand meer. Dat idee.
Deze lof voor fictie wordt aan het begin van de avond bezongen door Noraly Beyer, voorzitter van de Libris-jury. De voorzitter houdt op deze avond steevast een soort State of the Union. Wat zijn de bevindingen van de jury na het lezen van, dit keer, 191 romans (100 van mannen, 90 van vrouwen, 1 van een vrouw en man samen.)
‘Alle romans die wij mochten lezen en zeker de achttien boeken die wij uiteindelijk selecteerden, zijn een mooie dwarsdoorsnede van de rijkdom van de Nederlandse literatuur. Die kan zeker concurreren met wat er vanuit het buitenland komt binnengewaaid en heeft genoeg zuurstof om nieuwe sterke talenten te laten ontbolsteren.’
De jury geeft, bij monde van de voorzitter, aan dat er weer veel ‘binnenwereld’ in de ingezonden romans te vinden is.
‘Veel romans die de longlist haalden, geven op een prangende manier vorm aan [die] persoonlijke ervaringen, door ze uit te werken in een doordachte literaire vorm en ze vaak dus te ‘fictionaliseren’. Goede auteurs graven in hun verleden of leggen de menselijke psyche bloot. Ze schrijven over wat ze kennen of ervaren hebben. Tegelijk weten ze dat het primair gaat om de doordachte literaire uitwerking van dat verhaal.’
‘Een eerste opvallend feit is dat er nogal wat romans gaan over ouderschap en de band die ouders al dan niet met hun kind of kinderen hebben. Er zijn romans bij van auteurs die om verschillende redenen worstelen met het moederschap en traditionele gezinsstructuren. Ook vaders die vragen stellen over hun rol en de kwetsbaarheid daarvan literair onderzoeken. Aan bod komt ook de klassieke ‘vatersuche’.’
‘De familie blijft in ieder geval centraal staan in de Nederlandstalige literatuur. Overkoepelend zou je kunnen zeggen dat familiebanden, hoe vaak die ook kunnen knellen en zelfs ontwrichten, niet alleen altijd al maar nog steeds een actueel literair thema blijven. Sommige auteurs doken in het leven van grootouders, waarbij vaak belevenissen tijdens de wereldoorlogen centraal stonden. Allerlei aangrijpende ervaringen en soms trauma’s leiden naar verhalen over eetstoornissen, incest, toxische relaties, narcisme, pornoverslaving, rouw, dementie, migraine, autisme, misbruik, vliegtuigrampen, psychoses en neuroses.’
Daarnaast ook ‘de buitenwereld; ‘Er zijn veel reflecties op de precaire situatie waarin de wereld zich bevindt. Auteurs schreven over bedrog en leugens waaraan ook wereldleiders zich steeds vaker, zonder enige schroom, bezondigen. Ze schreven ook over de impact van waan, over klasse en klasse- armoede en over de zoektocht naar wat een gemeenschap op kleine en op grote schaal kan of moet zijn.’
Op 9 maart krijgen twaalf auteurs het bericht dat ze niet op de shortlist staan, maar dat is van later zorg.
Aan het eind van de avond is het tijd voor de groepsfoto. Immers, ze zijn er alle achttien. Maar wacht. Iemand ontbreekt. Maar wie? Ah, kijk. Peter Buwalda moest even naar het toilet.