Robert Crumb’s verhalen over paranoia tonen een wereldbeeld dat minder vrolijk is dan zijn oudere werk.
door Jan Peter Prenger
Wantrouwen tegen grote bedrijven, overheden en andere boven ons gestelden was altijd een onderdeel van Robert Crumbs wereldbeeld. Gezien zijn geschiedenis is dat begrijpelijk, liet Dan Nadel eerder dit jaar zien in de prachtige biografie ‘Crumb: A Cartoonist’s Life.’
Aan het eind van dat boek vertelt Nadel al voorzichtig dat Crumb’s wantrouwen tijdens de COVID-pandemie zo nu en dan om lijkt om te slaan naar paranoïa. En zie hier: nu is er de bundel Verhalen over paranoïa. De titel lijkt zelfspot te laten zien – wie noemt zichzelf paranoide – maar de verhalen wisselen tussen grimmige twijfel, wantrouwen en toch ook relativering en zelfspot.
Zou je het openingsverhaal met veel tekst en veel zelfportretten nog als een zelfonderzoek kunnen zien, de andere, deels wat oudere verhalen, geven wel degelijk blijk van een wereldbeeld dat minder vrolijk is dan zijn oudere werk. Gelukkig is zijn tekenstijl en vakmanschap nog wel als vanouds: gedetailleerd, krasserig en vol details. Daar heeft het konijnenhol waar hij in gekukeld lijkt te zijn geen schade aangebracht.

via Wikimedia Commons
Robert Crumb: Verhalen over paranoïa
40 p’s, hardcover, Concerto Books