Woensdag, op de geboortedag van Konstantínos Kavafis (1863-1933), worden twee boeken gepresenteerd met werk van deze grote Griekse dichter en schrijver. Een deel poëzie, een deel proza. De nieuwe vertalingen zijn van de hand van Hero Hokwerda, doctor in Nieuwgrieks taal- en letterkunde en autoriteit op het gebied van Kavafis. Op verzoek van VersTwee koos hij drie gedichten uit en voorzag die van commentaar en analyse. Drie dagen achtereen een voorpublicatie uit K.P. Kavafis, Als straks de schimmen komen. Poëzie.
door Hero Hokwerda
VER WEG
Graag zou ik die herinnering vertellen…
maar zo vervaagd is zij… alsof er niets van over is –
want ver weg, in mijn eerste jongenstijd, is ze gelegen.
Een huid die wel gemaakt leek van jasmijn…
Die zomerdag – was het augustus? – bij het avondgrauwen…
Amper weet ik de ogen nog; het waren, dunkt me, blauwe…
O ja, diepblauw, met een saffieren schijn.
[1914]
[TOELICHTING, achter in de uitgave]
De eerste, rijmloze strofe is geschreven bij wijze van inleiding, als aanloop tot het schrijven van het gedicht, met een tekortschietende herinnering die onvoldoende lijkt om inderdaad tot een gedicht te komen.
In de tweede strofe komt de herinnering dan toch op gang, om in de laatste regel tot voltooiing te geraken; daarmee bevinden we ons in het ‘eigenlijke’ gedicht, mét rijm nu, het lyrische moment.
‘Inleiding’ en ‘eigenlijk gedicht’ vormen vanzelfsprekend één modernistisch – gedicht.
Naar aanleiding van ‘Ver weg’ zei de dichter in 1930 tegen Tsirkas: ‘De poëzie schept in het verborgene’, maar dit gedicht is nu juist een veruiterlijking van hoe Kavafis een gedicht schept.
Met ‘mijn vroegste jongenstijd’ doelt Kavafis wellicht op zijn drie jaar in Constantinopel, begin jaren 1880, toen zijn homo-erotische gevoelens moeten zijn ontloken.
In een aantekening (zie Kavafis, Proza, 262) schrijft Kavafis dat hij, van de jaargetijden, het meest hield van de zomer, maar dan de echte mediterrane zomer zoals in Egypte en Griekenland, met zijn krachtige zon, triomfante middagen en afmattende augustusnachten; dan deed hij indrukken en zinnelijke ervaringen op, die hij later misschien kon omzetten in gedichten.
Dit is een voorpublicatie uit K.P. Kavafis, Als straks de schimmen komen. Poëzie, samengesteld, vertaald, ingeleid en van toelichtingen voorzien door Hero Hokwerda, april 2026 te verschijnen bij de Historische Uitgeverij (tegelijk met K.P. Kavafis, Verborgen dichterschap. Proza, idem).