Vandaag, op de geboortedag van Konstantínos Kavafis (1863-1933), worden twee boeken gepresenteerd met werk van deze grote Griekse dichter en schrijver. Een deel poëzie, een deel proza. De nieuwe vertalingen zijn van de hand van Hero Hokwerda, doctor in Nieuwgrieks taal- en letterkunde en autoriteit op het gebied van Kavafis. Op verzoek van VersTwee koos hij drie gedichten uit en voorzag die van commentaar en analyse. Hier de derde voorpublicatie uit K.P. Kavafis, Als straks de schimmen komen. Poëzie.
door Hero Hokwerda
DE EERSTE TREDE
Theokritos hoort op een dag het klagen
van Eumenes, de jeugdige poëet:
‘Twee jaar lang ben ik nu al aan het schrijven,
en één idylle heb ik nog maar af;
het is mijn enige gedicht dat staat.
Helaas, het dringt nu tot me door dat hoog is,
heel hoog, de ladder van de Poëzie,
en nimmer zal ik, arme, hoger komen
dan op de eerste tree waar ik nu sta.’
Ten antwoord spreekt Theokritos: ‘Die woorden
zijn ongepaste taal, godslasterlijk.
Ook als je op de eerste tree staat, moet je
van grote trots en van geluk vervuld zijn.
Hier waar je nu dan staat, dat is niet weinig;
wat je bereikt hebt is een hele eer.
Zelfs deze eerste trede is al verre
verwijderd van ’t gewone mensenvolk.
Wil je een voet op deze trede zetten,
dan moet je in de stad van de ideeën
op grond van je verdiensten burger zijn.
En burgerrecht in deze stad verkrijgen
gaat zomaar niet, het is een zeldzaamheid.
Je vindt er op haar agora Wetgevers
die geen avonturier misleiden kan.
Hier waar je nu dan staat, dat is niet weinig;
wat je bereikt hebt is een hele eer.’
[1899]
DE EERSTE TREDE [1899]
Theokritos was, in de derde eeuw vC, dichter van ‘idyllen’ (herdersdichten) en een aantal epigrammen, vaak over de natuur en het landleven. Met die laatste twee had Kavafis weinig affiniteit, maar Theokritos heeft onder Ptolemaios II Filadelfos, begunstiger van wetenschap en cultuur, ook lange tijd in Alexandrië doorgebracht en gedichten geschreven over deze oude, hellenistische stad, waarmee Kavafis zich des te sterker verbonden voelde.
De anonieme verteller moet haast wel de dichter zelf zijn, maar naar de inhoud lijkt Kavafis, met de lange, maar hardnekkig volgehouden incubatietijd van zijn dichterschap, eerder schuil te gaan achter Eumenes (een bekende naam in die eeuwen, maar als dichter een fictieve figuur).
De verhevenheid van de dichter – of ‘wijze’ – boven het gewone mensenvolk, zoals tot uitdrukking komend in ‘De eerste trede’ (geschreven in 1895), is in Kavafis’ vroegere gedichten vaker te vinden, bijvoorbeeld in ‘Maar de wijzen wat ophanden is’, en staat in verband met zijn toewending,
begin jaren 1890, naar het symbolisme. Tegelijk is ‘De eerste trede’, met zijn publicatie in 1899, een uitdrukking van de onzekerheid die Kavafis rond de eeuwwisseling had over zijn eigen dichterschap; die zou hij pas na 1910 achter zich laten.
Dat het de hellenistische dichter Theokritos is door wie Kavafis zich hier laat vermanen en moed inspreken, past in zijn voorliefde voor het hellenisme boven de klassieke oudheid, in het bijzonder voor de persoonlijke poëzie die kenmerkend was voor het hellenisme. De klassiek Griekse poëzie was verbonden met het leven van de ‘polis’, de stadstaat, maar in dit gedicht fungeert de polis alleen als metafoor voor het rijk van de poëzie.
Dit is een voorpublicatie uit K.P. Kavafis, Als straks de schimmen komen. Poëzie, samengesteld, vertaald, ingeleid en van toelichtingen voorzien door Hero Hokwerda. Historische Uitgeverij (tegelijk met K.P. Kavafis, Verborgen dichterschap. Proza, idem).