Johnnie Walker is het nieuwe boek van Connie Palmen. Het verschijnt op 1 september en is daarmee te zien als het officieuze begin van een nieuw leesnajaar. Voor de gelegenheid komt VersTwee met twee beschouwingen van een boek waarin veel thema’s uit eerder werk terugkeren.


door Isa Sengers


Een tijdje geleden streek ik neer in whiskycafé de Zilt te Amsterdam. De kastelein vertelde over Johnnie Walker als een typische whisky die bestaat uit meerdere whisky’s die op verschillende vaten zijn gerijpt. Bij de samenkomst van de smaken ontstaat er een nieuwe, unieke smaak waar deze blended whisky zo bekend om staat. Volgens Connie Palmen komt kennis voort op eenzelfde manier: “Inzichten ontstaan omdat je ongewone verbanden legt, denken is niets anders dan dat.” Ook wel de strekking van haar nieuwe roman Johnnie Walker.  

Schrijven of sterven


Volgens de auteur zijn schrijven en alcohol om meerdere redenen van hetzelfde kaliber. Zowel het schrijverschap als Johnnie Walker, zoals pars pro toto naar alcoholisme verwezen wordt in de roman, zijn vormen van verslaving, vernietiging, moord. “Schrijven is scheppen en vernietigen ineen,” aldus Palmen. Kiezen voor het schrijverschap betekent leven met een moordenaar.
We kennen de auteur natuurlijk als compromisloos. De roman staat daarom ook weer bol van de puriteinse contrasten. Het is schrijven of sterven. En schrijven kan ze. Ze is de taal absoluut meester; ze richt het moordwapen op de lezer en vuurt precies op het juiste moment haar scherpzinnige woorden af. 

Palmen pleit niet alleen dat taal een middel is om verbanden te leggen waardoor inzichten ontstaan, maar laat het ook gelijk zien. De invloed van taal is onontkoombaar en nooit onschuldig. Aan de hand van sekteleiders, Coca-Cola en familiebanden beschrijft ze het allesomvattende gezag van woorden. De wij-vorm die belangrijk is voor een sekte om het onderscheid in individuen te verwoesten, leidt ertoe dat Palmen zweert bij de ik-vorm in haar werk. Volgens haar is taal het machtigste middel waarmee je van mensen moordenaars kunt maken. In Johnnie Walker doet ze het tegengestelde: ze maakt van moordenaars mensen. 

De diepdoorgronde herkenbaarheid van
een volzin had ik tot dan toe nooit ervaren


Verbanden, verbanden, verbanden

De romans van Connie Palmen zijn erg belangrijk voor me geweest toen ik mijn jeugd in het zuiden van Nederland achter me liet en koos voor de grote stad Amsterdam om te gaan studeren. Ik verslond meermaals De Wetten en I.M. om steeds opnieuw meer prachtige zinnen te vinden en dik te markeren. De diepdoorgronde herkenbaarheid van een volzin had ik tot dan toe nooit ervaren. De filosofische wijsheden die even alledaags als buitenaards waren, zorgden ervoor dat ik liefhebber werd. Haar nieuwe roman lijkt terug te blikken op haar gehele oeuvre, wat ik heerlijk vond. 

Johnnie Walker bevindt zich op de plek waar haar andere romans zich kruisen als op de middelste cirkel van een venndiagram. Palmens geliefde thema’s komen allemaal terug in deze literaire ontknoping. Ze stipt de uitgave van De Wetten aan en doet onthullingen over de voor- en nasleep van dit schitterende debuut. Daarbij is het ook wel heel toevallig dat het alcoholisme van de ik-figuur begint in café de Vriendschap. Haar gelijknamige roman onderzoekt namelijk de relatie tot hechting en verslaving, thema’s die in Johnnie Walker veelvuldig worden behandeld. Ook wordt er op dezelfde manier als in I.M. de liefde tussen de auteur en haar eerste man Ischa Meijer beschreven. Daarnaast zijn de duivel en de verrader terugkerende thema’s in het werk van Palmen. Haar voorliefde voor Lucifer komt ook weer naar voren in deze roman. Sylvia Plath blijft ook niet onbenoemd. 

Wie nog vastzit kan niet springen 

De roman lijkt niet alleen deel uit te maken van een samenhang tussen haar andere romans, maar de thema’s in Johnnie Walker zijn ook alle aan elkaar verwant. Zo klinkt het thema onthechting in ieder hoofdstuk van Johnnie Walker door, wat weer samenhangt met het gevolg schrijverschap en de verslavingsdrang van ieder mens om ergens bij te horen. Verschillende vormen van onthechting passeren de revue. Zo schrijft Palmen over het verlaten van het ouderlijk huis, waarin gebroken wordt met de veilige dynamiek van de familie waardoor die voorgoed verandert.
Het volgende stadium van de onthechting is wanneer de ik-figuur, ofwel Connie Palmen zelf als we haar “de roman als per definitie autobiografisch” mogen geloven, haar ouders verliest. Het ouderlijk huis dat nog altijd in Zuid-Limburg stond, kan vanaf dan nooit meer in dezelfde hoedanigheid bezocht worden. Met deze passage laat Palmen zien dat haar filosofieën universeel zijn. Ook wordt de onthechting van het katholieke geloof veelvuldig besproken. De ik-figuur weigert zich aan een godsdienst te binden en druist in tegen de christelijke norm om moeder te worden. Het enige geloof wat de verteller heeft is de religieuze drang tot schrijven en Johnnie Walker.  

Juist de passages over onthechting laten zien
dat ze enorm gehecht is aan familie


Juist de onthechting is nodig om te kunnen schrijven. Al schrijvende doet Palmen ontdekkingen. Door de verbanden die ze legt, vernietigt ze haar verankerde zelfbeeld. De compromisloosheid verandert langzaam in een bepaalde zachtheid wanneer de ik-figuur inziet dat ze de hang naar saamhorigheid tegen verwachting in niet schuwt. Juist de passages over onthechting laten zien dat ze enorm gehecht is aan familie en vormen van samenkomst. Palmen: “Niets bezit een grotere aantrekkingskracht dan een saamhorigheid die alle individuele verschillen uitwist, en niets is gevaarlijker.” De auteur dacht in alles autonoom te zijn, maar verklaart dat ook zij verlangde om ergens bij te horen. Bij haar familie, bij haar grote liefde, bij haar Johnnie Walker. De kwetsbaarheid van deze bekentenis maakt de leeservaring intiemer dan bij haar voorgaande romans.  

Een rake roman

Ik heb absoluut genoten van Johnnie Walker. De melancholie van de vergankelijkheid die Palmen schrijft naar aanleiding van de saamhorigheid ontroerde me. Ook deze roman bevatte zinnen die ik het liefst zou willen overschrijven en boven mijn bed hangen. In Johnnie Walker maakt Palmen van moordenaars mensen en bewijst ze nog maar eens wat ze kan met haar vernietigende, bloedmooie taal. Ze legt verbanden, bereist de grensgebieden van het denken en kijkt van een afstand naar een verleden dat gaandeweg steeds dichterbij komt. Het is evengoed een filosofisch manifest als een detective naar het zelf. Het kamikazekarakter van Palmen blijft aangrijpen, zeker wanneer ze wat water bij de wijn doet. She Tarzan. 

Connie Palmen: Johnnie Walker
232 p’s. Prometheus.